ECLI:NL:HR:1997:AA2115
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over oppervlaktewaterbegrip in verontreinigingsheffing
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg voor 1992 een aanslag in de verontreinigingsheffing opgelegd gebaseerd op 617 vervuilingseenheden. Na bezwaar handhaafde de Secretaris van het Heemraadschap Fleverwaard de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Arnhem, dat de aanslag verminderde tot 44 vervuilingseenheden omdat het oordeelde dat de afgedamde sloot op het terrein geen oppervlaktewater was in de zin van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.
De Hoge Raad stelt vast dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de sloot geen oppervlaktewater is. De Hoge Raad benadrukt dat een sloot van circa 300 m3 inhoud, die doorgaans water bevat, wel degelijk als oppervlaktewater moet worden beschouwd, ongeacht het al dan niet aanwezig zijn van een ecosysteem of de verbinding met ander oppervlaktewater.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof, behoudens het griffierecht, en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest. De Hoge Raad acht geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het Gerechtshof Leeuwarden.