ECLI:NL:HR:1996:AA1854
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling maatstaf van heffing omzetbelasting bij levering van in eigen bedrijf vervaardigde complexen
Belanghebbende, een projectontwikkelaar, kocht in 1985 en 1987 grond waarop zij twee complexen bouwde bestaande uit winkels en premie-huurwoningen. Voor de woningen gold een verkoopverbod gedurende twintig jaar na ingebruikneming. Over de levering van deze complexen werd een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd.
Na bezwaar en beroep bevestigde het Hof de aanslag, waarbij het Hof oordeelde dat de maatstaf van heffing voor de woningen niet afzonderlijk kon worden vastgesteld, maar voor het gehele complex moest gelden. Belanghebbende stelde dat de maatstaf van heffing moest worden gebaseerd op de waarde in het economische verkeer van de woningen afzonderlijk.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof op een juridisch onjuiste grondslag had beslist door niet te bepalen welke maatstaf van heffing op grond van de wet van toepassing was en welk deel van de belasting aftrekbaar was. Het oordeel van het Hof over de niet aannemelijkheid van een afspraak tussen belanghebbende en de Inspecteur werd als feitelijk en niet onbegrijpelijk beoordeeld.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing, met inachtneming van de gegeven richtlijnen. Tevens werd belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het Gerechtshof Amsterdam.