ECLI:NL:HR:1995:AA3173
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over heffing winst uit aanmerkelijk belang bij nabetaling aandelenverkoop
Belanghebbende verkocht in 1989 aandelen in een B.V. tegen een lage initiële prijs met een latere nabetaling afhankelijk van toekomstige winst. De Inspecteur legde een aanslag op over 1990 waarbij de nabetaling als winst uit aanmerkelijk belang werd belast.
Het hof oordeelde dat de winst reeds in 1989 was genoten en dat de nabetaling in 1990 als naverrekende winst moest worden belast vanwege onaanvaardbare gevolgen van de wettelijke heffingsmomenten. De Hoge Raad stelde echter dat artikel 41 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 slechts één heffingsmoment kent, namelijk het moment van vervreemding in 1989.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en verwees de zaak naar het hof in Den Haag voor verdere behandeling, waarbij ook de proceskostenveroordeling werd aangepast. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van het heffingsmoment bij nabetalingen in aandelenverkoop en de correcte berekening van proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak naar het hof in Den Haag voor verdere behandeling.