ECLI:NL:HR:1995:AA3171
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting wegens niet-bewijsde uitvoer en valse douanedocumenten
Belanghebbende, een groothandel in kleding, werd een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd omdat hij het tarief van nihil toepaste op leveringen aan een Belgisch bedrijf, waarvoor hij uitvoer claimde. Tijdens een strafrechtelijk onderzoek werden valse douanedocumenten en stempels aangetroffen, wat leidde tot een FIOD-onderzoek dat bevestigde dat de stempels vals waren en het Belgische bedrijf mogelijk niet bestond.
De Inspecteur handhaafde de naheffingsaanslag, en het Hof bevestigde dit oordeel omdat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat de goederen daadwerkelijk waren uitgevoerd. Belanghebbende voerde onder meer aan dat stukken door de FIOD waren meegenomen en dat bewijsmiddelen onrechtmatig waren verkregen, maar deze bezwaren werden verworpen.
Verder oordeelde het Hof dat de FIOD bevoegd was het onderzoek te doen en dat het ontbreken van een cautie bij de verhoren niet tot nietigheid leidde. Ook werd geoordeeld dat de redelijke termijn niet was overschreden. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het vonnis van het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onvoldoende bewijs voor het nultarief.