ECLI:NL:HR:1995:AA3132
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Wildeboer
- Zuurmond
- Herrmann
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-genot van rentedragende inkomsten bij sportersubsidie onder beheersstichting
Belanghebbende, een topsporter, was aangesloten bij een sportbond die lid was van een internationale sportfederatie. Deze federatie regelde dat sporters materiële en financiële steun konden ontvangen zonder hun amateurstatus te verliezen. De steun werd beheerd via een stichting die het prijzengeld en de beleggingsopbrengsten administratief beheerde en alleen onder strikte voorwaarden aan de sporter uitkeerde.
In 1984 werd een navorderingsaanslag opgelegd over een bedrag dat op de rekening van belanghebbende bij de stichting was bijgeschreven, inclusief rente. Het Gerechtshof Leeuwarden vernietigde deze aanslag omdat het bedrag niet als genoten inkomen kon worden beschouwd.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in, stellende dat het bedrag rentedragend was geworden en dus als genoten inkomen moest gelden. De Hoge Raad oordeelde echter dat belanghebbende geen beschikking had over het bedrag en dat het niet als genoten inkomen kon worden aangemerkt volgens artikel 33 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964.
De Hoge Raad verwierp het beroep en gaf belanghebbende de gelegenheid zich uit te laten over proceskosten. Het arrest werd gewezen op 15 november 1995.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen; het bijgeschreven bedrag is geen genoten inkomen.