ECLI:NL:HR:1995:AA3118
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag vennootschapsbelasting door valutarisico bij facturering in vreemde valuta
Belanghebbende, een Nederlandse BV, had voor het jaar 1986 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd gekregen op een belastbaar bedrag van ƒ 3.764.860,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Gerechtshof Amsterdam vernietigde deze uitspraak en verminderde de aanslag tot ƒ 3.631.894,--.
Belanghebbende vervulde een distributiefunctie voor haar Belgische zustervennootschap, waarbij facturering in afwijking van de overeenkomst in US-dollars plaatsvond met instemming van de S.A. De Inspecteur accepteerde geen negatief koersresultaat op de diensten aan de S.A. Het hof oordeelde dat het valutaverlies niet zakelijk was en ten laste van belanghebbende kwam.
De Hoge Raad acht dit oordeel onbegrijpelijk, omdat de facturering in US-dollars binnen het concern en met instemming van de S.A. een vaste gedragslijn was, die niet kon worden gekwalificeerd als niet-zakelijk. De Hoge Raad vernietigt het hofarrest, vermindert de aanslag tot het aangegeven belastbare bedrag van ƒ 3.031.231,-- en gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting wordt verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ 3.031.231,-- wegens onterecht toegerekend valutarisico.