ECLI:NL:GHARN:1997:AA1183
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.C. Smit
- Röben
- Nijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling informele kapitaalstorting door betalingen aan uitgezonden werknemers in concernverband
Belanghebbende, een Europese houdermaatschappij binnen een internationaal concern, bracht betalingen van de Japanse moedermaatschappij aan uitgezonden werknemers ten laste van haar fiscale resultaat als informele kapitaalstortingen. De inspecteur verwierp deze kwalificatie en handhaafde de aanslag vennootschapsbelasting over het boekjaar 1989/1990.
Tijdens het geding werd vastgesteld dat de Japanse moedermaatschappij de betalingen als salariskosten in Japan verwerkte en niet doorbelast aan belanghebbende. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een verplichting tot betaling door belanghebbende en dat de betalingen niet direct verband hielden met arbeidsovereenkomsten met belanghebbende of haar dochtervennootschap.
Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat de betalingen een bevoordeling inhielden op grond van de middellijke aandeelhoudersrelatie, noch dat deze als informele kapitaalstortingen konden worden aangemerkt. De verklaring van de moedermaatschappij werd niet doorslaggevend geacht vanwege het ontbreken van onderbouwing waarom de betalingen ten laste van haar commerciële resultaat werden gebracht.
Daarom werd het standpunt van belanghebbende verworpen en de aanslag vennootschapsbelasting bevestigd. De vraag in hoeverre de betalingen ten laste van het resultaat konden worden gebracht, bleef onbeantwoord omdat de informele kapitaalstorting niet werd aangenomen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aanslag vennootschapsbelasting en wijst het beroep af omdat de betalingen niet als informele kapitaalstortingen worden aangemerkt.