ECLI:NL:HR:1995:AA3016
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over aftrekbaarheid ontruimingsvergoedingen bij kamerverhuur
Belanghebbende was eigenaar van een bovenwoning die traditioneel per kamer werd verhuurd. Na een aanschrijving van de gemeente om gebreken te herstellen, zegde hij de huur op en sloot met bewoners een dading voor ontruiming tegen betaling van een verhuiskostenvergoeding.
Het hof verwierp de stelling van belanghebbende dat hij gedwongen was de verhuur te staken vanwege herstelkosten, oordelend dat hij koos voor zelfbewoning. De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel onvoldoende is om de stelling van gedwongen beëindiging te weerleggen, waardoor het causaal verband tussen ontruimingsvergoedingen en kamerverhuur niet is uitgesloten.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor nader onderzoek of sprake is van een zakelijk verantwoorde keuzemogelijkheid. Afhankelijk daarvan moeten de ontruimingsvergoedingen worden aangemerkt als aftrekbare kosten of als kosten van persoonlijke aard.
Daarnaast krijgt belanghebbende de mogelijkheid zich uit te laten over proceskosten, en wordt het griffierecht vergoed. Dit arrest is gewezen door vijf raadsheren in raadkamer op 25 januari 1995.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de aftrekbaarheid van ontruimingsvergoedingen.