ECLI:NL:HR:1995:AA1596
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag kapitaalsbelasting bij fusie met alternatieve omwisselingsopties
X N.V. voerde in 1991 een fusie uit waarbij aandeelhouders van Y N.V. hun aandelen konden omwisselen tegen aandelen in X N.V. met twee keuzemogelijkheden: uitsluitend aandelen en warrants, of aandelen, warrants en een contante toebetaling. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag kapitaalsbelasting op omdat hij de contante toebetaling van de tweede optie toerekende aan alle uitgegeven aandelen, waardoor de vrijstelling van kapitaalsbelasting niet van toepassing zou zijn.
Het Hof handhaafde deze naheffingsaanslag, stellende dat het om één omwisselingsoperatie ging en de contante toebetaling daarom aan alle aandelen moest worden toegerekend. X N.V. stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel, stellende dat het Hof ten onrechte de contante toebetaling aan alle aandelen toerekende en dat er sprake was van twee afzonderlijke transacties.
De Hoge Raad oordeelde dat bij een fusie met een alternatief aanbod aan aandeelhouders, waarbij zij kunnen kiezen tussen aandelen of aandelen met contante betaling, dit als één bijeenbrengen van kapitaal moet worden beschouwd. De contante toebetaling mag niet worden toegerekend aan alle aandelen, zodat de fusievrijstelling van kapitaalsbelasting voor de aandelenomwisseling zonder contanten van toepassing blijft. De naheffingsaanslag werd daarom vernietigd.
Daarnaast besprak de Hoge Raad de fiscale kwalificatie van warrants, die in deze zaak gelijkgesteld worden aan aandelen, en de toepassing van Europese richtlijnen op de Nederlandse wetgeving. De zaak werd aangehouden voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de interpretatie van de richtlijn inzake kapitaalsbelasting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de naheffingsaanslag kapitaalsbelasting en het arrest van het Hof en stelt de zaak aan voor prejudiciële vragen over de toepassing van de Europese richtlijn.