ECLI:NL:PHR:1995:AA1596
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling kapitaalsbelasting bij aandelenruil met warrants en contante bijbetaling
In deze zaak heeft X N.V. in 1991 ruim 95% van de aandelen van Y N.V. verworven via een omwisselingsoperatie met een tweeledige bieding: aandeelhouders konden kiezen tussen ruil tegen aandelen met of zonder contante bijbetaling, waarbij ook warrants werden uitgegeven. Het hof oordeelde dat de contante bijbetaling moest worden toegerekend aan alle verworven aandelen en handhaafde de naheffingsaanslag kapitaalsbelasting.
X N.V. stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel en betoogde dat het hof ten onrechte één omwisselingsoperatie als één transactie kwalificeerde, terwijl volgens X sprake was van meerdere transacties in de zin van de Europese Richtlijn 69/335/EEG. Tevens werd de vraag opgeworpen of warrants als aandelen of contanten moeten worden aangemerkt voor de toepassing van de vrijstelling.
De conclusie van de procureur-generaal bevat een uitgebreide analyse van de relevante Europese richtlijnen en nationale wetgeving (Wet op belastingen van rechtsverkeer), de juridische kwalificatie van warrants, en de interpretatie van het begrip 'transactie' binnen de richtlijn. Gelet op de onduidelijkheid wordt voorgesteld prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EG over de toepassing van de vrijstelling bij alternatieve biedingen met warrants en contante bijbetaling.
De zaak betreft de fiscale kwalificatie van een complexe aandelenruil met keuzemogelijkheden, waarbij het belang ligt bij de juiste toepassing van kapitaalsbelastingvrijstellingen en de interpretatie van Europese regelgeving ten aanzien van fusies en herstructureringen.
Uitkomst: De zaak is aangehouden en prejudiciële vragen zijn gesteld aan het Hof van Justitie van de EG over de toepassing van de kapitaalsbelastingvrijstelling bij aandelenruil met warrants en contante bijbetaling.