ECLI:NL:HR:1995:AA1551
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over aftrekbaarheid kosten verblijf in particulier tehuis voor psychisch zieke echtgenote
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 48.174,--. Tegen deze aanslag werd bezwaar gemaakt, dat door de Inspecteur werd afgewezen. Vervolgens kwam belanghebbende in beroep bij het Hof Amsterdam, dat de aanslag bevestigde. De Hoge Raad behandelt het beroep in cassatie tegen deze uitspraak.
De zaak betreft de vraag of de kosten van ƒ 6.840,-- voor het verblijf en de verzorging van de psychisch zieke echtgenote van belanghebbende in een particulier tehuis aftrekbaar zijn als uitgaven ter zake van ziekte. Het tehuis is geen erkende AWBZ-instelling, maar biedt verzorging en begeleiding aan mensen met een psychische aandoening. Belanghebbende had de ziektekostenverzekeraar verzocht deze kosten te vergoeden, met medische verklaringen van een huisarts en een zenuwarts.
Het Hof oordeelde dat de kosten niet aftrekbaar waren omdat de verzorging geen medische behandeling vormde en niet door een geneeskundige werd uitgevoerd. De Hoge Raad stelt dat het Hof ten onrechte voorbijging aan de wetsgeschiedenis en het beleid rond AWBZ-verstrekkingen, waarin ook maatschappelijke dienstverlening en beschermd wonen zijn begrepen. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het Hof Arnhem voor een inhoudelijke beoordeling of de verzorging en begeleiding in het tehuis gelijkwaardig zijn aan die van een regionale AWBZ-instelling voor beschermd wonen.
De Hoge Raad bepaalt tevens dat belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed krijgt en krijgt gelegenheid zich uit te laten over proceskosten. Het arrest is op 5 april 1995 uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Hof Arnhem voor herbeoordeling van de aftrekbaarheid van de kosten van het verblijf in het particulier tehuis.