ECLI:NL:HR:1995:AA1494
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over premieheffing volksverzekeringen bij arbeidsongeschiktheid en buitenlandse uitkering
Belanghebbende, geboren in 1937 en woonachtig in Nederland, had in 1986 zijn beroepswerkzaamheden wegens arbeidsongeschiktheid gestaakt en ontving een Duitse arbeidsongeschiktheidsuitkering (Erwerbsunfähigkeitsrente) en een WAO-uitkering. Voor dat jaar werd hem een premieheffing volksverzekeringen opgelegd, die hij betwistte.
Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch vernietigde het bezwaar van belanghebbende en stelde de aanslag lager vast, maar de Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte het premie-inkomen niet had verminderd met het bedrag van de Duitse rente, aangezien die rente niet aan Duitse premieheffing was onderworpen. De Hoge Raad stelde vast dat belanghebbende, gelet op het Europese recht en zijn situatie, wel aan de Nederlandse premieheffing onderworpen was.
De Hoge Raad paste de aanslag aan door de premie voor de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) proportioneel te verminderen met het deel van de Duitse rente in het totale inkomen. Tevens werden proceskostenvergoedingen toegekend en belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over proceskostenveroordeling van de wederpartij.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en vermindert de premieheffing aanslag met f 521,--.