ECLI:NL:HR:1992:ZC5200
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingheffing op dividenduitkering fonds voor gemene rekening
Belanghebbende, een fonds voor gemene rekening opgericht in 1985, kreeg een naheffingsaanslag dividendbelasting opgelegd over een dividenduitkering in 1986. Het Hof Amsterdam vernietigde deze aanslag omdat het oordeel was dat de uitkering niet als winstuitkering kon worden aangemerkt, maar als terugbetaling van gestort kapitaal, voor zover het fondsvermogen niet hoger was dan het gestorte bedrag.
De Staatssecretaris stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte had geoordeeld dat het leerstuk van winstanticipatie niet van toepassing was, omdat het fonds volgens het beleggingsbeleid de verliezen zou inlopen. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat alleen een uitkering die redelijkerwijs binnen afzienbare tijd uit winst kan worden gedekt als winstuitkering geldt.
Verder oordeelde het Hof dat de uitkering niet was gedaan in anticipatie op toekomstige winst en dat de presentatie in de jaarrekening geen aanleiding gaf tot een andere kwalificatie. De Hoge Raad vond de motivering van het Hof voldoende en verwierp het beroep. De Staatssecretaris werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de uitkering niet als winstuitkering belast kan worden.