ECLI:NL:HR:1990:ZC4339
Hoge Raad
- Cassatie
- Van Vucht
- Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-normale omstandigheden bij verkoop aanmerkelijk belang aandelen uit fiscale motieven
Belanghebbende verkocht in 1984 acht aandelen van een aanmerkelijk belang in een besloten vennootschap voor een prijs van 200 gulden per aandeel, terwijl de economische waarde per aandeel 4.808 gulden bedroeg. De verkoop vond plaats met als enige motief het verkrijgen van een aflopend aanmerkelijk belang om toekomstige belastingheffing te vermijden.
De Inspecteur stelde de winst uit aanmerkelijk belang vast op basis van de economische waarde, wat belanghebbende betwistte. Het Gerechtshof oordeelde dat de overeenkomst niet onder normale omstandigheden was gesloten, mede vanwege de lage prijs en het fiscale motief, en bevestigde de aanslag.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte artikel 39, lid 5, Wet IB 1964 toepaste en dat de prijs niet als onzakelijk kon worden aangemerkt omdat er wel degelijk zakelijk werd onderhandeld. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat de prijsbepaling beïnvloed was door factoren die niet strookten met het streven naar een zo gunstig mogelijke prijs, waardoor de overeenkomst niet onder normale omstandigheden was gesloten.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht uitging van de door belanghebbende zelf opgegeven waarde voor de aandelen en dat het oordeel van het Hof in cassatie niet kan worden getoetst, waardoor het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de verkoopprijs niet onder normale omstandigheden is vastgesteld.