ECLI:NL:HR:1978:AB7159
Hoge Raad
- Cassatie
- Dubbink
- Ras
- Drion
- Snijders
- Haardt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel rechtbank over niet-gedragen als goede huurder
Verzoekster vorderde bij de Kantonrechter verlenging van haar huurovereenkomst met Shell Onroerend Goed B.V. De Kantonrechter verlengde de huurovereenkomst tot 1 juli 1978, maar de Arrondissementsrechtbank vernietigde deze beslissing en wees het verzoek af. De rechtbank oordeelde dat verzoekster in ernstige mate de gebruiksvoorschriften had overtreden, zoals het onverzorgd achterlaten van woning en tuin, het zonder toestemming plaatsen van een pottenbakkersoven en het aanbrengen van een dakdoorvoer, en onveilige elektrische voorzieningen.
Verzoekster stelde in cassatie dat de rechtbank onjuist had geoordeeld door uit de overtredingen te concluderen dat zij niet als goede huurder kon worden aangemerkt, en dat de rechter belangen had moeten afwegen in plaats van zich te baseren op de overtredingen alleen. Zij voerde aan dat het haar vrij stond de woning naar eigen inzicht in te richten en dat de verhuurder de procedure ex artikel 1302 BW Pro had moeten volgen.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank niet slechts had vastgesteld dat gebruiksvoorschriften waren overtreden, maar dat de ernst van de overtredingen zodanig was dat verzoekster zich niet als een goede huurder had gedragen. De rechtbank had terecht meegewogen dat de oven zonder toestemming was geplaatst en dat de elektrische voorzieningen onveilig waren. Het oordeel van de rechtbank was feitelijk en kon in cassatie niet op juistheid worden getoetst.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en verleende verzoekster toestemming om kosteloos te procederen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank wordt bevestigd.