Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
datum beslissing: 31 maart 2026
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak heeft belanghebbende een wrakingsverzoek ingediend tegen drie raadsheren van het team belastingrecht van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het verzoek werd mondeling ingediend tijdens de zitting van 20 maart 2026 en betrof de vermeende onpartijdigheid van de raadsheren.
Belanghebbende stelde dat de raadsheren het dossier niet hadden gelezen en dat het oordeel van het hof vooraf vaststond, mede omdat zij weigerden een vraag over de 'beneficial owner' te beantwoorden. Tevens verwees hij naar eerdere soortgelijke voorvallen bij andere rechterlijke instanties.
De wrakingskamer oordeelde dat het niet beantwoorden van een vraag tijdens de zitting geen grond voor wraking kan zijn, aangezien het geven van een voorlopig oordeel aan de rechter is voorbehouden. Ook waren de eerdere voorvallen niet gerelateerd aan de raadsheren in deze zaak. Het verzoek bevatte geen feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen.
Daarom werd het wrakingsverzoek niet als een geldig wrakingsverzoek in de zin van artikel 8:15 Awb Pro aangemerkt en buiten behandeling gesteld. Een mondelinge behandeling werd achterwege gelaten en de beslissing werd op 31 maart 2026 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van gegronde feiten die de onpartijdigheid van de raadsheren in gevaar brengen.