ECLI:NL:GHSHE:2026:80

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
200.359.508_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van een verzoek tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht in een civiele procedure

In deze zaak hebben verzoekers, [verzoeker 1] c.s., een verzoek ingediend bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch om een voorlopig deskundigenbericht te bevelen. Dit verzoek is gedaan in het kader van een geschil over gebreken aan een woning die zij hebben gekocht van verweerders, [verweerder 1] c.s. De verzoekers stellen dat na de aankoop van de woning gebreken zijn geconstateerd, waaronder problemen met de riolering, een zinkgat in de tuin en houtrot aan het dak. De verzoekers hebben eerder schadevergoeding gevorderd in een bodemprocedure, maar deze vorderingen zijn afgewezen door de kantonrechter. In hun verzoek tot het deskundigenbericht stellen verzoekers dat zij behoefte hebben aan een objectief oordeel over de gebreken en de oorzaken daarvan, om hun procespositie in de bodemprocedure te versterken.

Verweerders hebben verweer gevoerd en stellen dat het verzoek moet worden afgewezen, onder andere omdat de verzoekers de woning niet goed hebben onderhouden en omdat er een ouderdomsclausule in de koopovereenkomst is opgenomen. Het hof heeft de ontvankelijkheid van het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat het verzoek tijdig is ingediend. Vervolgens heeft het hof geoordeeld dat het verzoek tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht moet worden toegewezen, omdat verzoekers voldoende belang hebben bij het verkrijgen van deskundigenadvies over de gebreken. Het hof heeft een deskundige benoemd en de kosten van het deskundigenonderzoek vastgesteld. Tevens zijn de proceskosten aan de zijde van verweerders toegewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
Uitspraak : 15 januari 2026
Zaaknummer : 200.359.508/01
in de zaak van
[verzoeker 1]
en
[verzoeker 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
verzoekers,
hierna te noemen: [verzoeker 1] c.s.,
advocaat: mr. C.C. Derksen te Amsterdam,
tegen
[verweerder 1]
en
[verweerder 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
verweerders,
hierna te noemen: [verweerder 1] c.s.,
advocaat: mr. T.N. Bakkes te Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Bij verzoekschrift met producties (1 tot en met 6), ontvangen op 1 september 2025, hebben [verzoeker 1] c.s. het hof - kort gezegd - verzocht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, een voorlopig deskundigenbericht te bevelen ter beantwoording van de in het verzoekschrift opgesomde onderzoeksvragen, met veroordeling van [verweerder 1] c.s. in de kosten die zijn verbonden aan dit voorlopig deskundigenbericht (subsidiair deze kosten gelijkelijk over partijen te verdelen).
1.2.
Bij verweerschrift met één productie, ontvangen op 14 november 2025, hebben [verweerder 1] c.s,. verzocht het verzoek van [verzoeker 1] c.s. tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht af te wijzen, hen te veroordelen in de kosten van het voorlopig deskundigenbericht en hen te veroordelen in de kosten van dit geding.
1.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 november 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
  • [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , bijgestaan door mrs. Derksen en F.R.H. van der Leeuw;
  • [verweerder 1] en [verweerder 2] , bijgestaan door mr. Bakkes.
1.4.
Het hof heeft verder kennisgenomen van:
  • de nagezonden productie 7 zijdens [verzoeker 1] c.s., ontvangen op 12 november 2025;
  • de op de mondelinge behandeling door mr. Derksen overgelegde en voorgedragen spreekaantekeningen.
1.5.
Het hof heeft vervolgens een datum voor uitspraak bepaald.

2.De beoordeling

Wat vooraf is gegaan
2.1.
Het gaat om het volgende.
2.1.1.
[verzoeker 1] c.s. hebben op 27 oktober 2020 een woning met bijgebouwen (hierna; de woning) aan [adres 1] te [woonplaats] gekocht van [verweerder 1] c.s. De (notariële) levering van de woning heeft plaatsgevonden op 23 augustus 2021. Na de levering constateerden [verzoeker 1] c.s., zo stellen zij, problemen met de riolering, een zinkgat in de tuin, houtrot aan het dak van de woning en houtrot aan het dak van de garage.
2.1.2.
[verzoeker 1] c.s. hebben [verweerder 1] c.s. in november 2022 in rechte betrokken. In die (bodem)procedure bij de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant vorderden [verzoeker 1] c.s. (onder meer en kort gezegd) primair schadevergoeding op grond van een tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst (betreffende de riolering en het zinkgat) respectievelijk schadevergoeding op grond van onrechtmatig handelen door [verweerder 1] c.s. (betreffende het houtrot aan de daken van de woning en de garage). [verweerder 1] c.s. hebben hiertegen verweer gevoerd.
2.1.3.
Bij vonnis van 26 september 2024 (zaaknummer 10209892 \ CV EXPL 22-5281) heeft de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant de vorderingen van [verzoeker 1] c.s. afgewezen.
2.1.4.
Op 24 december 2024 hebben [verzoeker 1] c.s. een appeldagvaarding laten betekenen aan [verweerder 1] c.s. en hen opgeroepen om op 30 september 2025 te verschijnen bij het hof. Deze (bodem)zaak is bij het hof ingeschreven onder zaaknummer 200.359.557/01.
Het onderhavige verzoek
2.2.
[verzoeker 1] c.s. leggen aan hun verzoek tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht het volgende ten grondslag.
2.2.1.
[verzoeker 1] c.s. hebben al twee - door haar als zodanig aangeduide - deskundigen ingeschakeld. [naam 1] heeft onderzoek gedaan op 5 oktober 2021 en op 11 januari 2022 en [naam 2] op 29 april 2021 (rapport d.d. 29 juni 2022). Uit die onderzoeken blijkt volgens [verzoeker 1] c.s. het volgende (samengevat):
- riolering: [naam 1] concludeert dat de oorzaak van de herhaaldelijke verstoppingen van de riolering komt doordat de leidingen op tegenschot liggen. [naam 2] gaat uit van de juistheid van die conclusie.
- zinkgat: Volgens beide deskundigen is sprake van een waarneembaar zinkgat. Volgens [naam 1] moet er een put aanwezig zijn, omdat een deksellift zichtbaar is. Ter bepaling van de grootte of de diepte moet het gat (nog) machinaal uitgegraven worden. [naam 2] concludeert op basis van de bestektekening uit 1982 dat de voormalig in gebruik zijnde septic tank beschadigd is, waardoor tuingrond in de tank wegspoelt.
- houtrot dak woning: [naam 2] concludeert dat de folie die op het dakbeschot ligt beschadigd is en dat er vuil op de panlatten ligt. Verder zijn het balkhout en het dakbeschot verrot. De wijze waarop de boeiborden zijn aangesloten (de balkkoppen steken uit) is niet correct. Eenvoudig herstelwerk met houtvulmiddel is naar schatting ongeveer één jaar geleden verricht.
- houtrot dak garage: [naam 2] concludeert dat de garage dezelfde gebrekkige aansluiting van boeibord en balklaag heeft als de woning. De balklaag steekt onder het boeibord uit en dat heeft tot verrot balkhout geleid. Vermoedelijk ongeveer een jaar geleden, is hechthout aangebracht om de ruimte tussen de balkkop en het boeibord uit te vullen.
2.2.2.
Met betrekking tot de riolering en het zinkgat hebben [verzoeker 1] c.s. in de (bodem)procedure in eerste aanleg primair schadevergoeding gevorderd vanwege een tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst, die het normale gebruik van de woning belemmert en subsidiair en meer subsidiair hebben zij wijziging van de koopovereenkomst met opheffing van het nadeel gevorderd, op grond van dwaling wegens schending van de mededelingsplicht respectievelijk vanwege wederzijdse dwaling. Met betrekking tot het houtrot aan de daken van de woning en de garage vorderden zij primair schadevergoeding op grond van onrechtmatig handelen subsidiair wijziging van de overeenkomst met opheffing van het nadeel, op grond van dwaling wegens schending van een mededelingsplicht. Zij hebben de totale herstelkosten (de schade) in de (bodem)procedure in eerste aanleg begroot op € 14.931,40.
2.2.3.
[verzoeker 1] c.s. voeren aan dat zij dringend behoefte hebben aan een objectief en onafhankelijk deskundigenbericht, omdat de kantonrechter heeft geoordeeld dat het voorhanden zijnde bewijs onvoldoende was voor toewijzing van hun vorderingen en zij (in de bodemzaak in hoger beroep) verdergaand bewijs wensen over te leggen. Zij achten een voorlopig deskundigenbericht essentieel om de exacte omvang en ernst van de gebreken vast te stellen, de oorzaken van de gebreken en de bekendheid van [verweerder 1] c.s. met de gebreken. Ook achten zij een voorlopig deskundigenbericht noodzakelijk om verdere vertraging en oplopende kosten te voorkomen. Een voorlopig deskundigenbericht kan een einde maken aan de onzekerheid, waardoor een oplossing tussen partijen mogelijk wordt gemaakt, aldus [verzoeker 1] c.s.
2.2.4.
[verzoeker 1] c.s. verzoeken het hof dan ook een onafhankelijke deskundige te benoemen, met de benodigde bouwkundige en constructieve expertise, die een objectief oordeel kan geven over de riolering, het zinkgat en het houtrot aan de daken van de woning en garage. Het doel van het deskundigenbericht is om de exacte omvang en aard van de door [verweerder 1] c.s. veroorzaakte schade vast te stellen, inclusief een beoordeling van de noodzakelijke herstelwerkzaamheden.
Het verweer
2.3.
[verweerder 1] c.s. zijn van mening dat het verzoek moet worden afgewezen en voeren het volgende verweer.
2.3.1.
Volgens [verweerder 1] c.s. hebben [verzoeker 1] c.s. de woning in de afgelopen vijf jaren na de overdracht (tot recentelijk) niet/slecht onderhouden. Ook hebben zij het dak van de woning na een storm anderhalf jaar open gelaten. Daardoor zijn nieuwe gebreken (meer houtrot) ontstaan en is de feitelijke situatie zodanig gewijzigd, dat een deskundige niet meer kan vaststellen dat eventuele gebreken op het moment van de verkoop aanwezig waren of aan [verweerder 1] c.s. kunnen worden toegerekend. Recentelijk hebben [verzoeker 1] c.s. toch onderhouds- en herstelwerkzaamheden uitgevoerd, die de oorspronkelijke dakopbouw en houtconstructie onomkeerbaar hebben veranderd. Een deskundige kan nu uitsluitend deze nieuwe situatie beoordelen, die niets meer zegt over de toestand van ruim vijf jaar geleden. Dat laatste geldt volgens [verweerder 1] c.s. ook voor de riolering en het zinkgat. Eventuele verzakkingen of verstoppingen van de riolering kunnen ook het gevolg zijn van regulier onderhoudsverloop, bodemwerking, onjuist gebruik en verricht graaf- en herstelwerk. Het causaal verband met de staat bij de verkoop is daardoor onttrokken aan objectieve vaststelling, zodat een deskundigenonderzoek geen enkel procesbelang dient. Ook waar het zinkgat betreft ontbreekt ieder belang. Het bestaan, de diepte of omvang van een zinkgat wordt sterk bepaald door de bodemgesteldheid, die onderhevig is aan natuurlijke processen, waterbelasting, verzakkingen en verrichte werkzaamheden in de tuin. Ook vragen [verweerder 1] c.s. zich af waarom [verzoeker 1] c.s. niet al jaren geleden zelf het gat verder heeft uitgegraven om te bekijken of er inderdaad een septic tank aanwezig is of niet.
Volgens [verweerder 1] c.s. zal een voorlopig deskundigenbericht, gelet op het aanzienlijke tijdsverloop sinds de overdracht van de woning, de blootstelling aan de weersomstandigheden en de recent door [verzoeker 1] c.s. verrichte werkzaamheden aan de woning, geen enkel nuttig of betrouwbaar resultaat meer opleveren. Het verzoek mist daarmee procesbelang als bedoeld in artikel 3:303 BW.
2.3.2.
Voorts voeren [verweerder 1] c.s. aan dat in de koopovereenkomst een ouderdomsclausule is opgenomen (de woning is gebouwd in 1982). Daarin is door partijen overeengekomen dat [verweerder 1] c.s. niet konden garanderen dat er geen gebreken zouden zijn die het normaal gebruik wellicht in de weg zouden staan, gezien de verouderde staat van de woning. Het betrof een opknapper en geen nieuwbouwproject. Daarbij is de koop tot stand gekomen zonder voorbehoud, dus met de uitdrukkelijke uitsluiting van de mogelijkheid om een bouwkundig onderzoek te doen. [verzoeker 1] c.s. hebben willens en wetens een oudere woning gekocht met de wetenschap dat er mogelijk herstellingen vereist waren. Juist wegens deze afspraken - waarover uitdrukkelijk is onderhandeld - hebben [verzoeker 1] c.s. voorrang gekregen boven andere potentiële kopers. Dus ook al komen de vermeende gebreken vast te staan, dan zal dat volgens [verweerder 1] c.s. toch niet leiden tot vorderingen op hen wegens non-conformiteit of ongeschiktheid voor normaal gebruik.
2.3.3.
[verweerder 1] c.s. voeren ten slotte aan dat dit verzoek, een jaar na dato van het hoger beroep van de bodemzaak en vijf jaar na aankoop van de woning, juist tot méér vertraging en méér nodeloze kosten leidt. Het verzoek zet oneigenlijke juridische en financiële druk op [verweerder 1] c.s., die de beschuldigingen en procedures -letterlijk- aan het hart gaat. Volgens [verweerder 1] c.s. is het verzoek in strijd met de goede procesorde en getuigt het van misbruik van recht.
De beoordeling van het hof
2.4.
Het hof komt tot de volgende beoordeling.
Toepasselijk recht
2.4.1.
Het hof zal eerst vaststellen welk recht van toepassing is op het onderhavige verzoek.
Op 1 januari 2025 is in werking getreden de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Dit nieuwe bewijsrecht geldt voor verzoeken die op of na 1 januari 2025 zijn ingediend. Nu het onderhavige verzoekschrift is ingediend op 1 september 2025, is het nieuwe bewijsrecht hierop van toepassing.
Ontvankelijkheid verzoek
2.4.2.
Op grond van artikel 196 Rv dient het verzoek tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht te worden ingediend voordat een bodemzaak aanhangig is, of als het geding aanhangig is gemaakt, voordat de bodemzaak op de rol is ingeschreven.
In dit geval is het verzoek ingediend nádat [verzoeker 1] c.s. [verweerder 1] c.s. hebben gedagvaard in hoger beroep (december 2024), maar vóórdat zij de zaak hebben ingeschreven op de rol van het hof (30 september 2025). [verzoeker 1] c.s. kunnen dus worden ontvangen in hun verzoek tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht. Uit het roljournaal van de bodemzaak (200.359.557/01) blijkt overigens dat die zaak voor mondelinge behandeling na aanbrengen staat op 25 februari 2026. Er zijn nog geen inhoudelijke memories genomen.
Inhoudelijke beoordeling verzoek
2.4.3.
Artikel 196 Rv bepaalt verder dat een verzoek tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht door de rechter wordt toegewezen, tenzij hij van oordeel is dat:
de informatie die verlangd wordt, niet voldoende bepaald is;
onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat;
het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde;
sprake is van misbruik van bevoegdheid; of
andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting.
2.4.4.
Met inachtneming van voornoemde maatstaf is het hof van oordeel dat het verzoek van [verzoeker 1] c.s. tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht moet worden toegewezen. Het hof licht dit als volgt toe.
Naar het oordeel van het hof hebben [verzoeker 1] c.s. in hun verzoekschrift de aard en het beloop van de vorderingen in de bodemzaak tegen [verweerder 1] c.s. voldoende uiteengezet. Het is het hof ook voldoende duidelijk op welk feitelijk gebeuren het door [verzoeker 1] c.s. gewenste deskundigenbericht betrekking zal hebben. Aan het vereiste van voldoende bepaaldheid is dan ook voldaan.
Anders dan door [verweerder 1] c.s. betoogd, is het hof daarnaast van oordeel dat [verzoeker 1] c.s. voldoende belang hebben bij hun verzoek. Met het verzochte voorlopig deskundigenbericht beogen zij (onder meer) de exacte omvang, ernst en oorzaak van de door hen geconstateerde problemen met de riolering, het zinkgat en het houtrot aan de daken van de woning en garage vast te stellen, alsmede de (mogelijke) bekendheid van [verweerder 1] c.s. met die gebreken tijdens de verkoop van de woning en ook de noodzakelijke (kosten van) herstelwerkzaamheden. Hiermee strekt het verzochte voorlopig deskundigenbericht ertoe om [verzoeker 1] c.s. bewijs te verschaffen van feiten en omstandigheden die zij in de reeds aanhangige bodemprocedure (in hoger beroep) dienen aan te tonen en om hun processuele positie en kansen in die bodemzaak (nader) te kunnen beoordelen. Het hof is voorts van oordeel dat het aan de deskundige is om te beoordelen of het onderzoek, gelet op het tijdsverloop sinds de overdracht van de woning, de bodemgesteldheid, de blootstelling aan de weersomstandigheden, mogelijk onjuist gebruik en de mogelijk verrichte herstelwerkzaamheden, een betrouwbaar resultaat oplevert of niet. Of de nieuwe situatie nog iets kan zeggen over de toestand van ruim vijf jaar geleden, bepaalt aldus de deskundige. Of eenmaal geconstateerde gebreken uiteindelijk zullen leiden tot vorderingen wegens non-conformiteit of ongeschiktheid voor normaal gebruik, doet voorts niet ter zake. Uitgangspunt is immers dat niet op de uitkomst van de (bodem)procedure mag worden vooruitgelopen (vergelijk HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3250, r.o. 4.2.2).
Ten slotte is het hof van oordeel dat geen sprake is van strijd met de goede procesorde of misbruik van bevoegdheid. [verweerder 1] c.s heeft daartoe te weinig gesteld. Onder de omstandigheden van deze zaak ziet het hof niet in dat het belang van [verweerder 1] c.s. bij het niet bevelen van een voorlopig deskundigenbericht zwaarder dient te wegen dan het belang van [verzoeker 1] c.s. bij het bevelen van dat bericht.
2.4.5.
Omdat het verzoek ook verder aan alle formele vereisten voldoet (artikel 197 Rv) en van (andere) afwijzingsgronden niet is gebleken, zal het hof het verzoek toewijzen zoals nader in het dictum omschreven.
Persoon van de deskundige
2.4.6.
[verzoeker 1] c.s. hebben ing. [naam 3] ( [B.V.] B.V.) aangedragen als deskundige. [verweerder 1] c.s. hebben bezwaar geuit tegen de benoeming van een deskundige met expertise in constructies. Het hof begrijpt de standpunten van partijen aldus dat zij het niet eens zijn over de persoon van de te benoemen deskundige. Het hof heeft dan ook zelf een onafhankelijke deskundige met bouwexpertise (een bouwkundige) benaderd en zal deze benoemen.
2.4.7.
Het hof heeft de heer ing. J.J.C. Bollen ( Mercator Projectmanagement ) bereid gevonden om de benoeming te aanvaarden. De heer Bollen heeft verklaard dat het onderwerp van het onderzoek binnen zijn expertise valt en dat hij geen (aan benoeming tot deskundige in de weg staande) banden heeft met partijen. Het hof zal hem derhalve benoemen tot deskundige.
De door de deskundige te beantwoorden vragen
2.4.8.
Beide partijen hebben in het verzoekschrift respectievelijk verweerschrift diverse onderzoeksvragen geformuleerd die zij aan deze deskundige wensen te stellen. Het hof is van oordeel dat zowel de door [verzoeker 1] c.s. voorgestelde vragen als ook de (aanvullende) vragen die door [verweerder 1] c.s. zijn voorgesteld, aan de deskundige ter beantwoording kunnen worden voorgelegd. Met dien verstande dat de formulering hier en daar dient te worden aangepast, met name omdat de gestelde gebreken niet al vast staan, en voorts de vragen over de bevindingen van [naam 1] en/of [naam 2] naar het oordeel van het hof achterwege dienen te blijven. Gelet op het voorgaande zal het hof de navolgende vragen aan de deskundige voorleggen, waarbij voor de duidelijkheid de vragen worden ‘doorgeletterd’:
Vragen over de riolering
Kunt u vast vaststellen of sprake is van een gebrek aan de riolering? Kunt u daarbij specifiek benoemen of de riolering op af- of tegenschot ligt? Kunt u aangeven wat de mogelijke gevolgen zijn (geweest of nog kunnen worden) als de riolering niet op de juiste wijze is gelegd?
Op welke wijze is uw onderzoek naar de stand van de riolering uitgevoerd (visueel, destructief, etc.) en waarom is voor deze wijze gekozen?
Kunt u aangeven wat de oorzaak is van het/de eventueel door u geconstateerde
gebrek(en)?
Indien sprake is van tegenschot, wat is de meest eenvoudige en goedkope wijze om dit te herstellen?
Kunt u een inschatting maken of het/de eventueel geconstateerde gebrek(en) al aanwezig was/waren ten tijde van de koop en als dit het geval was, of dat gebrek/die gebreken bekend hadden moeten, althans hadden kunnen zijn bij [verweerder 1] c.s.?
Vragen over het zinkgat
f. Is er sprake van een zinkgat en zo ja, kunt u een beschrijving geven van de oorzaak van het zinkgat?
g. Op welke wijze hebt u het onderzoek naar de oorzaak van het zinkgat uitgevoerd en waarom is voor deze wijze gekozen?
h. Indien sprake is van een zinkgat door aanwezigheid van een septic tank met een gat erin, is dat op te lossen door dat gat te dichten?
i. Zo nee, wat is de volgende meest eenvoudige oplossing voor het verhelpen van het zinkgat?
j. Indien deze of een andere oplossing verricht is, kan de tuin dan (in feitelijke zin) normaal gebruikt worden?
k. Kunt u een inschatting maken van de aanwezigheid van het mogelijk geconstateerde zinkgat ten tijde van de koop en of dit zinkgat bekend had moeten, althans had kunnen zijn bij [verweerder 1] c.s.?
Vragen over het houtrot aan het dak van de woning
Kunt u vaststellen of sprake is van (een) gebrek(en) aan het dak van de woning en zo ja, een beschrijving hiervan geven?
Kunt u aangeven wat de oorzaak is van het/de mogelijke gebrek(en)?
Op welke manieren kan houtrot geconstateerd worden? Is dit enkel mogelijk als het betreffende hout visueel zichtbaar is of zijn er ook andere manieren waarop houtrot opgemerkt kan worden?
Heeft het gebrek aan onderhoud in de afgelopen vijf jaren de staat van het dak verergerd en, zo ja, in welke mate?
In welke mate heeft het geopend laten van de boeiborden gedurende 1,5 jaar bijgedragen aan het houtrot aan het dak van de woning?
Kunt u een inschatting maken van de aanwezigheid van het houtrot ten tijde van de koop en of dit bekend had moeten, althans had kunnen zijn bij [verweerder 1] c.s.? Indien er verschillende manieren zijn om houtrot te constateren (zie vraag n), kunt u de voorgaande vraag betreffende de bekendheid van [verweerder 1] c.s. dan per manier beantwoorden?
Vragen over het houtrot aan het dak van de garage
Kunt u vaststellen of sprake is van (een) gebrek(en) aan het dak van de garage en zo ja, een beschrijving hiervan geven?
Kunt u aangeven wat de oorzaak is van het/de mogelijke gebrek(en)?
Op welke manieren kan houtrot geconstateerd worden? Is dit enkel mogelijk als het betreffende hout visueel zichtbaar is of zijn er ook andere manieren waarop houtrot opgemerkt kan worden?
Heeft het gebrek aan onderhoud in de afgelopen vijf jaren de staat van het dak van de garage verergerd en, zo ja, in welke mate?
Kunt u een inschatting maken van de aanwezigheid van het houtrot ten tijde van de koop en of dit bekend had moeten, althans had kunnen zijn bij [verweerder 1] c.s.? Indien er verschillende manieren zijn om houtrot te constateren (zie vraag t), kunt u de voorgaande vraag betreffende de bekendheid van [verweerder 1] c.s. dan per manier beantwoorden?
Algemene vraag
Wat is volgens u per gebrek de hoogte van de herstelkosten?
Wat kunt u verder nog opmerken naar aanleiding van uw onderzoek aan de woning en de garage?
Voorschot deskundige
2.4.9.
Het hof zal het voorschot van de deskundige bepalen op de door de heer Bollen begrote kostenopgave van € 7.548,89 inclusief btw. Het voorschot op de kosten van de deskundigen zal gezien artikel 187 lid 1 Rv jo 202 lid 1 laatste zin Rv ten laste van [verzoeker 1] c.s. als verzoekende partij worden gebracht. Het hof ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken.
Proceskosten
2.5.
Het hof zal [verweerder 1] c.s. als de (overwegend) in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van dit verzoek veroordelen. Die kosten aan de zijde van [verzoeker 1] c.s. worden vastgesteld op € 2.428,- (2 punten x tarief II).

3.De beslissing

Het hof:
3.1.
benoemt tot deskundige:
Dhr. ing. J.J.C. Bollen
Mercator Projectmanagement
[adres 2]
[postcode] [kantoorplaats]
( [telefoonnummer] ; [e-mailadres] )
3.2.
bepaalt dat de deskundige onderzoek verricht naar de volgende vragen:
Vragen over de riolering
Kunt u vast vaststellen of sprake is van een gebrek aan de riolering? Kunt u daarbij specifiek benoemen of de riolering op af- of tegenschot ligt? Kunt u aangeven wat de mogelijke gevolgen zijn (geweest of nog kunnen worden) als de riolering niet op de juiste wijze is gelegd?
Op welke wijze is uw onderzoek naar de stand van de riolering uitgevoerd (visueel, destructief, etc.) en waarom is voor deze wijze gekozen?
Kunt u aangeven wat de oorzaak is van het/de eventueel door u geconstateerde
gebrek(en)?
Indien sprake is van tegenschot, wat is de meest eenvoudige en goedkope wijze om dit te herstellen?
Kunt u een inschatting maken of het/de eventueel geconstateerde gebrek(en) al aanwezig was/waren ten tijde van de koop en als dit het geval was, of dat gebrek/die gebreken bekend hadden moeten, althans hadden kunnen zijn bij [verweerder 1] c.s.?
Vragen over het zinkgat
f. Is er sprake van een zinkgat en zo ja, kunt u een beschrijving geven van de oorzaak van het zinkgat?
g. Op welke wijze hebt u het onderzoek naar de oorzaak van het zinkgat uitgevoerd en waarom is voor deze wijze gekozen?
h. Indien sprake is van een zinkgat door aanwezigheid van een septic tank met een gat erin, is dat op te lossen door dat gat te dichten?
i. Zo nee, wat is de volgende meest eenvoudige oplossing voor het verhelpen van het zinkgat?
j. Indien deze of een andere oplossing verricht is, kan de tuin dan (in feitelijke zin) normaal gebruikt worden?
k. Kunt u een inschatting maken van de aanwezigheid van het mogelijk geconstateerde zinkgat ten tijde van de koop en of dit zinkgat bekend had moeten, althans had kunnen zijn bij [verweerder 1] c.s.?
Vragen over het houtrot aan het dak van de woning
Kunt u vaststellen of sprake is van (een) gebrek(en) aan het dak van de woning en zo ja, een beschrijving hiervan geven?
Kunt u aangeven wat de oorzaak is van het/de mogelijke gebrek(en)?
Op welke manieren kan houtrot geconstateerd worden? Is dit enkel mogelijk als het betreffende hout visueel zichtbaar is of zijn er ook andere manieren waarop houtrot opgemerkt kan worden?
Heeft het gebrek aan onderhoud in de afgelopen vijf jaren de staat van het dak verergerd en, zo ja, in welke mate?
In welke mate heeft het geopend laten van de boeiborden gedurende 1,5 jaar bijgedragen aan het houtrot aan het dak van de woning?
Kunt u een inschatting maken van de aanwezigheid van het houtrot ten tijde van de koop en of dit bekend had moeten, althans had kunnen zijn bij [verweerder 1] c.s.? Indien er verschillende manieren zijn om houtrot te constateren (zie vraag n), kunt u de voorgaande vraag betreffende de bekendheid van [verweerder 1] c.s. dan per manier beantwoorden?
Vragen over het houtrot aan het dak van de garage
Kunt u vaststellen of sprake is van (een) gebrek(en) aan het dak van de garage en zo ja, een beschrijving hiervan geven?
Kunt u aangeven wat de oorzaak is van het/de mogelijke gebrek(en)?
Op welke manieren kan houtrot geconstateerd worden? Is dit enkel mogelijk als het betreffende hout visueel zichtbaar is of zijn er ook andere manieren waarop houtrot opgemerkt kan worden?
Heeft het gebrek aan onderhoud in de afgelopen vijf jaren de staat van het dak van de garage verergerd en, zo ja, in welke mate?
Kunt u een inschatting maken van de aanwezigheid van het houtrot ten tijde van de koop en of dit bekend had moeten, althans had kunnen zijn bij [verweerder 1] c.s.? Indien er verschillende manieren zijn om houtrot te constateren (zie vraag t), kunt u de voorgaande vraag betreffende de bekendheid van [verweerder 1] c.s. dan per manier beantwoorden?
Algemene vraag
Wat is volgens u per gebrek de hoogte van de herstelkosten?
Wat kunt u verder nog opmerken naar aanleiding van uw onderzoek aan de woning en de garage?
3.3.
bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van deze beschikking aan de deskundige toezendt;
3.4.
bepaalt dat [verzoeker 1] c.s. binnen twee weken na de datum van deze beschikking (een afschrift van) de processtukken in de hoofdzaak aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en dat partijen alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken, waarbij gegevens die door de ene partij aan de deskundigen worden verschaft, tegelijkertijd in afschrift of ter inzage worden verstrekt aan de wederpartij;
3.5.
bepaalt dat de deskundige pas met het onderzoek beginnen nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;
3.6.
bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek – en ten aanzien van de conceptrapportage – partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;
3.7.
bepaalt dat partijen binnen vier weken moeten reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren;
3.8.
verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;
3.9.
bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;
3.10.
stelt het voorschot op de kosten van de deskundigen vast op
€ 7.548,89 inclusief btw,
tenzij (één van) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij) tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;
3.11.
bepaalt dat [verzoeker 1] c.s. het voorschot zullen voldoen binnen twee weken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
3.12.
verzoekt de deskundige, indien de kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;
3.13.
benoemt mr. J.I.M.W. Bartelds tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier dienen te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;
3.14.
veroordeelt [verweerder 1] c.s. in de proceskosten van het hoger beroep van € 2.428,-.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R.R.M. de Moor, J.I.M.W. Bartelds en C.M. Molhuysen en is in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026.