Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
Noodweer?” die het hof hier als herhaald en ingelast beschouwt bij de bespreking van het verweer ten aanzien van de strafbaarheid van feit 1 dagvaarding I, is het hof van oordeel dat, behalve de verklaring van de verdachte, het dossier geen enkel aanknopingspunt biedt op grond waarvan de door de verdediging gestelde feitelijke toedracht aannemelijk is geworden. Het beroep op noodweer slaagt dan ook niet. In aanvulling daarop overweegt het hof dat de verklaring van de aangever, dat de mishandeling op de gang zou hebben plaatsgehad, niet maakt dat aan zijn verklaring zou moeten worden getwijfeld. Uit de beschrijving van de beelden in het dossier en de beschrijving van de beelden als waargenomen door de rechtbank volgt immers dat de ernstige mishandeling in de hotelkamer van de aangever heeft plaatsgevonden. Ook de verdachte heeft verklaard dat hij aangever in diens kamer heeft geslagen. Ten slotte dient ook de impact die het incident op aangever moet hebben gehad niet uit het oog te worden verloren, temeer niet daar hij direct met fors letsel per ambulance naar het ziekenhuis is gebracht, binnen twee uren na het gebeuren de aangifte heeft gedaan en dit gebeurde door tussenkomst van een telefonisch tolk, daar hij de Nederlandse taal niet machtig was.
€ 3.097,30. Dit bedrag bestaat uit:
- € 2.936,71 (schadepost ‘zorgkosten ziekenhuis’: nota ziekenhuisopname [ziekenhuis 1] );
- € 140,00 (schadepost ‘ziekenhuisopname’: daggeldvergoeding ziekenhuis) en
- € 20,59 (schadepost ‘zorgkosten ziekenhuis’: nota medicatie [ziekenhuis 2] ).
[slachtoffer 1] is toegebracht tot een bedrag van € 10.597,30. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
330 (driehonderd dertig) dagen.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
€ 10.597,30 (tienduizend vijfhonderdzevenennegentig euro en dertig cent), bestaande uit € 3.097,30 (drieduizend zevenennegentig euro en dertig cent) aan materiële schade en € 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata, telkens tot aan de dag der voldoening.