ECLI:NL:GHSHE:2026:408
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis medeplegen opzettelijke overtreding Opiumwet en Geneesmiddelenwet
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 10 oktober 2024. De rechtbank had verdachte veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet en opzettelijke overtreding van een voorschrift van artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet. De straf bestond uit 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Het hof verklaarde het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk voor zover dit gericht was tegen de partiële vrijspraak met betrekking tot een afzonderlijk drugspakket, omdat hoger beroep tegen een vrijspraak niet openstaat volgens artikel 404, eerste lid, Sv. Voor het overige bevestigde het hof het vonnis van de rechtbank integraal, met een nadere motivering en aanvulling van het bewijsmateriaal.
Het bewijs omvatte onder meer het proces-verbaal van een getuigenverhoor waarin werd verklaard dat op 19 december 2022 een man een pakket afleverde met een afzendadres uit Made. De verdediging had primair vrijspraak gevorderd en subsidiair een strafverminderend verweer gevoerd, maar het hof ging hierin niet mee. Het vonnis werd op 17 februari 2026 uitgesproken door een meervoudige kamer van het hof.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de veroordeling van verdachte tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.