Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij op of omstreeks 2 februari 2024 te Helden, in de gemeente Peel en Maas, als bestuurder van een voertuig (trekker met oplegger), daarmee rijdende op de weg, Sterappel , naar rechts heeft gestuurd teneinde rechtsaf te slaan en/of (daarbij) een fietser die zich op dezelfde weg (dicht) naast dan wel rechts dicht achter hem bevond niet voor heeft laten gaan, waardoor, althans mede waardoor, een botsing en/of aan- of overrijding is ontstaan met/tussen/door zijn, verdachtes, voertuig en voornoemde fietser, althans de door hem bestuurde fiets, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
Het proces-verbaal aanrijding misdrijf d.d. 6 mei 2024 (pg. 28-33), voor zover inhoudende als relaas verbalisant [verbalisant 1] :
Locatie ongeval
Het proces-verbaal Verkeersongevallen Analyse d.d. 20 april 2024 (pg. 34-69), voor zover inhoudende als relaas verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :
(het hof begrijpt: de verdachte volgde het verloop van de Sterappel in een haakse bocht naar rechts)in de richting van de Molenstraat. Een kind op een Montego fiets reed zeer waarschijnlijk over het trottoir parallel rechts aan de MAN trekker met oplegger. In het verlengde van het trottoir kwam de fiets in botsing met de rechterzijde van de MAN. Het kind werd overreden door de MAN en overleed als gevolg hiervan.
- fiets, merk Montego;
- bedrijfsauto, merk MAN, kenteken [kenteken 3] , met aangekoppeld
- oplegger, kenteken [kenteken 2] .
buitenspiegel van bijlage VIII behorende bij artikel 5 van Pro de Regeling voertuigen overtroffen.
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 2 februari 2024, (pg. 6-7), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 1] :
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 13 augustus 2025 (afzonderlijk proces-verbaal PL2300-2024017971-21), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 1] :
Verder zag ik dat de vrachtwagen langzaam doorreed, stapvoets, richting het einde van de straat. Het slachtoffer leek de vrachtwagen te volgen op de stoep, waarbij ik opmerkte dat de snelheid van het slachtoffer toenam. Uiteindelijk verloor ik het zicht op het slachtoffer en heb ik hem niet meer kunnen waarnemen.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 2 februari 2024 (pg. 75-80), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
het hof begrijpt: 2 februari 2024) ben ik gaan laden met de door mij bestuurde vrachtauto. Omstreeks 14.30 uur ben ik weggereden bij de school. Ik moest op een gegeven moment in de woonwijk naar rechts afbuigen. Opeens hoorde ik tegen de kunststof van de cabine een doffe tik. Ik ben direct gestopt en uitgestapt en naar de rechter voorzijde, waar ik het geluid hoorde, gelopen. Daar zag ik naast de door mij bestuurde vrachtauto een kind half onder de bumper en het rechtervoorwiel op de straat liggen.
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 2 februari 2024 (pg. 11-12), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 2] :
Kamerstukken II1990-1991, 22 030, nr. 3, p. 66: ‘De bepaling strekt er slechts toe evidente vormen van gevaar of hinder aan te pakken.’).
vrachtauto) met een snelheid variërend van 10 tot 20 kilometer/uur over een afstand van ongeveer 340 meter op de weg Sterappel en is op het punt waar die weg zijn verloop in een haakse bocht naar rechts heeft (terwijl die weg daar min of meer rechtdoor overgaat in de weg Bellefleur), naar rechts afgeslagen om zijn weg op de Sterappel te vervolgen. Het slachtoffer reed op zijn (kinder)fietsje vanaf een punt ongeveer 225 meter gelegen vóór die haakse bocht op diezelfde weg Sterappel en na enige meters (
het hof begrijpt: ongeveer ter hoogte van de woning met [adres 2] of [adres 4]) op het voetpad gelegen aan de rechterkant van die weg in dezelfde richting als de vrachtauto. Het voetpad en de rijbaan van Sterappel zijn van elkaar gescheiden door een strook met parkeerplaatsen waarop auto’s geparkeerd stonden tot ongeveer 50 meter vóór de haakse bocht naar rechts: over de lengte van die laatste 50 meter is het voetpad van de rijbaan gescheiden door een strook met lage begroeiing en enkele tot op de (relatief dunne) stam teruggesnoeide bomen. Op het moment dat de vrachtauto rechtsaf sloeg, kwam het slachtoffer vanaf het parallelle voetpad en fietste rechtdoor. Het slachtoffer moet zich – gelet op de lengte van een trekker met oplegger, de door de vrachtauto gereden lage snelheid en de snelheid van het slachtoffer op zijn kinderfiets dat met de vrachtauto is meegefietst – enige tijd kort voor de botsing rechts naast de vrachtauto hebben bevonden. De verdachte heeft bij het rechtsaf slaan het slachtoffer niet voor laten gaan waardoor de fiets(er) tegen de vrachtauto is gebotst en gevaar op de weg is veroorzaakt. Het slachtoffer, [slachtoffer 1] is door (de letsels ten gevolge van) die botsing komen te overlijden.
overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
- De aard, de toedracht en de gevolgen van de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad, waaronder de intentie van de dader en de aard en ernst van het aan het primaire slachtoffer toegebrachte leed.
- De wijze waarop het secundaire slachtoffer wordt geconfronteerd met de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad en de gevolgen daarvan. Daarbij kan onder meer worden betrokken of hij door fysieke aanwezigheid of anderszins onmiddellijk kennis kreeg van het onrechtmatige handelen jegens het primaire slachtoffer, of dat hij nadien met de gevolgen van dit handelen werd geconfronteerd. Bij een latere confrontatie kan een rol spelen in hoeverre zij onverhoeds was. Bij het aan dit gezichtspunt toe te kennen gewicht kan meewegen of het secundaire slachtoffer beroepsmatig of anderszins bedacht moest zijn op een dergelijke schokkende gebeurtenis.
- De aard en hechtheid van de relatie tussen het primaire slachtoffer en het secundaire slachtoffer, waarbij geldt dat bij het ontbreken van een nauwe relatie niet snel onrechtmatigheid kan worden aangenomen.
- De aard, de toedracht en de gevolgen van de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad, waaronder de intentie van de dader en de aard en ernst van het aan het primaire slachtoffer toegebrachte leed.
- De wijze waarop het secundaire slachtoffer wordt geconfronteerd met de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad en de gevolgen daarvan. Daarbij kan onder meer worden betrokken of hij door fysieke aanwezigheid of anderszins onmiddellijk kennis kreeg van het onrechtmatige handelen jegens het primaire slachtoffer, of dat hij nadien met de gevolgen van dit handelen werd geconfronteerd. Bij een latere confrontatie kan een rol spelen in hoeverre zij onverhoeds was. Bij het aan dit gezichtspunt toe te kennen gewicht kan meewegen of het secundaire slachtoffer beroepsmatig of anderszins bedacht moest zijn op een dergelijke schokkende gebeurtenis.
- De aard en hechtheid van de relatie tussen het primaire slachtoffer en het secundaire slachtoffer, waarbij geldt dat bij het ontbreken van een nauwe relatie niet snel onrechtmatigheid kan worden aangenomen.
BESLISSING
ten aanzien van de beslissingen met betrekking tot het onder 1 tenlastegelegdeen doet opnieuw recht:
geldboetevan
€ 750,00 (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
7 (zeven) dagen hechtenis;
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
3 (drie) maanden;
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;