In hoger beroep is bewezenverklaard dat de verdachte zich in anderhalve maand samen met anderen schuldig maakte aan meerdere diefstallen met een gestolen pinpas, pogingen daartoe, tweemaal diefstal in vereniging met babbeltrucs en witwassen van €2.411,70.
De slachtoffers waren voornamelijk hoogbejaarde vrouwen die door de babbeltrucs ernstig werden benadeeld. De verdachte en mededaders maakten bewust misbruik van hun kwetsbaarheid, wat het hof zwaar aanrekent. De rechtbank had eerder een straf opgelegd, maar het hof vernietigde de opgelegde gevangenisstraf en legde een nieuwe straf op.
Procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte, mede vanwege gewijzigde persoonlijke omstandigheden van de verdachte, leidden tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.
Het hof bevestigde de overige beslissingen van de rechtbank, waaronder schadevergoedingen aan benadeelde partijen, en achtte de straf passend binnen het kader van de procesafspraken en de ernst van de feiten.
De uitspraak werd op 26 mei 2026 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen.