Op 26 oktober 2023 pleegde de verdachte in Tilburg meerdere strafbare feiten, waaronder dubbele poging tot doodslag door zeer gevaarlijk rijgedrag onder invloed van cannabis, en vernieling van een auto. De rechtbank veroordeelde hem tot 5 jaar gevangenisstraf en 6 jaar rijontzegging, en legde een schadevergoedingsmaatregel op.
In hoger beroep bevestigde het hof de bewezenverklaringen, maar wijzigde de strafoplegging en de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte had bewust levensgevaar veroorzaakt door met hoge snelheid en onder invloed te rijden, ondanks waarschuwingen en het negeren van politie. Zijn verklaring dat hij slachtoffers wilde vermijden werd door het hof als ongeloofwaardig beoordeeld.
Het hof hield rekening met het strafblad van de verdachte en diverse persoonlijkheidsonderzoeken, waarbij geen actuele psychiatrische stoornis werd vastgesteld. Daarom werd geen tbs-maatregel opgelegd, maar wel een gedragsbeïnvloedings- of vrijheidsbeperkende maatregel volgens art. 38z Sr.
De straf werd vastgesteld op 59 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, 6 jaar rijontzegging en een schadevergoedingsmaatregel van €1.335,00 met wettelijke rente en een maximale gijzeling van 13 dagen bij niet-betaling. Het hof erkende een lichte termijnoverschrijding in hoger beroep en verlaagde daarom de straf iets ten opzichte van de rechtbank.
De uitspraak werd op 10 juni 2026 door het hof 's-Hertogenbosch gewezen, waarbij het vonnis van de rechtbank in alle andere onderdelen werd bevestigd.