Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/418735 / KG ZA 24-58)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met producties 1 en 2;
- de mondelinge behandeling, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de bij H-12 formulier van 26 januari 2024 zijdens [appellante] toegezonden producties 5 tot en met 7, die [appellante] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
zie ook bijlage” bijgeschreven. [appellante] heeft bij haar inschrijving een “
bijlage bij UEA [appellante]” gevoegd. Daarin is melding gemaakt van zes overtredingen van de Wet wegvervoer goederen die binnen de terugkijkperiode van drie jaar voorafgaand aan de aanbesteding tot een boete/transactie hebben geleid. In de bijlage is verder vermeld dat er binnen de terugkijkperiode geen strafrechtelijke veroordeling voor strafbare feiten is geweest. Wel zijn er diverse (bestuursrechtelijke) boetes opgelegd voor feiten binnen de terugkijktermijn van drie jaar. Tegen sommige hiervan loopt bezwaar, tegen andere boetes heeft [appellante] geen bezwaar ingediend, aldus de bijlage.
“In het door u ingevulde Uniform Europees aanbestedingsdocument (UEA) heeft u onder deel III uitsluitingsgronden (hoofdstuk corruptie en fraude): neen geantwoord.
Hierbij reageren wij op uw bericht. Voor zover wij kunnen nagaan hebben wij bij alle vragen een antwoord gegeven. Wij vermoeden dan ook dat u doelt op het antwoord 'nee' bij de ernstige beroepsfout en de
Naar aanleiding van uw bericht (…) van maandag 06-11-2023 (12:59 uur), het volgende: De door u genoemde terugkijkpenode van drie jaar geldt niet voor dwingende uitsluitingsgronden, zoals bedoeld in artikel 2.86 van de Aanbestedingswet 2012.
“Ook het vonnis tegen [persoon A] in privé is niet onherroepelijk. Hoger beroep is ingesteld. Los van de vraag of het vonnis kwalificeert als een vonnis dat valt onder de reikwijdte van artikel 2.86 Aanbestedingswet is sprake van de situatie van artikel 2.86 lid 4 aanbestedingswet. Het vonnis is niet onherroepelijk. In het kader van transparantie in pdf het vonnis (…)
In navolging op onze eerdere berichten hebben wij nog een aantal vragen aan u.
“Hierbij onze antwoorden. In zijn algemeenheid merken wij op dat er ons inziens meer van ons wordt gevraagd dan redelijk is. We ervaren de diepgang en uitgebreidheid van de vragen als disproportioneel.(…)
Xafax-jurisprudentie van de Hoge Raad – zakelijk weergegeven – dat de vorderingen van [appellante] niet voor toewijzing in aanmerking komen nu de opdracht, nadat het vonnis in eerste aanleg is gewezen, is gegund aan [bedrijf D] . Verder weerspreekt hij dat de aanbestedingsregels zijn geschonden. Hij heeft gemotiveerd onderbouwd dat en waarom bij hem twijfels zijn gerezen over de integriteit van [appellante] en de uitsluitingsgrond ‘schending van het milieurecht’ en ‘ernstige beroepsfout’ zijn toegepast. Ook heeft hij toegelicht [appellante] voldoende mogelijkheden te hebben geboden haar betrouwbaarheid aan te tonen. Aan de hand van de door [appellante] verstrekte informatie, heeft WSS de door [appellante] getroffen maatregelen onvoldoende geacht. Hierna is hij overgegaan tot het uitsluiten van [appellante] van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure en hierover heeft hij [appellante] bij brief voorzien van zijn motivering voor de uitsluiting bericht.
Xafax).
andereaanbestedingsprocedures in het daarvoor bestemde document (het UEA) dient te melden. Gelet op het stelsel van rechtsbescherming in aanbestedingsprocedures, zoals door de Hoge Raad nader omlijnd in het Xafax-arrest, is het hoger beroep in kort geding in aanbestedingsgeschillen niet bestemd om hierover een oordeel van het hof te verkrijgen. Aantasting van een reeds gesloten overeenkomst na het volgen van een aanbestedingsprocedure is immers alleen mogelijk in de in het Xafax-arrest benoemde gevallen, en uitsluitend door het entameren van een bodemprocedure. Ook voor zover vorderingen op andere grondslagen zijn gebaseerd, bijvoorbeeld als schadevergoeding wordt gevorderd wegens handelen in strijd met de aanbestedingsregels, is het entameren van een bodemprocedure noodzakelijk.
vingerwijzing” in deze procedure.
Forposta-arrest (HvJ EU 13 december 2012, zaak C-465/11) blijkt dat het gaat om ‘elk onrechtmatig gedrag dat invloed heeft op de professionele geloofwaardigheid van de betrokken marktdeelnemer’(zie ook
Generali-arrest HvJ EU 18 december 2014, C-470/13). Uit de toelichting bij artikel 2.87 lid 1 onder c Aw2012 blijkt dat de ernstige fout in de uitoefening van het beroep er op enigerlei wijze toe moet leiden dat de integriteit van de ondernemer in twijfel raakt (MvT op de wijziging van de Aanbestedingswet 2012,
Kamerstukken II 2015/16, 34329, nr. 3 (http://www.legalintelligence.com/documents/?url=http%3A%2F%2Fwww.legalintelligence.com%2Fdocuments%2Flocal%3Fpublisher%3DSDU%26extId%3Dkst-34329-3), p. 68). Als voorbeelden worden overtredingen van voorschriften betreffende de gezondheid, arbeidsomstandigheden, milieudelicten en overtredingen van de Rijtijdenwet genoemd. Ook overtredingen van de Mededingingswet en het hebben begaan van een onrechtmatige daad in het kader van de uitvoering van een opdracht waaruit ernstige schade is voortgevloeid, kunnen als ernstige beroepsfout worden aangemerkt (MvT op de Aanbestedingswet 2012,
Kamerstukken II 2009/10, 32440, nr. 3 (http://www.legalintelligence.com/documents/?url=http%3A%2F%2Fwww.legalintelligence.com%2Fdocuments%2Flocal%3Fpublisher%3DSDU%26extId%3Dkst-32440-3), p. 80).
elk onrechtmatig gedrag (…) dat invloed heeft op de
past-preformance) een aparte uitsluitingsgrond in de aanbestedingswet is geïmplementeerd (2.87 lid 1 onder g Aw2012). Indien het betoog van [appellante] zou moeten worden gevolgd, dan zou de implementatie van die nieuwe uitsluitingsgrond niet nodig zijn geweest, dan wel is sprake van een doublure in de wetgeving, hetgeen niet strookt met de besluitvorming (op Europees niveau) die aan de introductie van die aparte uitsluitingsgrond vooraf is gegaan. Het betoog van [appellante] strekkende tot een beperkte interpretatie van artikel 2.87 lid 1 sub c Aw2012 met een verwijzing naar het Forposta-arrest faalt derhalve.
doen rijzen over de betrouwbaarheid van de ondernemer en reden tot uitsluiting zijn.”
work in progress” is en dat nog geen resultaatmetingen voorhanden waren.
work in progress” niet heeft bedoeld dat haar integriteitsbeleid nog niet volledig was geïmplementeerd, maakt het voorgaande niet anders. Door WSS is immers naar het oordeel van het hof door de hantering van deelvragen nadrukkelijk en voldoende duidelijk aan [appellante] gevraagd te onderbouwen of het beleid volledig is geïmplementeerd en of aan de hand van meetresultaten inzichtelijk is wat het effect is van het beleid. De in het bericht van [appellante] gebezigde bewoordingen dat het beleid “
work in progress” is en dat “
een resultaatmeting (…) nog niet”is gedaan met de opmerking dat niet bekend is hoe meting in zijn werking zou gaan, geven geen blijk van de uitleg die [appellante] in hoger beroep aan die mededelingen verbindt, te weten dat integriteitsbeleid per definitie nooit af is maar nadere bij- en afstemming behoeft en haar uit de vraagstelling niet duidelijk was dat WSS informatie verlangde over resultaatmetingen zodat [appellante] die informatie ook niet heeft gegeven. Dat staat met zoveel woorden niet in het bericht en kan daaruit – mede in relatie tot de gestelde vragen – ook niet worden afgeleid. Uit voornoemd antwoord kan eerder worden begrepen, zoals WSS ook heeft gedaan, dat het beleid nog niet volledig geïmplementeerd was, de effectiviteit daarvan nog niet bekend was en de noodzaak tot het monitoren daarvan niet werd onderkend. WSS kon en mocht voorts afgaan op de destijds door [appellante] zelf verstrekte informatie. WSS heeft redelijkerwijs daaruit de conclusie kunnen en mogen trekken dat de door [appellante] getroffen maatregelen op dat moment niet voldoende concreet of effectief waren om in de toekomst ernstige fouten te voorkomen. Over zijn besluit heeft WSS [appellante] ook in voldoende mate bericht.
- griffierechten € 798,-
- salaris advocaat € 2.428,- (2 punt(en) x tarief II)
- nakosten