ECLI:NL:GHSHE:2025:3587

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
20-002819-23
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen vonnis van de rechtbank Limburg inzake verkrachting, ontuchtige handelingen en kinderporno

In deze zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 16 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Limburg. De verdachte is veroordeeld voor (medeplegen van) verkrachting, ontuchtige handelingen en het vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van kinderporno. De rechtbank had eerder op 10 oktober 2023 een gevangenisstraf van 6 jaren opgelegd, met terbeschikkingstelling en verpleging van overheidswege. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. Het hof heeft de zaak opnieuw beoordeeld, waarbij het hof de verklaringen van de slachtoffers en de bewijsvoering in overweging heeft genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige zedendelicten, waarbij hij gebruik heeft gemaakt van geweld en dwang. Het hof heeft de eerdere veroordeling bevestigd, met inachtneming van de psychische toestand van de verdachte, die lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaren, met terbeschikkingstelling en verpleging van overheidswege. Daarnaast zijn er vorderingen van benadeelde partijen toegewezen, waarbij schadevergoeding is opgelegd voor immateriële en materiële schade.

Uitspraak

Parketnummer : 20-002819-23
Uitspraak : 16 december 2025
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 10 oktober 2023 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 03-166559-23 en 03-245721-22, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2004,
thans verblijvende in [PI] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van:
  • verkrachting, meermalen gepleegd (het in de zaak met parketnummer 03-166559-23 onder 1 primair tenlastegelegde);
  • een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben (het in de zaak met parketnummer 03-166559-23 onder 2 tenlastegelegde);
  • met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam (het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 1 tenlastegelegde);
  • een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden en in bezit hebben (het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 2 tenlastegelegde);
  • mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening (het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 3 tenlastegelegde);
  • feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd (het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 4 tenlastegelegde);
  • verkrachting, meermalen gepleegd (het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 5 tenlastegelegde);
  • een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt (het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 6 tenlastegelegde) en
  • een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben (het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 7 tenlastegelegde)
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, is de maatregel van terbeschikkingstelling
met bevel tot verpleging van overheidswege gelast en is de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opgelegd. Tevens heeft de rechtbank beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] . Tot slot heeft de rechtbank de op de beslaglijst vermelde voorwerpen onttrokken aan het verkeer.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met aanvulling van de gronden waarop dit berust, met uitzondering van het bewezenverklaarde onder 5 in de zaak met parketnummer 03-245721-22 en de beslissingen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en, opnieuw rechtdoende, de verdachte ten aanzien van het onder 5 in de zaak met parketnummer 03-245721-22 tenlastegelegde zal veroordelen ter zake van medeplegen van verkrachting, de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] integraal zal toewijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] zal toewijzen tot een bedrag van € 23.036,48, eveneens met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de schadevergoedingsmaatregel daarnaast zal opleggen voor het in hoger beroep gevorderde aanvullende bedrag. Tot slot heeft de advocaat-generaal ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] gevorderd dat het hof de beslissing van de rechtbank zal bevestigen en daarbij zal bepalen dat de verdachte met zijn mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.
De verdediging heeft ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-166559-23 met betrekking tot het onder 1 primair tenlastegelegde primair vrijspraak bepleit en subsidiair partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van het onderdeel ‘meermalen’. Met betrekking tot het onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-245721-22 heeft de verdediging zich ten aanzien van het onder 1, 3 en 6 tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof. Met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde heeft de verdediging partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van het onderdeel ‘verspreiden’ en zich voor het overige gerefereerd aan het oordeel van het hof. Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde heeft de verdediging vrijspraak bepleit. Met betrekking tot het onder 5 tenlastegelegde heeft de verdediging partiële vrijspraak bepleit van het onderdeel medeplegen en zich voor het overige gerefereerd aan het oordeel van het hof. Ten aanzien van het onder 7 tenlastegelegde heeft de verdediging partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van de bestanddelen verspreiden, aanbieden, openlijk tentoonstellen, invoeren, doorvoeren en uitvoeren en zich gerefereerd aan een bewezenverklaring van het in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal.
Tevens heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd en eveneens bepleit dat het hof zal afzien van het gelasten van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege en zal volstaan met het gelasten van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden.
Ten aanzien van de op de beslaglijst vermelde inbeslaggenomen voorwerpen heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Tot slot heeft de verdediging met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] primair in navolging van de bepleite vrijspraak bepleit het toe te wijzen bedrag te matigen en subsidiair tot afwijzing van hetgeen in hoger beroep aanvullend is gevorderd. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. De verdediging heeft daarnaast verzocht het toe te wijzen bedrag ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 3] te matigen. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft de verdediging bepleit dat het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren dan wel de vordering zal afwijzen.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak met parketnummer 03-166559-23:
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2021 tot en met 31 oktober 2021 in de gemeente Kerkrade, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens), door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, (telkens)
- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij, verdachte, die [slachtoffer 1] moest verkrachten van iemand en/of dat hij bewijs daarvan moest opsturen naar iemand en/of dat het goede video’s moesten zijn, zodat het goed te zien was en/of
- toen die [slachtoffer 1] tegen hem, verdachte, zei dat hij daar geen zin in had en/of dat zij dat niet gingen doen en/of de trap af naar beneden liep, die [slachtoffer 1] (van achteren) heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of van de trap af weer omhoog heeft gesleurd en/of getrokken en/of boven op de slaapkamer op de grond heeft (neer)gegooid en/of
- toen die [slachtoffer 1] tegenstribbelde, die [slachtoffer 1] bij de keel heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of in de zij, althans op/tegen het lichaam, heeft geslagen en/of gestompt en/of
- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat deze hem, verdachte, moest pijpen en/of dat hij, verdachte, seks met hem wilde hebben en/of dat hij, verdachte, dat ook moest filmen en/of
- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat het moest en/of dat die [slachtoffer 1] hem moest pijpen en/of aan die [slachtoffer 1] heeft toegevoegd (de) woorden (van de strekking): “Je moet maar beginnen.” en/of
- zijn, verdachtes, broek en/of onderbroek heeft uitgetrokken en/of naar beneden gedaan en/of
- zijn, verdachtes, penis (hard en/of met kracht en/of diep) in de mond van die [slachtoffer 1] heeft geduwd en/of gebracht en/of
- toen die [slachtoffer 1] gestopt was met pijpen, die [slachtoffer 1] bij de nek heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of (vervolgens) het hoofd van die [slachtoffer 1] naar zijn, verdachtes, penis heeft geduwd en/of gebracht en/of
- nadat die [slachtoffer 1] (herhaaldelijk) aan hem, verdachte, had gevraagd of het zo genoeg was, aan die [slachtoffer 1] heeft toegevoegd (de) woorden (van de strekking): “Ga maar liggen en hou je bek.” en/of tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij ‘doggystyle’ en/of op handen en knieën op het bed en/of de matras(sen) moet gaan zitten/liggen en/of
- vaseline, althans een smeersel, op/om zijn, verdachtes, penis heeft gesmeerd en/of
- een potje met vaseline, althans een smeersel, aan die [slachtoffer 1] heeft gegeven en/of tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat die [slachtoffer 1] dat bij zijn kont moest smeren en/of
- (hard en/of met kracht) zijn, verdachtes, penis in de anus van die [slachtoffer 1] heeft geduwd en/of gebracht en/of
- toen die [slachtoffer 1] schreeuwde en/of zei dat het pijn deed en/of dat hij het niet wilde en/of dat verdachte op moest houden, tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij het vol moest houden en/of dat hij, verdachte, het niet wilde, maar toch moest doen en/of dat die [slachtoffer 1] zijn mond moest houden en niks moest doen en/of
- zijn, verdachtes, penis (met nog meer kracht en/of nog harder en/of sneller en/of dieper) in de anus van die [slachtoffer 1] heeft geduwd en/of bewogen en/of
- toen die [slachtoffer 1] halverwege de trap naar beneden was gerend, die [slachtoffer 1] (opnieuw) (van achteren) heeft vastgepakt en/of van de trap (omhoog) getrokken heeft en/of bij de keel heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of op de badkamer en/of in de douche heeft gegooid en/of
- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat deze hem, verdachte, (wederom) moest pijpen en/of
- zijn, verdachtes, penis (wederom) (hard en/of met kracht en/of diep) in de mond en/of de anus van die [slachtoffer 1] heeft geduwd en/of gebracht,
waardoor verdachte (aldus) voor die [slachtoffer 1] (telkens) een bedreigende situatie heeft doen ontstaan en/of die [slachtoffer 1] (telkens) in een situatie heeft gebracht, waarin hij zich niet of onvoldoende kon en/of durfde te verzetten tegen en/of te onttrekken aan het seksueel binnendringen van zijn lichaam en/of daaraan geen of onvoldoende weerstand kon en/of durfde te bieden en/of (telkens) een zodanige situatie voor die [slachtoffer 1] heeft doen ontstaan dat hij dat seksueel binnendringen niet kon of wist te voorkomen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2021 tot en met 31 oktober 2021, in de gemeente Kerkrade, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 1] ), die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit, of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] ;
2.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2021 tot en met 29 januari 2022 in de gemeente Kerkrade, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) afbeeldingen, te weten foto’s en/of films en/of video’s - en/of (een) gegevensdrager(s), bevattende afbeeldingen, te weten een telefoon (merk Oppo) en/of een telefoon (merk Samsung) en/of een computer (merk Dell) en/of een computer (merk HP Elitebook) - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 1] , is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
- het met de/een penis oraal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 1] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (foto 6, p. 232 en 240 pv);
Zaak met parketnummer 03-245721-22:
1.
hij op of omstreeks 17 september 2022 in de gemeente Kerkrade, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] ;
2.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 september 2022 tot en met 27 september 2022 in de gemeente Kerkrade, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) afbeeldingen, te weten foto’s en/of films en/of video’s - en/of (een) gegevensdrager(s), bevattende afbeeldingen, te weten een telefoon (merk Oppo) en/of een telefoon (merk Samsung) en/of een computer (merk Dell) en/of een computer (merk HP Elitebook) - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] , is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of verspreid en/of in bezit gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
- het met de penis oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 2] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (foto 3, p. 232 en 239 pv en/of foto 4, p. 232 en 239 pv) en/of
- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [slachtoffer 2] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [slachtoffer 2] , althans deze persoon, gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn leeftijd past/passen en/of waarbij die [slachtoffer 2] , althans deze persoon, zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die [slachtoffer 2] , althans deze persoon, en/of de uitsnede van de foto’s/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel en/of de anus en/of de billen van die [slachtoffer 2] , althans deze persoon, in beeld wordt gebracht, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (foto 5, p. 232 en 240 pv);
3.
hij op of omstreeks 27 september 2022 in de gemeente Kerkrade, een ambtenaar, te weten [slachtoffer 3] (zijnde brigadier van Politie Eenheid Limburg), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door (hard en/of met kracht) (door een lederen handschoen heen) in een hand van die [slachtoffer 3] te bijten;
4.
hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2022 tot en met 18 september 2022 te Hoensbroek, in de gemeente Heerlen en/of in de gemeente Kerkrade en/of in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), te weten het meermalen, althans eenmaal, (telkens)
- aanraken en/of betasten en/of vastpakken en/of vasthouden van en/of knijpen in en/of slaan op de penis en/of de testikels en/of de billen van die [slachtoffer 4] en/of
- (op de mond) kussen van die [slachtoffer 4] ,
bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, (telkens)
- misbruik heeft gemaakt van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, dat hij als shiftleader en/of meerdere van die [slachtoffer 4] op die [slachtoffer 4] had en/of
- in een zwembad en/of tijdens het zwemmen (onverhoeds en/of met kracht) de penis en/of de testikels van die [slachtoffer 4] heeft vastgegrepen en/of vastgepakt en/of vastgehouden en/of aangeraakt en/of betast en/of (onverhoeds en/of met kracht) in de penis en/of de testikels van die [slachtoffer 4] heeft geknepen en/of op/tegen de billen van die [slachtoffer 4] heeft geslagen en/of
- (op de glijbaan van het zwembad) (onverhoeds) (met beide handen) die [slachtoffer 4] bij de billen heeft vastgepakt en/of de zwembroek van die [slachtoffer 4] heeft vastgepakt en/of aan de zwembroek van die [slachtoffer 4] heeft getrokken en/of de zwembroek van die [slachtoffer 4] (gedeeltelijk) naar beneden heeft getrokken en/of
- tegen die [slachtoffer 4] heeft gezegd dat hij, verdachte, hem van kant wilde maken en/of het huis van die [slachtoffer 4] in de fik wilde steken en/of die [slachtoffer 4] wilde verkrachten en/of aan die [slachtoffer 4] heeft toegevoegd (de) woorden (van de strekking): “Als je te laat komt, neem ik jou anaal.” en/of “Kom het maar goedmaken in de koeling.” en/of
- (in/bij de koeling en/of op/bij het toilet op de werkvloer/werkplek en/of op zijn, verdachtes, slaapkamer en/of op de openbare weg) die [slachtoffer 4] (onverhoeds en/of met kracht) bij de penis en/of de testikels en/of de billen heeft vastgegrepen en/of vastgepakt en/of vastgehouden en/of in de penis en/of de testikels en/of de billen van die [slachtoffer 4] heeft geknepen en/of op de billen van die [slachtoffer 4] heeft geslagen en/of die [slachtoffer 4] (onverhoeds) (met zijn, verdachtes, beide handen) bij beide armen heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of (vervolgens) (op de mond) heeft gekust;
5.
hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2022 tot en met 17 september 2022 in de gemeente Kerkrade, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 5] , bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin,
dat hij, verdachte, en/of zijn mededader meermalen, althans eenmaal, (telkens)
- tegen die [slachtoffer 5] heeft/hebben gezegd dat die [slachtoffer 5] mee naar boven en/of naar zolder moest gaan en/of
dat zijn, verdachtes, mededader, meermalen, althans eenmaal, (telkens)
- een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp, op/tegen de keel van die [slachtoffer 5] heeft gezet en/of gehouden en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat hij stil moest blijven, omdat hij hem anders zou voelen en/of aan die [slachtoffer 5] heeft toegevoegd (de) woorden (van de strekking): “Als je niet luistert, snij ik je neus eraf.” en/of
- die [slachtoffer 5] op een bed heeft gegooid en/of geduwd en/of gelegd en/of
- een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp, onder de neus en/of onder de testikels van die [slachtoffer 5] heeft gezet en/of geduwd en/of gehouden en/of
- tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat hij twee keuzes had en/of dat hij óf ter plekke zou worden afgemaakt óf alleen geestelijk letsel zou krijgen en/of dat als hij seks zou hebben, hij zou blijven leven en alleen mentale schade zou hebben en/of dat hij bij optie één gewoon zou worden afgemaakt en/of
- die [slachtoffer 5] heeft belet de (zolder)kamer uit te gaan, althans daarheen te gaan waar deze wilde gaan, en/of
dat hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, (telkens)
- misbruik heeft gemaakt van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, dat hij als shiftleader en/of meerdere van die [slachtoffer 5] op die [slachtoffer 5] had en/of
- tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat hij zijn kleren uit moest doen en/of dat die [slachtoffer 5] 30 seconden kreeg om zijn kleren uit te doen en/of
- tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat hij moest komen en/of daarbij naar zijn, verdachtes, kruis en/of penis heeft gewezen en/of
- het hoofd en/of de haren van die [slachtoffer 5] heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of aan de haren van die [slachtoffer 5] heeft getrokken en/of zijn, verdachtes, penis (met kracht en/of diep) in de mond van die [slachtoffer 5] heeft geduwd en/of gebracht en/of
- die [slachtoffer 5] bij de keel heeft vastgegrepen en/of vastgepakt en/of vastgehouden en/of
- toen die [slachtoffer 5] zei dat hij het niet wilde, tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat hij zijn mond moest houden en/of dat het moest, omdat anders vrienden van hem, verdachte, achter die [slachtoffer 5] aan zouden komen en/of zijn familie iets aan zouden doen en/of
- tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat hij (in de douche) op zijn knieën moest gaan zitten en/of met zijn gezicht/hoofd en/of handen naar/tegen de muur (gericht) moest gaan en/of blijven staan en/of op zijn buik en/of rug op bed moest gaan liggen en/of zijn benen omhoog moest doen en/of
- (vervolgens) (met kracht en/of diep) zijn, verdachtes, penis in de mond en/of de anus van die [slachtoffer 5] heeft geduwd en/of gebracht en/of
- op de billen van die [slachtoffer 5] heeft geslagen en/of
- in het gezicht van die [slachtoffer 5] heeft getikt en/of
- toen die [slachtoffer 5] aan hem had toegevoegd (de) woorden (van de strekking): ‘Auw!” en/of “Rustig, rustig!”, aan die [slachtoffer 5] heeft toegevoegd (de) woorden (van de strekking): “Kan niet, het moet.” en/of “Ik kom klaar, blijf zitten.” en/of
- terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer 5] anaal penetreerde, (het lichaam van) die [slachtoffer 5] (hard en/of met kracht) naar beneden heeft geduwd en/of
- tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat het moest worden opgenomen, omdat mensen uit zijn, verdachtes, groep boos op die [slachtoffer 5] waren en/of dat de video’s niet goed waren en/of dat de video’s opnieuw moesten worden gemaakt en/of toen die [slachtoffer 5] zei dat hij dat niet wilde, tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat dan die mensen naar zijn huis zouden komen en/of
- (telefonisch en/of via Facetime en/of via WhatsApp) tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat er mensen naar het huis van die [slachtoffer 5] zouden komen die het huis van die [slachtoffer 5] in de fik zouden zetten en/of die [slachtoffer 5] zouden ontvoeren en/of afmaken, als die [slachtoffer 5] niet (opnieuw) naar zijn, verdachtes, woning zou komen en/of
- tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat als die [slachtoffer 5] naar de politie zou gaan, de filmpjes op het darkweb gezet zouden worden en/of die [slachtoffer 5] ontvoerd en/of naar het buitenland gebracht zou worden om daar geneukt en vermoord te worden,
waardoor verdachte en/of zijn mededader (aldus) voor die [slachtoffer 5] (telkens) een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan en/of die [slachtoffer 5] (telkens) in een situatie heeft/hebben gebracht, waarin hij zich niet of onvoldoende kon en/of durfde te verzetten tegen en/of te onttrekken aan het seksueel binnendringen van zijn lichaam en/of daaraan geen of onvoldoende weerstand kon en/of durfde te bieden en/of (telkens) een zodanige situatie voor die [slachtoffer 5] heeft/hebben doen ontstaan dat hij dat seksueel binnendringen niet kon of wist te voorkomen;
6.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2022 tot en met 27 september 2022 in de gemeente Kerkrade, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) afbeeldingen, te weten foto’s en/of films en/of video’s - en/of (een) gegevensdrager(s), bevattende afbeeldingen, te weten een telefoon (merk Oppo) en/of een telefoon (merk Samsung) en/of een computer (merk Dell) en/of een computer (merk HP Elitebook) - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 5] , geboren op [geboortedatum 3] , is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
- het met de penis oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 5] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(foto 7, p. 232, 240 en 241 pv en/of
foto 8, p. 232 en 241 pv en/of
foto 9, p. 232 en 241 pv en/of
foto 10, p. 232 en 242 pv)
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
7.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 januari 2022 tot en met 27 september 2022 in de gemeente Kerkrade, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) afbeeldingen, te weten foto’s en/of films en/of video’s - en/of (een) gegevensdrager(s), bevattende afbeeldingen, te weten een telefoon (merk Oppo) en/of een telefoon (merk Samsung) en/of een computer (merk Dell) en/of een computer (merk HP Elitebook) - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid, aangeboden, openlijk tentoongesteld, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verworven, in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
- het met de penis oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de penis oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (foto 1, p. 231 en 238 pv en/of foto 6, p. 232 en 240 pv) en/of
- het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong en/of (een) voorwerp(en) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de anus, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong en/of (een) voorwerp(en) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de anus, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) betasten en/of aanraken van het eigen geslachtsdeel, de eigen anus, de eigen billen en/of borsten door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (foto 2, p. 231 en 238 pv en/of foto 12, p. 232, 233, 242 en 243 pv) en/of
- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (foto 11, p. 232 en 242 pv).
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Partiële vrijspraak van het onder 7 tenlastegelegde (parketnummer 03-245721-22)
Op grond van het dossier is het hof van oordeel dat de verdachte partieel vrijgesproken dient te worden van het onder 7 tenlastegelegde en het hof overweegt daartoe het navolgende.
Uit het dossier volgt dat de tenlastegelegde foto 1 (p. 231 en 238) is aangetroffen op de inbeslaggenomen desktop (merk Dell). Voorts volgt uit het dossier dat op deze gegevensdrager drie aangetroffen afbeeldingen zijn geclassificeerd als zijnde kinderpornografische afbeeldingen en dat met betrekking tot deze desbetreffende afbeeldingen kan worden gesteld dat deze bestanden niet benaderbaar zijn voor een gebruiker zonder grondige kennis van het besturingssysteem en/of het gebruik van forensische software. Op grond hiervan is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte deze foto in bezit heeft gehad.
De tenlastegelegde foto 2 (p. 231 en 238) is aangetroffen op de inbeslaggenomen telefoon van de verdachte (merk Oppo). Voorts volgt uit het dossier dat op deze gegevensdrager 229 aangetroffen afbeeldingen zijn geclassificeerd als zijnde kinderpornografische afbeeldingen. Met betrekking tot 203 van het totale aantal als kinderpornografisch geclassificeerde afbeeldingen kan worden gesteld dat deze bestanden niet benaderbaar zijn voor een gebruiker zonder grondige kennis van het besturingssysteem en/of het gebruik van forensische software. Van 26 van deze afbeeldingen kan wel worden gesteld dat deze vanwege de locatie van de bestanden op de gegevensdrager voor de gebruiker benaderbaar zijn. Het hof is echter van oordeel dat op grond van het dossier onvoldoende duidelijk is of de tenlastegelegde foto 2 één van die 26 benaderbare foto’s betreft of één van de 203 niet benaderbare foto’s betreft. Derhalve kan het hof niet vaststellen dat de verdachte deze foto in bezit heeft gehad.
Op grond van het voorgaande zal het de verdachte partieel vrijspreken van het tenlastegelegde in bezit hebben van de foto’s 1 en 2.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 03-166559-23 onder 1 primair en 2 en het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
Zaak met parketnummer 03-166559-23:
1.
hij in de periode van 1 juni 2021 tot en met 31 oktober 2021 in de gemeente Kerkrade, meermalen, door geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin dat hij, verdachte,
- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij, verdachte, die [slachtoffer 1] moest verkrachten van iemand en dat hij bewijs daarvan moest opsturen naar iemand en dat het goede video’s moesten zijn, zodat het goed te zien was en
- toen die [slachtoffer 1] tegen hem, verdachte, zei dat hij daar geen zin in had en dat zij dat niet gingen doen en de trap af naar beneden liep, die [slachtoffer 1] van achteren heeft vastgepakt en van de trap af weer omhoog heeft gesleurd en boven op de slaapkamer op de grond heeft (neer)gegooid en
- toen die [slachtoffer 1] tegenstribbelde, die [slachtoffer 1] bij de keel heeft vastgepakt en in de zij heeft geslagen en
- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat deze hem, verdachte, moest pijpen en dat hij, verdachte, seks met hem wilde hebben en dat hij, verdachte, dat ook moest filmen en
- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat het moest en dat die [slachtoffer 1] hem moest pijpen en aan die [slachtoffer 1] heeft toegevoegd de woorden: “Je moet maar beginnen.” en
- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1] heeft geduwd en
- toen die [slachtoffer 1] gestopt was met pijpen, die [slachtoffer 1] bij de nek heeft vastgepakt en het hoofd van die [slachtoffer 1] naar zijn, verdachtes, penis heeft gebracht en
- nadat die [slachtoffer 1] herhaaldelijk aan hem, verdachte, had gevraagd of het zo genoeg was, aan die [slachtoffer 1] heeft toegevoegd de woorden: “Ga maar liggen en hou je bek.” en tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij ‘doggystyle’ en op handen en knieën op de matrassen moet gaan liggen en
- vaseline, althans een smeersel, op zijn, verdachtes, penis heeft gesmeerd en
- een potje met vaseline, althans een smeersel, aan die [slachtoffer 1] heeft gegeven en tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat die [slachtoffer 1] dat bij zijn kont moest smeren en
- hard zijn, verdachtes, penis in de anus van die [slachtoffer 1] heeft geduwd en
- toen die [slachtoffer 1] schreeuwde en zei dat hij het niet wilde en dat verdachte op moest houden, tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij het vol moest houden en dat hij, verdachte, het niet wilde, maar toch moest doen en dat die [slachtoffer 1] zijn mond moest houden en niks moest doen en
- zijn, verdachtes, penis nog harder en sneller en dieper in de anus van die [slachtoffer 1] heeft geduwd en
- toen die [slachtoffer 1] halverwege de trap naar beneden was gerend, die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en bij de keel heeft vastgepakt en op de badkamer en/of in de douche heeft gegooid en
- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat deze hem, verdachte, wederom moest pijpen en
- zijn, verdachtes, penis in de mond en de anus van die [slachtoffer 1] heeft geduwd
waardoor verdachte aldus voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan en die [slachtoffer 1] in een situatie heeft gebracht, waarin hij zich niet of onvoldoende kon en durfde te verzetten tegen het seksueel binnendringen van zijn lichaam en daaraan geen of onvoldoende weerstand kon bieden en een zodanige situatie voor die [slachtoffer 1] heeft doen ontstaan dat hij dat seksueel binnendringen niet kon of wist te voorkomen;
2.
hij op één of meer tijdstippen in de periode van 1 juni 2021 tot en met 29 januari 2022 in de gemeente Kerkrade, een gegevensdrager, bevattende 9 afbeeldingen, te weten een telefoon (merk Samsung) - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 1] , is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
- het met de penis oraal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 1] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (foto 6, p. 232 en 240 pv);
Zaak met parketnummer 03-245721-22:
1.
hij op 17 september 2022 in de gemeente Kerkrade met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] ;
2.
hij in de periode van 17 september 2022 tot en met 27 september 2022 in de gemeente Kerkrade, althans in Nederland, een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen, te weten een telefoon (merk Oppo) - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] , is betrokken, heeft vervaardigd en verspreid en in bezit gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
- het met de penis oraal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 2] (foto 3, p. 232 en 239 pv en foto 4, p. 232 en 239 pv) en
- het geheel of gedeeltelijk naakt laten poseren van die [slachtoffer 2] , die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [slachtoffer 2] , gekleed is en poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past en waarbij de foto’s/film(s) nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel en/of de anus en/of de billen van die [slachtoffer 2] , in beeld wordt gebracht, waarbij de afbeelding telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling (foto 5, p. 232 en 240 pv);
3.
hij op 27 september 2022 in de gemeente Kerkrade, een ambtenaar, te weten [slachtoffer 3] (zijnde brigadier van Politie Eenheid Limburg), gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door (door een lederen handschoen heen) in een hand van die [slachtoffer 3] te bijten;
4.
hij in de periode van 19 juli 2022 tot en met 18 september 2022 te Hoensbroek, in de gemeente Heerlen en in de gemeente Kerkrade en in de gemeente Maastricht, meermalen, door een andere feitelijkheid, [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten het meermalen
- aanraken en betasten en vastpakken en vasthouden en knijpen in/op de penis en de testikels en de billen van die [slachtoffer 4] en
- (op de mond) kussen van die [slachtoffer 4] ,
bestaande die andere feitelijkheid hierin dat hij, verdachte, telkens
- misbruik heeft gemaakt van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, dat hij als shiftleader op die [slachtoffer 4] had en
- in een zwembad onverhoeds de penis en de testikels van die [slachtoffer 4] heeft vastgegrepen en op de billen van die [slachtoffer 4] heeft geslagen en
- op de glijbaan van het zwembad onverhoeds met beide handen die [slachtoffer 4] bij de billen heeft vastgepakt en de zwembroek van die [slachtoffer 4] (gedeeltelijk) naar beneden heeft getrokken en
- bij de koeling en bij het toilet op de werkvloer en op zijn, verdachtes, slaapkamer en op de openbare weg die [slachtoffer 4] onverhoeds bij de penis en de testikels en de billen heeft vastgegrepen en in de penis en de testikels en de billen van die [slachtoffer 4] heeft geknepen en op de billen van die [slachtoffer 4] heeft geslagen en die [slachtoffer 4] onverhoeds (met zijn, verdachtes, beide handen bij beide armen heeft vastgepakt en vervolgens op de mond heeft gekust;
5.
hij in de periode van 1 juni 2022 tot en met 17 september 2022 in de gemeente Kerkrade, meermalen, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, door geweld of een andere feitelijkheid en bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 5] , bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin,
dat hij, verdachte
- tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat die [slachtoffer 5] mee naar boven en/of naar zolder moest gaan en
dat zijn, verdachtes, mededader
- een mes tegen de keel van die [slachtoffer 5] heeft gezet en (vervolgens) tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat hij stil moest blijven, omdat hij hem anders zou voelen en aan die [slachtoffer 5] heeft toegevoegd de woorden: “Als je niet luistert, snij ik je neus eraf.” en
- die [slachtoffer 5] op een bed heeft gegooid en/of geduwd en
- een mes onder de neus en onder de testikels van die [slachtoffer 5] heeft gehouden en
- tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat hij twee keuzes had en dat als hij seks zou hebben, hij zou blijven leven en alleen mentale schade zou hebben en dat hij bij optie één gewoon zou worden afgemaakt en
dat hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, (telkens)
- tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat die [slachtoffer 5] 30 seconden kreeg om zijn kleren uit te doen en
- tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat hij moest komen en daarbij naar zijn, verdachtes, kruis heeft gewezen en
- het hoofd en/of de haren van die [slachtoffer 5] heeft vastgepakt en aan de haren van die [slachtoffer 5] heeft getrokken en zijn, verdachtes, penis diep in de mond van die [slachtoffer 5] heeft geduwd en
- die [slachtoffer 5] bij de keel heeft vastgegrepen en
- toen die [slachtoffer 5] zei dat hij het niet wilde, tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat hij zijn mond moest houden en dat het moest, omdat anders vrienden van hem, verdachte, achter die [slachtoffer 5] aan zouden komen of zijn familie iets aan zouden doen en
- tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat hij in de douche op zijn knieën moest gaan zitten en met zijn hoofd tegen de muur (gericht) moest gaan en op zijn buik en rug op bed moest gaan liggen en
- zijn, verdachtes, penis in de mond en de anus van die [slachtoffer 5] heeft geduwd en gebracht en
- op de billen van die [slachtoffer 5] heeft geslagen en
- in het gezicht van die [slachtoffer 5] heeft getikt en
- toen die [slachtoffer 5] aan hem had toegevoegd de woorden: ‘Auw!” en “Rustig, rustig!”, aan die [slachtoffer 5] heeft toegevoegd de woorden: “Kan niet, het moet.” en “Ik kom klaar, blijf zitten.” en
- terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer 5] anaal penetreerde, die [slachtoffer 5] hard naar beneden heeft geduwd en
- tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat het moest worden opgenomen, omdat mensen uit zijn, verdachtes, groep boos op die [slachtoffer 5] waren en
- telefonisch tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat er mensen naar het huis van die [slachtoffer 5] zouden komen die het huis van die [slachtoffer 5] in de fik zouden zetten of die [slachtoffer 5] zouden ontvoeren en afmaken, als die [slachtoffer 5] niet naar zijn, verdachtes, woning zou komen en
- tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat als die [slachtoffer 5] naar de politie zou gaan, de filmpjes op het darkweb gezet zouden worden en die [slachtoffer 5] ontvoerd en naar het buitenland gebracht zou worden om daar geneukt en vermoord te worden,
waardoor verdachte en zijn mededader aldus voor die [slachtoffer 5] (telkens) een bedreigende situatie hebben doen ontstaan en die [slachtoffer 5] (telkens) in een situatie hebben gebracht, waarin hij zich niet of onvoldoende kon en durfde te verzetten tegen en te onttrekken aan het seksueel binnendringen van zijn lichaam en daaraan geen of onvoldoende weerstand kon en durfde te bieden en (telkens) een zodanige situatie voor die [slachtoffer 5] hebben doen ontstaan dat hij dat seksueel binnendringen niet kon of wist te voorkomen;
6.
hij in de periode van 1 juni 2022 tot en met 27 september 2022 in de gemeente Kerkrade, althans in Nederland, een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen, te weten een telefoon (merk Oppo) - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 5] , geboren op [geboortedatum 3] , is betrokken, heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
- het met de penis oraal en anaal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 5] , die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(foto 7, p. 232, 240 en 241 pv en/of
foto 8, p. 232 en 241 pv en/of
foto 9, p. 232 en 241 pv en/of
foto 10, p. 232 en 242 pv)
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
7.
hij in de periode van 30 januari 2022 tot en met 27 september 2022 in de gemeente Kerkrade, in elk geval in Nederland, meermalen, gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een telefoon (merk Oppo) en/of een telefoon (merk Samsung) - van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
- het met de penis oraal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (foto 6, p. 232 en 240 pv) en
- het met hand aanraken van de eigen billen door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (foto 12, p. 232, 233, 242 en 243 pv) en
- het geheel naakt laten poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past, waarbij de afbeelding een onmiskenbaar seksuele strekking heeft (foto 11, p. 232 en 242 pv).
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Ten behoeve van de leesbaarheid van dit arrest zijn de bewijsmiddelen opgenomen in de aan dit arrest gehechte bijlage. De bewijsmiddelen maken integraal deel uit van dit arrest.
Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Inleidende opmerkingen over bewijs in zedenzaken

Bij de beoordeling van het bewijs stelt het hof voorop dat zedenzaken zich doorgaans
kenmerken door het gegeven dat slechts twee personen aanwezig waren bij de tenlastegelegde seksuele handelingen : het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. In deze zaken is dat het geval ten aanzien van feit 1 in de zaak met parketnummer 03-166559-23 en de feiten 1, 4 en 5 in de zaak met parketnummer 03-245721-22.
Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering
kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door het hof niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Voor een
bewezenverklaring dient sprake te zijn van steunbewijs, afkomstig van een andere bron dan
het vermeende slachtoffer. In zedenzaken kan een geringe mate van steunbewijs in
combinatie met een betrouwbare verklaring van het slachtoffer voldoende wettig bewijs
opleveren.
Ten aanzien van het onder 1 primair bewezenverklaarde (zaak met parketnummer 03-166559-23)
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging primair vrijspraak bepleit ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde, nu de gedragingen van de verdachte niet kunnen worden gekwalificeerd als verkrachting in de zin van artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht. Hiertoe heeft de verdediging – kort weergegeven, op gronden zoals verwoord in de pleitnota – aangevoerd dat de verklaring van aangever [slachtoffer 1] geen steun vindt in de inhoud van het dossier. Steunbewijs voor het onderdeel dwang ontbreekt in het dossier. Een gedragsverandering op basis van de vermeende verkrachting blijkt niet uit het dossier en het blijvende contact tussen de verdachte en de aangever weerspreekt deze gedragsverandering, aldus de verdediging. Tevens heeft de verdediging naar voren gebracht dat de in het dossier voorhanden zijnde beschrijving van de camerabeelden geen blijk geeft van dwang. Tot slot kan het door de verdachte verzonden WhatsApp-bericht naar de aangever niet als steunbewijs worden gebezigd en kan dit niet als verontschuldiging worden gezien. Subsidiair heeft de verdediging partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van het onderdeel ‘meermalen’, nu op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de seksuele handelingen op twee locaties en op meerdere momenten – in de slaapkamer én in de badkamer – hebben plaatsgevonden.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
In deze zaak staat vast dat er seksuele handelingen hebben plaatsgevonden tussen de
verdachte en de aangever. Door de verdediging is betoogd dat deze handelingen met
wederzijdse instemming waren, althans dat de verdachte aangever niet heeft gedwongen deze handelingen te verrichten en te ondergaan. Het hof dient te beoordelen of de verklaring
van aangever betrouwbaar is en zo ja, of er voldoende steunbewijs is voor de tenlastegelegde dwang.

Betrouwbaarheid verklaring aangever

De politie is [slachtoffer 1] als slachtoffer op het spoor gekomen naar aanleiding van
onderzoek naar de in beslag genomen telefoons van de verdachte. De politie heeft aangever
[slachtoffer 1] geconfronteerd met haar bevindingen, waarna [slachtoffer 1] meermaals is gehoord. [slachtoffer 1] heeft tijdens de verhoren uitgebreid, gedetailleerd en consistent verklaard, niet enkel over de feitelijke seksuele handelingen die zijn verricht, maar ook over de omstandigheden
waaronder deze seksuele handelingen werden verricht. [slachtoffer 1] heeft van meet af aan
verklaard dat hij geen seksuele handelingen met de verdachte wilde verrichten, dat hij dit ook meermaals aan de verdachte duidelijk heeft gemaakt, zowel verbaal als fysiek, maar dat de verdachte hem desondanks, zowel verbaal als fysiek, dwong tot het uitvoeren en ondergaan van seksuele handelingen. Het hof heeft geen enkele reden om aan de verklaring van [slachtoffer 1] te twijfelen. Het hof merkt de verklaring van aangever [slachtoffer 1] aan als
betrouwbaar.

Steunbewijs

De verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij orale en anale seks heeft gehad met [slachtoffer 1]
, hetgeen de verklaring van [slachtoffer 1] ondersteunt. De moeder van [slachtoffer 1] heeft sinds de zomer van 2021, zijnde de periode waarbinnen de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, bij [slachtoffer 1] een gedragsverandering waargenomen, in die zin dat [slachtoffer 1] – kort gezegd – op school ontspoorde en zij [slachtoffer 1] niet meer herkende als de jongen die hij was. Hierin ziet het hof een bevestiging van de omstandigheid dat de seksuele handelingen niet hebben plaatsgevonden met wederzijds goedvinden. Dat het contact tussen [slachtoffer 1] , de verdachte en verdachtes moeder niet direct werd verbroken, doet naar het oordeel van het hof niet af aan het voorgaande.
Voorts heeft aangever [slachtoffer 1] verklaard dat de verdachte de seksuele handelingen heeft gefilmd. De desbetreffende video is op een van de gegevensdragers van de verdachte aangetroffen. Deze video is door zedenrechercheurs bekeken en beschreven in een ambtsedig opgemaakt proces-verbaal. Ook in deze beschrijving ziet het hof steun voor de verklaring van [slachtoffer 1] dat de seksuele handelingen tegen zijn wil in en onder dwang plaatsvonden. Zo moet blijkens dit proces-verbaal de aangever onder andere meermalen kokhalzen tijdens de orale penetratie door de verdachte en heeft de aangever een zeer gespannen gezichtsuitdrukking. De door de verdediging naar voren gebrachte mogelijkheid dat deze lichamelijke reacties het gevolg kunnen zijn van een jonge jongen die orale en anale seks heeft met een andere jongen en daar niet bekend mee is, schuift het hof terzijde, nu de gebezigde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien dienen te worden en het hof op basis daarvan bewezen acht dat er wel degelijk sprake is van dwang, zoals [slachtoffer 1] heeft verklaard. De omstandigheid dat geen enkele keer wordt waargenomen of gehoord dat [slachtoffer 1] de penetratie niet zou willen of zou hebben aangegeven dat het (teveel) pijn zou doen is naar het oordeel van het hof evenmin ontlastend, nu uit het dossier niet volgt dat alle seksuele handelingen zijn gefilmd.
Hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht ten aanzien van het door de verdachte verzonden WhatsApp-bericht aan de aangever behoeft geen bespreking, nu het hof dit bericht niet tot het bewijs heeft gebezigd.
Het hof acht dan ook bewezen dat de verdachte aangever [slachtoffer 1] heeft verkracht, terwijl [slachtoffer 1] op dat moment 15 jaar oud was.
Het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging wordt derhalve in al zijn onderdelen verworpen.

Meermalen gepleegd

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij eerst op de slaapkamer (op zolder) van de verdachte is
verkracht. Toen [slachtoffer 1] vervolgens half naakt de trap af liep en probeerde weg te komen,
heeft de verdachte [slachtoffer 1] de badkamer ingegooid en heeft de verdachte [slachtoffer 1] daar
nogmaals verkracht. Het hof kwalificeert dit als het meermalen verkrachten van
[slachtoffer 1] , gelet op de tijd die ligt tussen beide voorvallen en het kennelijke besluit van de
verdachte om na de vluchtpoging van [slachtoffer 1] , hem nogmaals te verkrachten. Het verweer van de verdediging, inhoudende dat op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de seksuele handelingen op twee locaties en op meerdere momenten – in de slaapkamer én in de badkamer – hebben plaatsgevonden, snijdt geen hout. Uit de tot het bewijs gebezigde beschrijving van het kinderpornografisch materiaal volgt namelijk dat in de collectie ook enkele afbeeldingen zichtbaar zijn waar [slachtoffer 1] in een bad zit tijdens de orale penetratie.
Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde (zaak met parketnummer 03-166559-23)
Het hof acht op basis van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de tenlastegelegde periode kinderpornografisch materiaal heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad van [slachtoffer 1] , die op dat moment 15 jaar oud was.
Ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde (zaak met parketnummer 03-245721-22)
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van het onderdeel ‘verspreiden’. Hiertoe heeft de verdediging – kort weergegeven, op gronden zoals verwoord in de pleitnota – aangevoerd dat zich in de chat geen personen bevonden op het moment dat de verdachte het materiaal in deze Whatsapp groepschat plaatste.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Betrouwbaarheid verklaring aangever

[slachtoffer 2] heeft zich op 18 september 2022 gemeld bij de politie en heeft toen verklaard dat hij de dag daarvoor met de verdachte seksuele handelingen moest verrichten. Hierover heeft hij op 19 september 2022 ook verklaard tijdens het informatief gesprek zeden, waarna hij op 26 september 2022 aangifte heeft gedaan en een uitgebreide verklaring heeft afgelegd. [slachtoffer 2] heeft consistent en consequent verklaard over de aard van de seksuele handelingen en de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden. Zijn verklaring is bovendien op belangrijke onderdelen zeer gedetailleerd en beeldend. Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen die [slachtoffer 2] heeft afgelegd.

Steunbewijs

De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg bekend dat hij orale en anale seks heeft gehad met [slachtoffer 2] , hetgeen de aangifte ondersteunt. Ook heeft de verdachte bekend dat hij wist dat [slachtoffer 2] op dat moment 15 jaar oud was. Voorts is er op de gegevensdragers van de verdachte beeldmateriaal van de seksuele handelingen tussen de verdachte en [slachtoffer 2] aangetroffen. Van dit beeldmateriaal zit een beschrijving in het dossier. Op dit beeldmateriaal zijn een deel van de ontuchtige handelingen zoals aangever die heeft beschreven, te zien. Op basis van de aangifte, de bekennende verklaring van de verdachte en het aangetroffen beeldmateriaal, komt het hof tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte de ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer 2] zoals die ten laste zijn gelegd, terwijl [slachtoffer 2] ten tijde van de ontucht 15 jaar oud was. Hoewel voor een bewezenverklaring van ontucht niet vereist is dat er sprake is van dwang overweegt het hof dat uit de bewijsmiddelen evident volgt dat de ontuchtige handelingen tegen de wil
van [slachtoffer 2] hebben plaatsgevonden.

Kinderpornografie

Anders dan door de verdediging is betoogd, komt het hof op basis van de opgenomen
bewijsmiddelen niet enkel tot een bewezenverklaring van het vervaardigen en in bezit
hebben van kinderpornografisch materiaal van [slachtoffer 2] , maar ook tot een bewezenverklaring
van het verspreiden van dit materiaal. De verdachte heeft verklaard dat hij de video-opnames en de foto’s van de seksuele handelingen met [slachtoffer 2] in een lege WhatsApp-groep heeft gepost, en dat dit niet als ‘verspreiden’ kan worden geduid. Deze verklaring is echter tegenstrijdig aan de bevindingen van de verbalisanten, die in hun proces-verbaal – zoals uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt – relateren dat de foto’s en video’s met de telefoon van de verdachte zijn gedeeld in een WhatsApp-groep genaamd [chatnaam] ’, met 16 in de groep aanwezige deelnemers. De verklaring van de verdachte dat hij deze, in zijn woorden lege groep, heeft gebruikt om als opslag te dienen toen het geheugen van zijn telefoon te vol raakte, is niet met stukken onderbouwd en het hof acht deze verklaring ook niet geloofwaardig nu er ook andere, makkelijkere manieren zijn om de video-opnames en foto’s van de telefoon van de verdachte naar de computer van de verdachte te verzenden. Het posten van video’s en foto’s in deze WhatsApp-groep, kan het hof dan ook niet anders kwalificeren dan het verspreiden van kinderpornografisch materiaal. Hetgeen in dit kader voorts naar voren is gebracht door de verdediging, leidt niet tot een ander oordeel.
Ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde (zaak met parketnummer 03-245721-22)
Het hof is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen van oordeel dat de aan de verdachte tenlastegelegde mishandeling van [slachtoffer 3] , door die [slachtoffer 3] in diens hand te bijten, wettig en overtuigend bewezen is.
Ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde (zaak met parketnummer 03-245721-22)
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van dwang zoals bedoeld in artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht. Hiertoe heeft de verdediging – kort weergegeven, op gronden zoals verwoord in de pleitnota – aangevoerd dat de verklaring van [slachtoffer 4] niet betrouwbaar en geloofwaardig is en daarmee onbruikbaar is voor het bewijs. In dat kader heeft de verdediging onder andere verwezen naar de verklaring van getuige [getuige] , die eveneens heeft verklaard over het gedrag tussen de jongens onderling. Tevens ontbreekt het vereiste steunbewijs, aldus de verdediging. De verklaring van getuige [slachtoffer 2] is tegenstrijdig en inconsistent met de verklaring van [slachtoffer 4] en is evenmin bruikbaar voor het bewijs. Bovendien was er geen sprake van een afhankelijkheidspositie van [slachtoffer 4] ten opzichte van de verdachte.
Het hof overweegt het navolgende.
Aangever [slachtoffer 4] heeft – kort en samengevat weergegeven – verklaard dat de verdachte hem meermaals heeft betast in zijn kruis, op zijn billen heeft geslagen en hem heeft gekust. [slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij niet gediend was van deze aanrakingen door de verdachte. Hij heeft dit ook aan de verdachte kenbaar gemaakt, zo heeft hij verklaard, maar desondanks bleef de verdachte de ontuchtige handelingen plegen. Het hof ziet geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de gedetailleerde verklaring van [slachtoffer 4] . De verklaring van aangever vindt steun in de verklaring van de verdachte zelf voor wat betreft de aanrakingen op de billen en het kruis van [slachtoffer 4] , alsmede in de getuigenverklaring van [slachtoffer 2] , die meerdere keren heeft gezien dat de verdachte [slachtoffer 4] in zijn kruis betastte en op zijn billen sloeg. Anders dan de verdediging ziet het hof ook ten aanzien van deze verklaring geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid hiervan. Het hof is van oordeel dat de door de verdediging benoemde tegenstrijdigheden en inconsistenties in de verklaringen niet maken dat tot onbetrouwbaarheid van de verklaringen dient te worden geconcludeerd. Ook het enkele feit dat getuige [getuige] heeft verklaard dat hij geen seksueel getinte aanrakingen heeft gezien, maakt een en ander niet anders.
Het hof concludeert dat de handelingen zoals die ten laste zijn gelegd en zoals die door
aangever [slachtoffer 4] zijn beschreven, naar hun aard zijn te duiden als objectief seksuele
handelingen. Dat de verdachte daarbij geen seksuele bedoelingen had, zoals hij heeft gesteld, doet daar niet aan af. Het zonder toestemming betasten van een geslachtsdeel van een ander, ook indien dit niet op de blote huid plaatsvindt, is grensoverschrijdend. [slachtoffer 4] wilde niet dat de verdachte hem zou aanraken zoals hij heeft gedaan. Dat hij dit gedrag enkel zag als ‘spelen’ zoals door de verdachte is verklaard, maakt niet dat dit soort gedrag (zonder instemming kussen, het betasten van elkaars geslachtsdeel en billen) daardoor wel acceptabel is.
Het hof is van oordeel dat de verdachte daarbij misbruik heeft gemaakt van zijn uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht. Hij was immers de shiftleader van [slachtoffer 4] , waardoor [slachtoffer 4] in een afhankelijkheidspositie van hem verkeerde. Hetgeen de verdediging in dit kader nader naar voren heeft gebracht, leidt niet tot een ander oordeel.
Naar het oordeel van het hof is er sprake van ontuchtige handelingen en door het
onverhoedse karakter van de ontuchtige handelingen, waardoor [slachtoffer 4] steeds geen tijd had.
om zich aan de handelingen te onttrekken, werd hij gedwongen om de handelingen te dulden en komt het hof tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid van [slachtoffer 4] , zoals onder 4 ten laste is gelegd.
Het verweer van de verdediging dat de door de verdachte geuite bewoordingen niets van doen hadden met het doel om handelingen c.q. aanrandingen bij [slachtoffer 4] trachten te dulden, behoeft geen verdere bespreking, nu het hof dit onderdeel niet bewezen heeft verklaard, om redenen zoals door de verdediging betoogd.
Het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging wordt derhalve in al zijn onderdelen verworpen.
Ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde (zaak met parketnummer 03-245721-22)
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging partiële vrijspraak van het onderdeel medeplegen. Hiertoe heeft de verdediging aangevoerd dat niet voldaan is aan de door de Hoge Raad gestelde criteria van een nauwe en bewuste samenwerking gericht op de totstandkoming van het tenlastegelegde waaraan een wezenlijke bijdrage moet zijn geleverd van voldoende intellectueel/materieel gewicht. Zo was er geen sprake van een onderliggend gezamenlijk opgezet plan tot het ondergaan van seksuele handelingen onder dwang, noch waren er onderlinge afspraken gemaakt of was er sprake van een rolverdeling, aldus de verdediging.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Betrouwbaarheid verklaring aangever

Het hof stelt vast dat aangever [slachtoffer 5] meermaals uitgebreid, gedetailleerd en steeds consistent heeft verklaard over wat is voorgevallen tussen hem en de verdachte. [slachtoffer 5] heeft steeds verklaard dat hij door de verdachte is gedwongen tot het plegen van seksuele handelingen en tot het ondergaan van orale en anale seks. [slachtoffer 5] heeft verklaard dat hij hiertoe door de verdachte en door een vriend van de verdachte, te weten [medeverdachte] , werd gedwongen. Het hof heeft geen enkele reden om aan de verklaringen van [slachtoffer 5] te twijfelen, te meer nu diens verklaringen worden ondersteund door overige
bewijsmiddelen.

Steunbewijs

De verdachte heeft ter terechtzitting bekend orale en anale seks te hebben gehad met
[slachtoffer 5] . Verder heeft de verdachte ter terechtzitting aangegeven dat hij te ver is gegaan vanaf het moment waarop hij [slachtoffer 5] anaal penetreerde terwijl [slachtoffer 5] op z’n knieën zat. Naast de verklaring van de verdachte bieden ook de aangetroffen video’s en foto’s steun aan de door [slachtoffer 5] afgelegde verklaringen.

Dwang

Het hof heeft reeds geoordeeld dat het uitgaat van de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 5] . Dit betekent dat het hof gelooft dat [slachtoffer 5] voordat de seksuele handelingen met de verdachte begonnen, door [medeverdachte] met een mes is bedreigd. Kort gezegd heeft deze [medeverdachte] bij [slachtoffer 5] een mes op de keel gezet en heeft hij [slachtoffer 5] de keuze gegeven om óf seks te hebben met de verdachte, óf om te worden afgemaakt. Vervolgens kreeg [slachtoffer 5] 30 seconden de tijd om zijn kleding uit te trekken, waarna de verdachte aan [slachtoffer 5] orders uitdeelde welke seksuele handelingen hij moest verrichten, zoals het pijpen van de verdachte, tot kokhalzen aan toe. Ondanks dat [slachtoffer 5] tegen de verdachte zei dat hij het niet wilde, zei de verdachte dat het moest, waarbij de verdachte dreigde dat als [slachtoffer 5] niet zou meewerken, vrienden achter [slachtoffer 5] en zijn familie aan zouden komen en ze iets aan zouden doen. Voorts relateren de zedenrechercheurs in hun beschrijving van de gemaakte video’s van de seksuele handelingen tussen de verdachte en [slachtoffer 5] dat te zien is dat de verdachte geweld toepast op [slachtoffer 5] , door die [slachtoffer 5] bij de keel te grijpen, aan zijn haren te trekken, in zijn gezicht te tikken en [slachtoffer 5] hard omlaag te duwen tijdens de anale penetratie.
Het hof leidt uit het voorgaande af dat álle seksuele handelingen tussen de verdachte en [slachtoffer 5] , tegen de wil van [slachtoffer 5] hebben plaatsgevonden en niet alleen de seksuele handelingen die hebben plaatsgevonden vanaf het moment dat [slachtoffer 5] op z’n knieën zat en anaal werd gepenetreerd door verdachte. De stelling van de verdachte dat sprake was van orale seks met wederzijdse instemming wordt derhalve terzijde geschoven omdat dit geen steun vindt in het dossier.

Meermalen gepleegd

De seksuele handelingen zoals die onder feit 5 zijn verfeitelijkt, zien op handelingen die op
één dag zijn verricht. Hoewel het dossier aanknopingspunten biedt voor de veronderstelling
dat er op drie verschillende data seks is geweest tussen de verdachte en [slachtoffer 5] , ziet feit 5
op één van deze drie data, en valt dit moment in ieder geval binnen de ten laste gelegde
periode. Ondanks dat de handelingen zoals onder feit 5 ten laste zijn gelegd, zien op één
datum, acht het hof bewezen dat er sprake is van verkrachting, meermalen gepleegd, omdat de verkrachting zoals die hier ten laste is gelegd, te onderscheiden is in drie momenten. De verdachte heeft [slachtoffer 5] eerst op zolder verkracht, waarna ze zich hebben verplaatst naar de badkamer en waar de verdachte [slachtoffer 5] nog eens heeft verkracht, waarna ze zich wederom naar de slaapkamer een verdieping hoger hebben verplaatst, en waar de verdachte [slachtoffer 5] een derde keer heeft verkracht. Het hof ziet hierin drie afzonderlijke besluiten van de verdachte en merkt de handelingen aan als drie verkrachtingen op drie afzonderlijke momenten.

Medeplegen

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat hij [slachtoffer 5] tezamen en in vereniging met een ander heeft verkracht. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat het onderdeel medeplegen wel degelijk bewezen kan worden verklaard en het hof overweegt hiertoe het navolgende.
Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde medeplegen als uitgangspunt geldt dat er sprake moet zijn van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de medeplegers. Dat betekent dat bij een bewezenverklaring van medeplegen van het tenlastegelegde delict er bij de verdachte sprake dient te zijn van een – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict die van voldoende gewicht is. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. In dat verband overweegt het hof als volgt.
Uit de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het hof uitgaat van de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangever [slachtoffer 5] en gelooft dat [slachtoffer 5] voordat de seksuele handelingen met de verdachte begonnen, door [medeverdachte] met een mes is bedreigd, waarbij [medeverdachte] bij [slachtoffer 5] een mes op de keel gezet en hij [slachtoffer 5] de keuze heeft gegeven om óf seks te hebben met de verdachte, óf om te worden afgemaakt. Anders dan de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard, volgt uit de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg dat hij heeft gezien dat [medeverdachte] een mes in zijn zak stopte en hij [slachtoffer 5] helemaal in shock zag zitten. Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen stelt het hof eveneens vast dat [medeverdachte] zijn telefoon op de kamer van de verdachte heeft klaargezet om te filmen, dat hij wist dat de verdachte en [slachtoffer 5] seks zouden gaan hebben, dat de verdachte de telefoon heeft aangezet en dat [medeverdachte] de telefoon vervolgens heeft opgehaald op de badkamer tijdens de verkrachting, nadat hij beneden in de woning is gebleven.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat, hoewel de rollen tussen de verdachte en [medeverdachte] in zwaarte verschilden, er sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking, van een onderlinge taakverdeling, noodzakelijk voor de uitvoering en de afhandeling van het delict, waarbij de rol van [medeverdachte] van wezenlijk belang was. Om als medepleger te kunnen worden aangemerkt bij een delict als het onderhavige is het gezien deze feiten en omstandigheden geen vereiste dat aan een of meer van de verfeitelijkte handelingen door elk der daders fysiek wordt bijgedragen. Gelet op de totaliteit aan handelingen van [medeverdachte] en het feit dat deze in ieder geval wezenlijk hebben bijgedragen aan de door [slachtoffer 5] ervaren dwang is het hof van oordeel dat [medeverdachte] als medepleger gezien dient te worden.
Het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging wordt derhalve in al zijn onderdelen verworpen.
Ten aanzien van het onder 6 bewezenverklaarde (zaak met parketnummer 03-245721-22)
Het hof acht op basis van de gebezigde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de ten laste gelegde periode kinderpornografisch materiaal heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad van [slachtoffer 5] , die op dat moment 17 jaar oud was. Omdat het om heel veel bestanden gaat, acht het hof ook bewezen dat hij van het vervaardigen en het bezit een gewoonte heeft gemaakt.
Ten aanzien van het onder 7 bewezenverklaarde (zaak met parketnummer 03-245721-22)
Het hof is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte kinderpornografisch materiaal in bezit heeft gehad.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 03-166559-23 onder 1 primair bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

verkrachting, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 03-166559-23 onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd.
Het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
Het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, vervaardigen en/of in bezit hebben, meermalen gepleegd.
Het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 3 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 4 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 5 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

medeplegen van verkrachting, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 6 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en/of in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt.
Het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 7 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Ter beoordeling van de strafbaarheid van de verdachte heeft het hof acht geslagen op de inhoud van de in het dossier voorhanden zijnde rapportages. In deze zaak zijn op 19 januari 2023 door GZ-psycholoog [psycholoog] en op 24 januari 2023 door psychiater [psychiater] rapportages Pro Justitia opgemaakt over de persoon van de verdachte. Ten tijde van het opmaken van deze rapportages werd de verdachte verdacht van vijf strafbare feiten, te weten (1) het plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer 2] , (2) het vervaardigen/bezit van kinderporno van [slachtoffer 2] , (3), het vervaardigen van kinderporno, (4) het mishandelen van brigadier [slachtoffer 3] en (5) het aanranden van [slachtoffer 4] .
De psycholoog en psychiater rapporteren, samengevat weergegeven, dat de verdachte lijdt aan een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met borderline, narcistische en antisociale kenmerken, een cannabisafhankelijkheid en zwakbegaafdheid. Deze stoornissen waren volgens de deskundigen ook bij de verdachte aanwezig ten tijde van het plegen van de tenlastegelegde feiten. De verdachte heeft door zijn persoonlijkheidsproblematiek weinig empathisch vermogen en een beperkte gewetensontwikkeling. Hij is erg gericht op zijn eigen behoeftebevrediging en hij trekt daarin zijn eigen plan. Hierdoor kan hij (indien bewezen) zich grensoverschrijdend gedragen. De verdachte heeft door toedoen van zijn beperkingen onvoldoende kunnen overzien wat de consequenties zouden zijn van zijn gedrag en zodoende niet kunnen voorkomen dat de situatie - die in zijn ogen onschuldig leek - uit zou monden in waar hij nu van wordt verdacht. Met name de sterke overtuiging dat wat hij zou moeten krijgen wat hem in zijn ogen toekomt, en het gebrek aan inlevingsvermogen over wat dit voor de ander betekent, beïnvloeden zijn inschattings- en sturingsvermogen op negatieve wijze, en zijn aanleiding tot een duidelijke vermindering van zijn keuzevrijheid en handelingsbekwaamheid.
De psycholoog en psychiater adviseren om de feiten 1 tot en met 4 (zoals die ten tijde van het schrijven van de rapporten bekend waren), in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. Over feit 5 geven zij geen advies over de mate van toerekening.
In de fase van hoger beroep hebben voornoemde deskundigen aanvullend gerapporteerd. Uit de rapportages, door [psycholoog] opgemaakt op 21 maart 2025 en door [psychiater] op 27 maart 2025, volgt dat zij beiden ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten, met uitzondering van de aanranding van [slachtoffer 4] , adviseren de feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.
Het hof verenigt zich met bovenstaande conclusies van de deskundigen omtrent de mate waarin het bewezenverklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend. Het hof zal gelet op het voorgaande bij de strafoplegging rekening houden met de omstandigheid dat het bewezenverklaarde in verminderde mate aan de verdachte kan worden toegerekend.
Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straf en maatregel
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het hof heeft in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Sanctiestelsel
Uit het psychiatrisch onderzoek d.d. 24 januari 2023, opgemaakt door psychiater [psychiater] volgt dat [psychiater] omtrent het toe te passen sanctierecht heeft gerapporteerd dat de verdachte het jeugdstrafrecht is ‘ontgroeid’. Hij heeft behoefte aan een duidelijke, gestructureerde aanpak gedurende langere tijd, waardoor het volwassenstrafrecht meer geïndiceerd wordt geacht. In het psychologisch onderzoek d.d. 19 januari 2023 heeft GZ-psycholoog [psycholoog] hieromtrent gerapporteerd dat er onvoldoende argumenten zijn om het jeugdstrafrecht toe te passen bij de verdachte. Hij maakt in het contact met onderzoeker eerder een volwassen en weinig pedagogisch leerbare indruk. Hij heeft uitgebreide ervaring met leefgroepen waar juist de pedagogische benadering centraal staat en heeft zich aangeleerd zichzelf op dergelijke plekken te kunnen handhaven. De handelingsvaardigheden zijn beperkt, maar op zich in voldoende mate aanwezig.
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat, met betrekking tot de zaak met parketnummer
03-166559-23 (minderjarig), gelet op artikel 77b van het Wetboek van Strafrecht, de
artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht buiten toepassing dienen te
worden gelaten en dat recht gedaan moet worden overeenkomstig de bepalingen die gelden
voor degenen die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van achttien jaren
hebben bereikt. Het hof vindt daartoe grond in de ernst van de begane feiten, de persoonlijkheid van verdachte zoals blijkt uit de deskundigenrapportages en de
omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan.
De ernst van het bewezenverklaarde
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan zeer ernstige feiten, te weten (medeplegen van) verkrachting van slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] , het plegen van ontuchtige handelingen met binnendringen van het lichaam bij slachtoffer [slachtoffer 2] , het aanranden van [slachtoffer 4] , het mishandelen van [slachtoffer 3] en het vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van kinderporno.
Bij alle aan de verdachte ten laste gelegde zedenfeiten heeft de verdachte zich niets aangetrokken van de wil en het verzet van zijn jonge slachtoffers. Alle slachtoffers hebben overduidelijk kenbaar gemaakt dat zij niet gediend waren van de seksuele handelingen van de verdachte, en desondanks blijft de verdachte ter terechtzitting volhouden dat er steeds sprake was van wederzijds goedvinden (met uitzondering van het anaal penetreren van slachtoffer [slachtoffer 5] ). Niet alleen heeft de verdachte zich niets aangetrokken van de wil van zijn slachtoffers, hij heeft de wil van zijn slachtoffers figuurlijk weten te breken door zijn handelen kracht bij te zetten met misleiding, verbale-, non-verbale en fysieke dwang en bedreigingen. Het hof rekent het de verdachte zeer zwaar aan dat hij de geestelijke en lichamelijke integriteit van de minderjarige slachtoffers ernstig heeft geschonden door tegen hun wil en met geweld, ter bevrediging van zijn eigen lusten, ontuchtige en seksuele handelingen met hen te verrichten. De wijze waarop de verdachte heeft gehandeld, heeft bij de jonge slachtoffers mentaal (en fysiek) ernstige schade toegebracht. De psychische gevolgen voor de slachtoffers zijn enorm, hetgeen ook is gebleken uit de ter terechtzitting in hoger beroep voorgelezen slachtofferverklaringen.
De verdachte heeft voorts kinderporno vervaardigd, verspreid en in bezit gehad. Door zelf kinderporno te maken, heeft hij de lichamelijke integriteit van de betrokken minderjarige jongens geschaad. Door het verspreiden van kinderpornografisch materiaal heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de vraag naar kinderpornografisch materiaal. In strafmatigende zin houdt het hof rekening met de omstandigheid dat foto 6 (pagina 232 en 240) in zowel het bewezenverklaarde onder 2 in de zaak met parketnummer 03-166559-23 als in het bewezenverklaarde onder 7 in de zaak met parketnummer 03-245721-22 is vermeld. Hierdoor gaat het in het bewezenverklaarde onder 7 om een zeer gering aantal (extra) afbeeldingen, ook omdat het grootste deel van de aangetroffen afbeeldingen zijn gevonden op een niet voor normale gebruikers toegankelijke plaats.
Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling van brigadier [slachtoffer 3] door hem in zijn hand te bijten. Met zijn handelen heeft de verdachte een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer 3] en hem pijn bezorgd, terwijl hij zijn werk deed. Het handelen van de verdachte getuigt van een gebrek aan respect voor personen die belast zijn met het openbaar gezag. Het hof neemt dit de verdachte kwalijk.
De persoon van de verdachte
Bij de bepaling van de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf heeft het hof eveneens gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel Justitiële Documentatie, d.d. 8 juli 2025, betrekking hebbend op het justitieel verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van mishandeling. Ook heeft het hof rekening gehouden met de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, waaronder de relatief jonge leeftijd van de verdachte.
Bij de straftoemeting heeft het hof voorts gelet op de inhoud van de in het dossier voorhanden zijnde rapportages. Zoals onder het kopje ‘Strafbaarheid van de verdachte’ is overwogen is het hof van oordeel dat het bewezenverklaarde in verminderde mate aan de verdachte kan worden toegerekend.
Op te leggen straf
Naar het oordeel van het hof kan – gelet op de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan – niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor lange duur met zich brengt. Gelet op al het vorenstaande, acht het hof, een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Op te leggen maatregel
Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of naast de oplegging van een gevangenisstraf aan de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging, zoals is gevorderd door de advocaat-generaal en door de rechtbank is opgelegd, dient te worden opgelegd. Met betrekking tot het al dan niet opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling stelt het hof het navolgende voorop.
Ingevolge artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht kan een verdachte, bij wie tijdens het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond en tegen wie een misdrijf bewezen wordt verklaard waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, zoals het geval bij de bewezenverklaarde feiten (met uitzondering van de mishandeling van brigadier [slachtoffer 3] ), op last van de rechter ter beschikking worden gesteld indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eist. Ingevolge artikel 37b van het Wetboek van Strafrecht kan de rechter bevelen dat de ter beschikking gestelde van overheidswege wordt verpleegd, indien de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid of goederen de verpleging eist. Voor oplegging van de maatregel is voorts vereist dat de rechter beschikt over een advies van ten minste twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines, onder wie een psychiater, die de verdachte hebben onderzocht (artikel 37, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).
Op basis van de bij de verdachte bestaande persoonlijkheidsstoornis, die ook ten tijde van het begaan van de feiten bestond, (zoals hiervoor onder het kopje ‘Strafbaarheid van de verdachte’ is vermeld), is door de deskundigen een inschatting gemaakt van het recidivegevaar en zijn aanbevelingen gedaan voor interventies die het recidivegevaar kunnen beperken.
Omtrent de inschatting van het recidivegevaar en aanbevelingen voor interventies die het recidivegevaar kunnen beperken is door deskundige [psycholoog] op 21 maart 2025 het volgende gerapporteerd:
‘Voor de risicoanalyse is opnieuw gebruik gemaakt van de HCR-20 V3, de Static-Stable voor zeden en de SAPROF. Op basis van de gecombineerde STATIC-99R en STABLE-2007 scores, wordt het recidiverisico in 2023 ingeschat op hoog. In de visie van onderzoeker zijn de risico’s op herhaling matig hoog. Hetzelfde geldt voor de HCR-20 V3. De SAPROF laat zien dat er meer beschermende factoren zijn dan voorheen.
Een dwingend kader is nog steeds relevant, om betrokkene zich voor langere tijd te laten committeren aan de behandeling voor zijn persoonlijkheidsproblematiek en daarmee het recidive gevaar te beperken. Er wordt nog steeds geadviseerd betrokkene een tbs-voorwaarden op te leggen, waarbij de gestelde voorwaarden als extra stok achter de deur kunnen dienen. Het risico op herhaling door betrokkene wordt nog steeds als matig hoog ingeschat, wat maakt dat een tbs-kader noodzakelijk wordt geacht. Aangezien de opgelegde strafmaat uiteindelijk bepalend is voor het kader waarin de opgelegde behandeling plaatsvindt, zal onderzoeker de overwegingen hierbij nader beschrijven. Met het oog op het beschermen van de maatschappij en het reduceren van het gevaar is – als de strafmaat het toestaat – tbs voorwaarden de meest passende maatregel. Deze behandeling kan klinisch en op termijn poliklinisch, in combinatie met een langdurig reclasseringstraject, worden gevat in het kader van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel. Bij een straf van meer dan vijf jaar is er geen andere mogelijkheid dan te kiezen voor een tbs met dwangverpleging.’
De door deskundige [psychiater] op 27 maart 2025 opgemaakte rapportage houdt hieromtrent het volgende in:
‘Uit de Static-99R blijkt dat betrokkene een hooggemiddeld risico heeft op recidive van een seksueel delict (vijf punten, categorie IVb) en uit de Stable 2007 een matig risico op recidive. Uit de combinatie van de Static-99R en Stable 2007 blijkt een matig hoog risico op recidive van een seksueel delict (12,6 % in 5 jaar). Uit de HKT-30 en de klinische inschatting blijkt ook dat het risico op gewelddadig en/of grensoverschrijdend gedrag matig hoog is.
Geadviseerd wordt om betrokkene een Tbs-maatregel met voorwaarden op te leggen als de strafmaat dat toelaat, zodat hij langdurend in een gestructureerd kader kan worden behandeld met ambulante therapie en gesprekken, gericht op persoonlijkheidsontwikkeling en gezonde copingsmechanismen. (…) Mocht de strafmaat (opnieuw) hoger uitvallen dan vijf jaar, dan is er geen andere mogelijkheid dan een Tbs-maatregel met dwangverpleging te adviseren.’
Beide rapporteurs hebben eveneens geadviseerd een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.
Gelet op het bepaalde in artikel 38, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht kan aan een verdachte slechts een maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden worden opgelegd als de gevangenisstraf die wordt opgelegd niet meer dan vijf jaren bedraagt. Nu het hof hiervoor reeds heeft overwogen dat het hof een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren passend en geboden acht, is een veroordeling mede tot de door de voornoemde deskundigen geadviseerde maatregel met voorwaarden geen mogelijkheid.
Het hof verenigt zich met de weergegeven bevindingen en conclusies van de deskundigen met betrekking tot het matig hoge recidiverisico en de noodzaak van langdurige behandeling, waaronder een klinische behandeling en maakt deze tot de zijne.
Het hof stelt vast dat aan de wettelijke criteria voor het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling is voldaan: bij de verdachte bestond ten tijde van het begaan van het feit een ziekelijke stoornis, het door de verdachte begane feit is een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van meer dan vier jaren is gesteld en de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist het opleggen van die maatregel.
Het hof is tegen de achtergrond van de overwegingen van de gedragsdeskundigen van oordeel dat het gevaar dat van de verdachte uitgaat zodanig hoog is, dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de maatregel van terbeschikkingstelling eist. Het hof zal dan ook de eis van de advocaat-generaal volgen en de maatregel van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opleggen.
Gelet op het bewezenverklaarde wordt de maatregel van terbeschikkingstelling gelast ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zodat de duur van de terbeschikkingstelling niet op voorhand gemaximeerd is.
Het hof heeft bij zijn oordeel in aanmerking genomen de inhoud van de overige adviezen en rapporten die over de persoonlijkheid van de verdachte zijn uitgebracht, alsmede de ernst van de begane feiten.
Anders dan de rechtbank acht het hof het niet noodzakelijk daarnaast nog een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen, zoals gevorderd door de advocaat-generaal en het hof zal hiertoe dan ook niet overgaan.
Beslag
De hierna in het dictum genoemde in beslag genomen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer omdat het vervaardigen en het in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal met behulp van deze voorwerpen zijn begaan (voor wat betreft de telefoon van het merk Samsung, de telefoon van het merk Oppo en de HP laptop).
Bij gelegenheid van het onderzoek naar de feiten waarvoor de verdachte is vervolgd, is de desktop van het merk Dell in beslag genomen. Dit voorwerp behoort de verdachte toe, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Dit voorwerp is van zodanige aard dat het bezit daarvan in strijd is met de wet. Uit de aard van het voorwerp volgt dat dit kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven. Derhalve zal dit voorwerp eveneens aan het verkeer worden onttrokken.
Vorderingen van de benadeelde partijen
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] (het onder 1 en 2 bewezenverklaarde in de zaak met parketnummer 03-166559-23)
De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 40.584,13. De vordering bestaat uit de volgende posten:
1. Materiële schade: € 15.584,13
reiskosten € 94,16;
studievertraging € 15.375,00;
toekomstige reiskosten € 114,97;
2. Immateriële schade: € 25.000,00.
Voorts is namens de benadeelde partij om een vergoeding van proceskosten verzocht ter hoogte van een bedrag van € 67,32, bestaande uit reis- en/of parkeerkosten ten behoeve van het bijwonen van zittingen op drie zittingsdagen.
Bij het vonnis waarvan beroep is de vordering gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van
€ 7.594,16, bestaande uit € 94,16 aan materiële schade (reiskosten) en € 7.500,00 aan immateriële schade en is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering voor het overige en hierbij heeft de rechtbank bepaald dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Daarnaast is de verdachte veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partij, tot aan de datum van het vonnis begroot op € 67,32.
De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven. Voorts is namens de benadeelde partij bij e-mailbericht d.d. 17 november 2025 aanvullend een bedrag ter hoogte van € 4.812,70 gevorderd in verband met gederfde inkomsten. Indien het hof van oordeel is dat het gevorderde bedrag in hoger beroep niet kan worden opgehoogd, wordt verzocht dit bedrag te betrekken in de hoogte van de schadevergoedingsmaatregel).
De verdediging heeft de vordering ter terechtzitting in hoger beroep deels inhoudelijk betwist.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Materiële schade
De door de benadeelde partij gevorderde
reiskostenvan de ouders van de benadeelde partij betreffen reiskosten ten behoeve van het doen van aangifte, het bijwonen van verhoor en besprekingen met de advocaat van de benadeelde partij. Het hof is van oordeel dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen, nu deze kosten niet zijn aan te merken als schade die rechtstreeks is geleden door de strafbare feiten zoals bedoeld in artikel 51f eerste lid van het Wetboek van Strafvordering. Met betrekking tot de reiskosten ten behoeve van medische behandelingen begrijpt het hof dat dit ziet op de kosten van € 4,42 voor het bezoek aan [jeugdzorg] . Het hof is van oordeel dat deze reiskosten onvoldoende onderbouwd zijn. Nader onderzoek hiernaar zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De benadeelde partij zal derhalve in de vordering tot vergoeding van reiskosten in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard.
Ten aanzien van de gevorderde kosten van
studievertragingoverweegt het hof het navolgende. Deze kosten zijn gevorderd omdat de benadeelde partij als gevolg van de strafbare feiten en het (langdurige) herstel studievertraging heeft opgelopen, dan wel een diploma op een lager niveau heeft behaald, dan wanneer de strafbare feiten niet zouden zijn gepleegd. Het hof zal de benadeelde partij in dit gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. Ten aanzien van dit gedeelte van de gevorderde materiële schade is het hof van oordeel dat op basis van de in het dossier voorhanden zijnde stukken het causaal verband tussen deze schade en de bewezenverklaarde feiten onvoldoende is onderbouwd. Het inwinnen van de benodigde informatie op dat punt zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De benadeelde partij kan daarom thans ten aanzien van dit deel niet in de vordering worden ontvangen en kan deze slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Met betrekking tot de gevorderde
toekomstige reiskostenoverweegt het hof dat de beoordeling van deze post ook een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert en het hof zal de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in de vordering en bepalen dat de benadeelde partij de vordering voor dit gedeelte slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Ten aanzien van de in hoger beroep gevorderde
gederfde inkomstenoverweegt het hof dat ingevolge artikel 421, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering de benadeelde partij zich in hoger beroep slechts kan voegen binnen de grenzen van haar eerste vordering. Het is in hoger beroep derhalve niet mogelijk om alsnog schadeposten op te voeren die de benadeelde partij in eerste aanleg niet heeft opgevoerd en evenmin het bedrag van de in eerste aanleg opgevoerde schadeposten te verhogen. Gelet op het voorgaande zal het hof de benadeelde partij dan ook in dat gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering in zoverre bij de burgerlijk rechter kan worden aangebracht.
Immateriële schade
Het hof stelt voorop dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Indien het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is.
Het hof is in navolging van de rechtbank in eerste aanleg van oordeel dat de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zozeer voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon reeds kan worden aangenomen indien het bestaan van geestelijk letsel als hiervoor bedoeld niet zou kunnen worden vastgesteld. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat seksuele delicten een ernstige inbreuk op de integriteit en persoonlijke levenssfeer van slachtoffers kunnen opleveren en dat slachtoffers nog geruime tijd met de psychische gevolgen daarvan te kampen kunnen hebben, waardoor reeds op die grond kan worden gesproken van schending van een persoonlijkheidsrecht.
Resumerend is het hof van oordeel dat het gestelde geestelijk letsel dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte is opgetreden, valt onder het bereik van artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek. Het hof begroot de immateriële schade gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder de bedragen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd, naar billijkheid op een bedrag van
€ 7.500,00. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Voor het overige dient de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van immateriële schade te worden afgewezen.
Proceskosten
De reiskosten die door de moeder van de benadeelde partij zijn gemaakt teneinde de terechtzittingen bij te wonen komen gelet op het bepaalde in artikel 592a (oud; thans: artikel 532) Sv en artikel 238 Rv alleen voor proceskostenvergoeding in aanmerking indien de benadeelde partij de vordering zelf heeft toegelicht en geen gebruik heeft gemaakt van een gemachtigde. Hoewel het hof ten volle begrijpt dat de moeder van de benadeelde partij (als vertegenwoordiger) aanwezig heeft willen zijn bij alle terechtzittingen, komen de gevorderde reiskosten om juridische redenen niet voor vergoeding in aanmerking, nu de benadeelde partij is vertegenwoordigd door een gemachtigde (mr. [gemachtigde] ) waardoor het maken van deze kosten in zoverre niet noodzakelijk was. Ten aanzien van de verdere kostenveroordeling verwijst het hof naar de aanvullende overwegingen zoals die zijn opgenomen na de bespreking van de vorderingen van de benadeelde partijen.
Schadevergoedingsmaatregel
De strafrechter kan ambtshalve, los van een door de benadeelde partij ingestelde vordering, de in artikel 36f, eerste lid, Sr bedoelde schadevergoedingsmaatregel opleggen indien en voor zover de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht (vgl. HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793).
Naar het oordeel van het hof noopt het hierboven omschreven verbod tot verhoging van de vordering van de benadeelde partij in hoger beroep, tot zeer terughoudende toepassing van de mogelijkheid om in hoger beroep over te gaan tot oplegging van een schadevergoedingsmaatregel die de hoogte van de initiële vordering van de benadeelde partij overstijgt. Indien daartoe te lichtvaardig zou worden overgegaan, zou dit kunnen leiden tot omzeiling van het verbod tot verhoging van de vordering. Dit impliceert dat de mogelijkheid tot oplegging van een schadevergoedingsmaatregel in hoger beroep, die de hoogte van de vordering van de benadeelde partij in eerste aanleg overstijgt, dient te worden voorbehouden aan zeer uitzonderlijke gevallen. Naar het oordeel van het hof is in het onderhavige geval geen sprake van zo’n uitzonderlijk geval. Het hof ziet voor de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel ten aanzien van het meergevorderde dan de ingediende en toegewezen vordering tot schadevergoeding dan ook geen aanleiding. Met betrekking tot het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel voor het wel toegewezen gedeelte van de vordering verwijst het hof naar de aanvullende overwegingen zoals die zijn opgenomen na de bespreking van de vorderingen van de benadeelde partijen.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (het onder 1 en 2 bewezenverklaarde in de zaak met parketnummer 03-245721-22)
De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 28.743,49. De vordering bestaat uit de volgende posten:
1. Materiële schade: € 18.743,49
studievertraging € 18.700,00;
reiskosten € 20,80;
medische kosten € 22,69;
2. Immateriële schade: € 10.000,00.
Bij het vonnis waarvan beroep is de vordering toegewezen tot een bedrag van € 7.543,49, bestaande uit € 43,49 aan materiële schade (reiskosten en medische kosten) en € 7.500,00 aan immateriële schade en is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering voor het overige en hierbij heeft de rechtbank bepaald dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven.
De verdediging heeft de vordering ter terechtzitting niet inhoudelijk betwist.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Materiële schade
Ten aanzien van de gevorderde kosten van
studievertragingoverweegt het hof het navolgende. Deze kosten zijn gevorderd omdat de benadeelde partij vanwege de strafbare feiten van de Havo ongediplomeerd is uitgestroomd en is geplaatst op MBO-2 niveau. Het hof zal de benadeelde partij in dit gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. Ten aanzien van dit gedeelte van de gevorderde materiële schade is het hof van oordeel dat op basis van de in het dossier voorhanden zijnde stukken het causaal verband tussen deze schade en de bewezenverklaarde feiten onvoldoende is onderbouwd. Het inwinnen van de benodigde informatie op dat punt zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De benadeelde partij kan daarom thans ten aanzien van dit deel niet in de vordering worden ontvangen en kan deze slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Het hof is van oordeel dat de gevorderde
reiskostenvoor zover deze betrekking hebben op een bezoek aan het ziekenhuis/behandelaars rechtstreekse schade betreft en dat de gevorderde reiskosten ten behoeve van een bezoek aan het politiebureau niet voor vergoeding in aanmerking komen, nu deze kosten niet zijn aan te merken als schade die rechtstreeks is geleden door de strafbare feiten. Op grond van het ingediende overzicht van de parkeerkosten en het dossier leidt het hof af dat de gevorderde parkeerkosten van 26 september 2022 bij Q-park Heerlen ter hoogte van € 10,00 betrekking hebben op het doen van aangifte. De benadeelde partij zal derhalve in de vordering tot vergoeding van deze reiskosten niet-ontvankelijk worden verklaard. Het hof is van oordeel dat het overige gevorderde bedrag aan reiskosten, te hoogte van € 10,80, zien op bezoeken aan het ziekenhuis/behandelaars en het hof zal de vordering in zoverre toewijzen. De verdachte is tot vergoeding van deze schade gehouden en dit gedeelte van de vordering is toewijsbaar.
De reiskosten die zijn gemaakt ten behoeve van het doen van aangifte zijn evenmin te beschouwen als toewijsbare proceskosten, zoals door de advocaat van de benadeelde partij is verzocht, gelet op de beoordeling van vergelijkbare kosten in civiele zaken, in het licht van het bepaalde in artikelen 237 en volgende van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Hierbij neemt het hof in aanmerking dat volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad een redelijke uitleg van artikel 592a (oud; thans: artikel 532) Sv meebrengt dat bij de begroting van toewijsbare proceskosten dezelfde maatstaf wordt gehanteerd als in civiele procedures.
De gevorderde
medische kostenzien op het voldoen van de eigen bijdrage, nu de kosten voor het begeleidingsgesprek en het geven van een vaccinatie tegen Hepatitis B niet volledig zijn vergoed door de ziektekostenverzekeraar. Het hof is van oordeel dat deze kosten rechtstreeks het gevolg zijn van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte onder 1, zodat de verdachte tot vergoeding van deze schade is gehouden en dit gedeelte van de vordering toewijsbaar is.
Immateriële schade
Het hof is van oordeel dat, onder verwijzing naar hetgeen het hof heeft overwogen met betrekking tot de immateriële schade ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , het gestelde geestelijk letsel dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte is opgetreden, valt onder het bereik artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek.
Het hof begroot de immateriële schade gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder de bedragen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd, naar billijkheid op een bedrag van € 7.500,00. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Voor het overige dient de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van immateriële schade te worden afgewezen.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] (het onder 3 bewezenverklaarde in de zaak met parketnummer 03-245721-22)
De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 736,00 aan immateriële schade.
Bij het vonnis waarvan beroep is de vordering toegewezen tot een bedrag van € 500,00 en is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering voor het overige en hierbij heeft de rechtbank bepaald dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
De benadeelde partij heeft op het handhavingsformulier d.d. 19 februari 2024 aangegeven de vordering te verlagen met € 500,00, met als reden van de verlaging dat dit bedrag is toegekend in eerste aanleg. Het hof begrijpt dit aldus dat de benadeelde partij bedoeld heeft de vordering te verlagen tot een bedrag van € 500,00.
De verdediging heeft de vordering ter terechtzitting inhoudelijk betwist.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] als gevolg van het onder 3 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks immateriële schade heeft geleden tot een bedrag van € 500,00. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] (het onder 4 bewezenverklaarde in de zaak met parketnummer 03-245721-22)
Namens de benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft mr. [gemachtigde] ter terechtzitting in eerste aanleg mondeling een vordering tot immateriële schadevergoeding ingediend ter hoogte van € 2.500,00.
Bij het vonnis waarvan beroep is de vordering toegewezen tot een bedrag van € 1.000,00 en is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering voor het overige en hierbij heeft de rechtbank bepaald dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven.
De verdediging heeft de vordering ter terechtzitting inhoudelijk betwist.
Het hof is van oordeel dat, onder verwijzing naar hetgeen het hof heeft overwogen met betrekking tot de immateriële schade ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , het gestelde geestelijk letsel dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte is opgetreden, valt onder het bereik artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek.
Het hof begroot de immateriële schade gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder de bedragen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd, naar billijkheid op een bedrag van € 1.000,00. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Voor het overige dient de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van immateriële schade te worden afgewezen.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] (het onder 5 en 6 bewezenverklaarde in de zaak met parketnummer 03-245721-22)
De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 32.218,03. De vordering bestaat uit de volgende posten:
1. Materiële schade: € 2.218,03
inkomstenderving € 1.538,56;
reiskosten € 197,47;
eigen risico zorgverzekering € 482,00;
2. Immateriële schade: € 30.000,00.
Voorts is namens de benadeelde partij om een vergoeding van proceskosten verzocht ter hoogte van een bedrag van € 20,16, bestaande uit reis- en/of parkeerkosten naar de advocaat en het bijwonen van de zitting.
Bij het vonnis waarvan beroep is de vordering gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van
€ 9.718,03, bestaande uit € 2.218,03 aan materiële schade en € 7.500,00 aan immateriële schade en is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering voor het overige en hierbij heeft de rechtbank bepaald dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Daarnaast is de verdachte veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partij, tot aan de datum van het vonnis begroot op € 20,16.
De verdediging heeft de vordering ter terechtzitting niet inhoudelijk betwist.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Materiële schade
Met betrekking tot de gevorderde
inkomstenderving en het eigen risico zorgverzekeringis het hof uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 5] als gevolg van het onder 5 en 6 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden tot een bedrag ter hoogte van € 2.020,56. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Tot vergoeding van de schade is naast de verdachte ook de mededader gehouden. Zij zijn derhalve hoofdelijk aansprakelijk voor deze schade.
De door de benadeelde partij gevorderde
reiskostenvan de ouders van de benadeelde partij betreffen reiskosten ten behoeve van het doen van aangifte, het bijwonen van verhoor en besprekingen met de advocaat van de benadeelde partij. Het hof is van oordeel dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen, nu deze kosten niet zijn aan te merken als schade die rechtstreeks is geleden door de strafbare feiten zoals bedoeld in artikel 51f eerste lid van het Wetboek van Strafvordering. Met betrekking tot de reiskosten ten behoeve van medische behandelingen is het hof van oordeel dat deze reiskosten onvoldoende onderbouwd zijn. Nader onderzoek hiernaar zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De benadeelde partij zal derhalve in de vordering tot vergoeding van reiskosten in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard.
Immateriële schade
Het hof is van oordeel dat, onder verwijzing naar hetgeen het hof heeft overwogen met betrekking tot de immateriële schade ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , het gestelde geestelijk letsel dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte is opgetreden, valt onder het bereik artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek.
Het hof begroot de immateriële schade gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder de bedragen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd, naar billijkheid op een bedrag van € 7.500,00. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Tot vergoeding van de schade is naast de verdachte ook de mededader gehouden. Zij zijn derhalve hoofdelijk aansprakelijk voor deze schade. Voor het overige dient de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van immateriële schade te worden afgewezen.
Proceskosten
De reiskosten die door de ouders van de benadeelde partij zijn gemaakt teneinde de terechtzitting bij te wonen komen gelet op het bepaalde in artikel 592a (oud; thans: artikel 532) Sv en artikel 238 Rv alleen voor proceskostenvergoeding in aanmerking indien de benadeelde partij de vordering zelf heeft toegelicht en geen gebruik heeft gemaakt van een gemachtigde. Hoewel het hof ten volle begrijpt dat de ouders van de benadeelde partij (als vertegenwoordiger) aanwezig hebben willen zijn bij alle terechtzittingen, komen de gevorderde reiskosten om juridische redenen niet voor vergoeding in aanmerking, nu de benadeelde partij is vertegenwoordigd door een gemachtigde (mr. [gemachtigde] ) waardoor het maken van deze kosten in zoverre niet noodzakelijk was.
De reiskosten die zijn gemaakt ten behoeve van een gesprek met de advocaat zijn evenmin te beschouwen als toewijsbare proceskosten, gelet op de beoordeling van vergelijkbare kosten in civiele zaken, in het licht van het bepaalde in artikelen 237 en volgende van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Hierbij neemt het hof in aanmerking dat volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad een redelijke uitleg van artikel 592a (oud; thans: artikel 532) Sv meebrengt dat bij de begroting van toewijsbare proceskosten dezelfde maatstaf wordt gehanteerd als in civiele procedures.
Ten aanzien van de verdere kostenveroordeling verwijst het hof naar de aanvullende overwegingen zoals die zijn opgenomen na de bespreking van de vorderingen van de benadeelde partijen.

Aanvullende overwegingen ten aanzien van alle benadeelde partijen

Wettelijke rente
Het hof is van oordeel dat de door de benadeelde partijen gevorderde wettelijke rente toegewezen dient te worden. De toe te wijzen wettelijke rente (bij de vordering en de schadevergoedingsmaatregel) zal telkens nader worden vermeld in het dictum en is niet telkens bij de bespreking van de vorderingen van de benadeelde partijen aan de orde
gesteld.
Veroordeling kosten
Het hof zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partijen gemaakt (en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken). Deze kostenveroordeling is tevens telkens nader vermeld in het dictum en niet bij de besprekingen van de vorderingen van de benadeelde partijen aan de orde gesteld.
Schadevergoedingsmaatregel en gijzeling
Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan de benadeelde partijen is toegebracht. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk. Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bevelen dat gijzeling zal worden toegepast als de verdachte in gebreke blijft bij betaling en geen verhaal biedt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de op te leggen verplichting tot schadevergoeding niet opheft. Bij de behandeling van de vorderingen van de benadeelde partijen is niet telkens de schadevergoedingsmaatregel opgenomen, maar de schadevergoedingsmaatregel en het aantal dagen gijzeling zullen nader worden genoemd in het dictum.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 36b, 36c, 36d, 36f, 37a, 37b, 57, 240b, 242, 245, 246, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Spreekt de verdachte partieel vrij van het tenlastegelegde onder 7 in de zaak met parketnummer 03-245721-22 ten aanzien van het in bezit hebben van de foto’s 1 en 2.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 03-166559-23 onder 1 primair en 2 en het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 03-166559-23 onder 1 primair en 2 en het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelast dat de verdachte
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
Beveelt de
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
  • 1 STK GSM (Oppo, IBN-nr: 1543634);
  • 1 STK GSM (Samsung, IBN-nr: 1543637);
  • 1 STK Computer (Dell desktop, IBN-nr. 1543638);
  • 1 STK Computer (HP laptop, IBN-nr: 1546151).

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst gedeeltelijk toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-166559-23 onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) als vergoeding van immateriële schade,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2021 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van de immateriële schade voor het overige, te weten een bedrag van
€ 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro)af.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat der Nederlanden, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer
03-166559-23 onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 72 (tweeënzeventig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst gedeeltelijk toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 1 en 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 7.533,49 (zevenduizend vijfhonderddrieëndertig euro en negenenveertig cent) bestaande uit € 33,49 (drieëndertig euro en negenenveertig cent) als vergoeding van materiële schade en € 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) als vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van de immateriële schade voor het overige, te weten voor een bedrag van
€ 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) schadeaf.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat der Nederlanden, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer
03-245721-22 onder 1 en 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 7.533,49 (zevenduizend vijfhonderddrieëndertig euro en negenenveertig cent) bestaande uit € 33,49 (drieëndertig euro en negenenveertig cent) als vergoeding van materiële schade en
€ 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) als vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 72 (tweeënzeventig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 3 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 500,00 (vijfhonderd euro) als vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat der Nederlanden, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 3] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 3 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 500,00 (vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 10 (tien) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

Wijst gedeeltelijk toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 4] ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 4 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 1.000,00 (duizend euro) als vergoeding van immateriële schade,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat der Nederlanden, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4] , ter zake van het in de zaak met parketnummer
03-245721-22 onder 4 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.000,00 (duizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 20 (twintig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

Wijst gedeeltelijk toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 5] ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-245721-22 onder 5 en 6 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 9.520,56 (negenduizend vijfhonderdtwintig euro en zesenvijftig cent) bestaande uit € 2.020,56 (tweeduizend twintig euro en zesenvijftig cent) als vergoeding van materiële schade en € 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) als vergoeding van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van de immateriële schade voor het overige, te weten voor een bedrag van
€ 22.500,00 (tweeëntwintigduizend vijfhonderd euro)af.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat der Nederlanden, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 5] , ter zake van het in de zaak met parketnummer
03-245721-22 onder 5 en 6 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 9.520,56 (negenduizend vijfhonderdtwintig euro en zesenvijftig cent) bestaande uit € 2.020,56 (tweeduizend twintig euro en zesenvijftig cent) als vergoeding van materiële schade en
€ 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) als vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 82 (tweeëntachtig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Aldus gewezen door:
mr. S.V. Pelsser, voorzitter,
mr. A.C. van Campen en mr. J.J. Peters, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J. de Leijer, griffier,
en op 16 december 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Bijlage bewijsmiddelen