De gemeente Voerendaal besloot drie natuurgebieden te verkopen en stelde selectiecriteria op waaraan een koper moest voldoen, waaronder het zijn van een gecertificeerd natuurbeheerder met voldoende kennis en ervaring. [Appellante], een particuliere inschrijver, stelde dat hij via samenwerking met de Bosgroep aan deze criteria voldeed. De gemeente wees dit af omdat [appellante] zelf niet gecertificeerd was en niet zelf aan de criteria voldeed.
In eerste aanleg werd de vordering van [appellante] afgewezen. In hoger beroep betoogde hij dat de gemeente onrechtmatig handelde, het vertrouwensbeginsel schond en de criteria in strijd waren met het Didam-arrest. Het hof oordeelde dat de criteria duidelijk en eenduidig waren geformuleerd en dat van een inschrijver werd verlangd dat hij zelf aan de criteria voldeed, niet via een derde.
Het hof bevestigde dat de gemeente beleidsruimte heeft om objectieve, toetsbare en redelijke criteria te stellen die het duurzame beheer van de natuurgebieden waarborgen. De inschrijving van [appellante] voldeed niet aan deze criteria. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen gerechtvaardigd vertrouwen was gewekt. Het hoger beroep werd verworpen en [appellante] werd veroordeeld in de proceskosten.