Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 10112756 \ CV EXPL 22-4256)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de rolbeslissing van 7 mei 2024;
- het herstelexploot van 17 mei 2024;
- de memorie van grieven met productie 1;
- het blijkens de rolaantekening tegen [geïntimeerde] verleende verstek.
3.De beoordeling
- a. Bij in april 2021 gesloten koopovereenkomst heeft [geïntimeerde] de woning met bijbehorende grond en verdere aanhorigheden aan [adres A] voor een koopsom van € 860.000,-- verkocht aan [appellant] . De koopovereenkomst is op 15 april 2021 ondertekend door [geïntimeerde] en op 19 april 2021 door [appellant] .
- b. In artikel 6 van Pro de koopovereenkomst staat onder meer het volgende:
- e. Naar aanleiding van de bevindingen van [persoon A] zijn partijen overeengekomen de koopprijs van de woning met € 10.000,-- te verlagen tot € 850.000,--. De prijsverlaging is neergelegd in een document getiteld “Aanvulling op koopovereenkomst [adres A] ”, dat door [appellant] is ondertekend op 25 april 2023 en door [geïntimeerde] op 26 april 2023.
- f. Op 2 augustus 2021 is [appellant] in de woning getrokken. Naar het hof begrijpt is de woning voor of op deze datum aan hem geleverd.
- g. Bij e-mail van 10 augustus 2021 heeft [appellant] aan [geïntimeerde] laten weten dat er in zijn ogen problemen met de riolering van de tweede badkamer waren. Op 28 augustus 2021 is [geïntimeerde] bij [appellant] langs geweest om te kijken naar de riolering. [geïntimeerde] heeft aangegeven dat hij in het verleden nooit last heeft gehad van de door [appellant] gemelde klachten.
- h. Omdat het water in het toilet en in de douche in de zogenaamde “tweede badkamer” in zijn ogen niet goed wegliep heeft [appellant] drie deskundigen, te weten Witlox Wegenbouw en Groentechniek (hierna Witlox), J&J Riooltechniek (hierna J&J) en Jonkers Riooltechniek (hierna Jonkers), ingeschakeld die naar de riolering hebben gekeken.
- i. In een schriftelijke verklaring van 28 maart 2022 heeft een medewerker van Witlox het volgende verklaard:
en verstoppingen veroorzaakt en zal veroorzaken.
kwam vervolgens al vrij snel tot de conclusie dat het niet weglopen van het water het gevolg is van verkeerd aangelegde leidingen (bijlage 1). De leidingen zijn namelijk (omstreeks 2014) in een haakse verbinding gelegd, waardoor doorstroming van toilet, douche en wastafel naar riool ernstig belemmerd wordt. (…)
- l. Op 25 juli 2022 heeft [geïntimeerde] samen met een deskundige ( [persoon B] ) de woning van [appellant] bezocht.
- m. [geïntimeerde] heeft geen herstelwerkzaamheden uitgevoerd, noch heeft hij aansprakelijkheid erkend.
- kosten voor het lokaliseren van het gebrek: € 1.027,95 incl. btw;
- kosten van het herstellen van het gebrek: € 9.680,-- incl. btw;
- kosten voor het herstellen van de vloer: € 1.089,-- incl. btw.
- [geïntimeerde] was op grond van artikel 6.3 van de koopovereenkomst gehouden om aan [appellant] een woning te leveren die de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik als woonhuis nodig zijn. Onder die eigenschappen valt ook een deugdelijke riolering. De woning diende dus over een deugdelijke riolering te beschikken (rov. 5.7 en 5.8).
- De door partijen overeengekomen ouderdomsclausule voert niet tot een ander oordeel omdat die clausule alleen meebrengt dat de verkoper mogelijk niet aansprakelijk is voor gebreken die zijn veroorzaakt door ouderdom. De clausule neemt de aansprakelijkheid van de verkoper voor niet door ouderdom veroorzaakte gebreken niet weg (rov. 5.9 en 5.10).
- Gebreken die aan [appellant] bekend waren of voor hem kenbaar waren, komen voor zijn rekening (rov. 5.11 en 5.12).
- Vooralsnog kan niet worden geconcludeerd dat de riolering van de woning, in het bijzonder bij de tweede badkamer, niet deugdelijk is. In het licht van [geïntimeerde] betwisting staat [appellant] standpunt – dat de riolering, in het bijzonder bij de tweede badkamer, niet deugdelijk is – (nog) niet vast (rov. 5.20).
- De kantonrechter zal [appellant] in de gelegenheid stellen om nader bewijs van zijn standpunt te leveren door middel van een deskundigenonderzoek (rov. 5.21).
- In verband met het verweer van [geïntimeerde] dat [appellant] bekend was met het gebrek omdat het gebrek zou volgen uit het bouwkundig rapport, zal de kantonrechter [appellant] in de gelegenheid stellen om het rapport van de bouwkundige aankoopkeuring in het geding te brengen. Voor het overige volgt uit de stellingen van [geïntimeerde] niet dat [appellant] het gebrek had moeten kennen (rov. 5.22).
- Als komt vast te staan dat [geïntimeerde] tekort is geschoten in de nakoming van de koopovereenkomst, dan is [geïntimeerde] op de voet van artikel 6:82 lid 2 BW Pro in verzuim komen te verkeren toen hij de brief van [appellant] van 6 april 2022 ontving (rov. 5.27 tot en met 5.31).
- Bij de begroting van de schade (als vast zou komen te staan dat [geïntimeerde] tekort is geschoten) kan niet zonder meer worden uitgegaan van de door [appellant] overgelegde offertes, die door [geïntimeerde] gemotiveerd zijn bestreden. De kantonrechter overweegt daarom een onderzoek door een deskundige te laten instellen naar de kosten van herstel van de riolering (rov. 5.32 tot en met 5.37).
- Elk verder oordeel over de hoogte van de schade wordt aangehouden (rov. 5.38 tot en met 5.40).
- De kantonrechter zal partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over het door de kantonrechter voorgenomen deskundigenbericht. [appellant] zal het voorschot op de kosten van het deskundigenbericht moeten voldoen (rov. 5.41 tot en met 5.45).
- Op het moment dat partijen de aanvullende overeenkomst van 25/26 april 2023 sloten, had [appellant] aanleiding om te twijfelen aan de aanwezigheid van een deugdelijke riolering. Het bouwkundig rapport vermeldde immers dat de riolering borrelde bij het doorspoelen en dat daarnaar nader onderzoek nodig was. Het is een feit van algemene bekendheid dat een deugdelijke riolering niet borrelt. Omdat [appellant] reden had om te twijfelen aan de aanwezigheid van een deugdelijke riolering en hij, anders dan door de deskundige was aangegeven, geen nader onderzoek heeft verricht naar de oorzaak van het borrelen, is wat betreft de riolering niet voldaan aan het in artikel 7:17 lid 2 BW Pro neergelegde criterium “waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen” (rov. 4.7 tot en met 4.13).
- Voor zover [appellant] heeft willen betogen dat op grond van de beperkende werking van artikel 6:2 lid 2 BW Pro geen nader onderzoek kon worden verwacht, moet dat betoog worden verworpen. Voor zover nader onderzoek duur was, hetgeen niet is onderbouwd, en [appellant] om die reden geen opdracht tot nader onderzoek had willen geven, had hij in de koopovereenkomst expliciet moeten opnemen dat gebreken die met het borrelen verband hielden voor rekening van [geïntimeerde] zouden komen. Dat heeft [appellant] echter niet gedaan (rov. 4.14).
- Omdat [appellant] reden had om te twijfelen aan de deugdelijkheid van de riolering, kan hij zijn vordering niet baseren op het niet leveren van een woning met een deugdelijke riolering (rov. 4.15).
- [appellant] heeft ook betoogd dat [geïntimeerde] zijn mededelingsplicht heeft geschonden door niet te melden dat de riolering niet deugdelijk was. Uit rechtspraak volgt dat een verkoper een mededelingsplicht kan hebben omdat partijen binnen redelijke grenzen maatregelen moeten nemen om te voorkomen dat hun wederpartij onder een verkeerde voorstelling van zaken een overeenkomst sluit. [appellant] was echter op grond van de vermelding in het bouwkundig rapport dat de riolering borrelde en dat nader onderzoek nodig was, gewaarschuwd dat de riolering ondeugdelijk was of kon zijn. Daarom komt aan hem geen beroep toe op schending van de mededelingsplicht (rov. 4.18).
- De vorderingen moeten dus worden afgewezen omdat niet kan worden geconcludeerd dat [geïntimeerde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst (rov. 4.19).
- het alsnog toewijzen van zijn vorderingen;
- veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten van beide instanties;
- veroordeling van [geïntimeerde] tot terugbetaling van al hetgeen [appellant] op grond van de beroepen vonnissen aan [geïntimeerde] heeft voldaan, vermeerderd met wettelijke rente.
- 1. Is de riolering van de woning, in het bijzonder de riolering bij de tweede badkamer, deugdelijk?
- 2. Zo nee, waaruit bestaat de ondeugdelijkheid en welke herstelwerkzaamheden zijn noodzakelijk om de ondeugdelijkheid op te heffen?
- 3. Wat zijn de kosten om de eventueel door u geconstateerde ondeugdelijkheid op te heffen en de woning vervolgens in haar oude staat te herstellen?
- 4. Kunt u daarbij aangeven of, en zo in hoeverre, een aftrek van nieuw voor oud in de rede ligt?
- 5. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?
- A. zich uitlaten over het hof voorgenomen deskundigenbericht, met de vragen zoals geformuleerd in rov. 3.9.2.;
- B. zich uitlaten over de in rov. 3.9.3 geformuleerde tussen te voegen nieuwe vraag 3;
- C. zich uitlaten over de vraag of het gebrek aan de riolering bij de tweede badkamer van zijn woning nog aanwezig is;
- D. als [appellant] het gebrek inmiddels heeft laten herstellen, daarvan onderbouwende stukken, zoals een offerte, een factuur en een betaalbewijs overleggen.