Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 11228513 \ VV EXPL 24-50)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met een productie:
- de op 9 april 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij [appellant] spreekaantekeningen heeft overgelegd;
- een op 5 februari 2025 door [appellant] ingediende aanvullende productie, die hij bij de mondelinge behandeling in het geding heeft gebracht en waarvan aan hem akte is verleend;
- een op 28 maart 2025 door WonenBreburg ingediende akte rectificatie en een op 28 maart 2025 door WonenBreburg toegezonden aanvullende productie 2, welke stukken bij de mondelinge behandeling in het geding zijn gebracht en waarvan aan WonenBreburg akte is verleend.
3.De beoordeling
grief 1. [appellant] heeft in hoger beroep herhaald dat de zaak moet worden beoordeel door een handelsrechter en niet door de kantonrechter, omdat de zaak, vanwege de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst, geen huurzaak meer betreft. Het hof verwerpt deze grief. Het hof verwijst naar de in het vonnis opgenomen motivering. Het hof acht die motivering juist.
grief 2aangevoerd dat de ontruimingsvordering ten onrechte is toegewezen omdat de aanwezigheid van de grondstoffen en materialen die in de woning zijn aangetroffen, aan [appellant] moet worden toegerekend. Volgens [appellant] is dat niet terecht. [appellant] heeft aangevoerd dat hij tijdelijk niet in de woning woonde / verbleef. Volgens [appellant] verbleef hij van maandag tot en met donderdag bij zijn vader en in het weekeinde bij zijn partner en tijdens zijn tijdelijke afwezigheid hebben derden zijn woning betreden.
grief 3). Dat is echter het gevolg van de ontruiming en raakt op zich niet de bevoegdheid tot ontruiming. Niet valt in te zien dat of waarom dit van belang is in het kader van de beoordeling van de vraag of WonenBreburg van haar bevoegdheid gebruik kon maken (zie het criterium in 3.5.3). Los daarvan heeft te gelden dat [appellant] dit probleem eenvoudig had kunnen voorkomen door zelf de woning te ontruimen. WonenBreburg heeft onbetwist aangevoerd dat het vonnis aan hem is betekend, dat zijn advocaat op de hoogte is gesteld van de geplande ontruiming en dat er nog op de dag van de ontruiming is gepoogd telefonisch contact met [appellant] op te nemen.
grief 3heeft [appellant] aangevoerd dat hij ten onrechte is veroordeeld in de kosten van ontruiming. Volgens [appellant] is hij ten onrechte niet toegelaten om zelf de woning te ontruimen, waardoor hij onnodig op kosten is gejaagd.
- griffierecht € 798,00
- salaris advocaat/gemachtigde € 2.428,00 (2 punten tarief II)
- nakosten