Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[naam],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
.Daarbij heeft appellant het volgende aangevoerd. Appellant verkeert niet in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Hij heeft een levensvatbaar bedrijf en heeft over 2023 een winst voor belastingen gerealiseerd van € 26.485,61. Appellant meent op basis van correctie aangiften de verschuldigde pensioenpremies naar beneden bij te kunnen stellen. Hij kan daarnaast met door derden ter beschikking gestelde gelden tot een regeling met zijn schuldeisers komen.