Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 10682357 CV EXPL 23-4236)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van 15 december 2023;
- het tegen [geïntimeerde] verleende verstek;
- de memorie van grieven van 20 februari 2024 met één productie.
3.De beoordeling
- dat de vordering berust op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument;
- dat de rechter in dat geval ambtshalve dient te toetsen of aan alle essentiële informatieplichten is voldaan;
- dat geen leesbare printscreens van de bestelprocedure zijn overgelegd;
- dat daardoor niet getoetst kan worden of met woorden op de bestelknop is aangegeven dat bij het benutten van die knop een betalingsverplichting ontstaat;
- dat er daarom vanuit gegaan moet worden dat niet is voldaan aan de verplichting van artikel 6:230v, lid 3 BW, wat tot gevolg moet hebben dat de overeenkomst vernietigbaar is en vernietigd moet worden;
- dat Next Level niet meer de gelegenheid zal worden geboden om op de vernietiging te reageren;
- dat de vernietiging met zich brengt dat nimmer een betalingsverplichting voor [geïntimeerde] is ontstaan, zodat de vorderingen van Next Level ongegrond en niet toewijsbaar zijn;
- dat Next Level als de in het ongelijk gestelde partij de kosten van het geding aan de zijde van [geïntimeerde] heeft te dragen, door de kantonrechter begroot op nihil.