In deze strafzaak heeft de politierechter de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand voor het wederrechtelijk binnendringen in een woning en het vernielen van eigendom. Tegen dit vonnis heeft de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft onderzocht of de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig is betekend. De dagvaarding is rechtstreeks per post verzonden naar het woonadres van de verdachte in Polen, wat het hof rechtsgeldig achtte, mede gelet op het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken en de EU-Rechtshulpovereenkomst. Er waren geen andere gronden voor nietigheid van de dagvaarding.
Desondanks verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat de verdachte geen grieven heeft ingediend, noch mondeling of via een gemachtigde advocaat bezwaren heeft geuit tegen het vonnis. Het hof oordeelde dat de strafzaak daarom niet verder onderzocht hoeft te worden en sprak het arrest uit op 4 november 2024.