Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 9647634 \ CV EXPL 22-513)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met productie;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- de akte na memorie van antwoord van [appellant] met productie;
- de antwoordakte na memorie van antwoord van [geïntimeerde] .
3.De beoordeling
Prijzen :Netto exclusief BTW
Prijzen :Netto exclusief BTW
Ik betwist de vordering van uw opdrachtgever.
Hierbij verzoek ik u, voor zover rechtens vereist sommeer ik u ombinnen 14 dagen na ontvangst van deze briefhet restant ad€ 4.036,66 van bijgaande factuur alsnog te voldoen. Bij gebreke hiervan zal tevens aanspraak worden gemaakt op vergoeding van buitengerechtelijke kosten ad € 528,67 en van wettelijke rente.(…)”.
Cliënte maakt thans ook aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke kosten en van wettelijke rente, zoals in mijn voornoemde brief is aangezegd. U bent thans verschuldigd:
Ik ben getuige van de gemaakte afspraken betreffende de continuiteit van de gemaakte offerte van d.d. 6 juli 2016.
In reactie op de bewering dat ik in mei 2017 tegen [appellant] zou hebben toegezegd dat - ondanks de schriftelijke offerte - de prijzen voor hem niet verhoogd zouden zijn het volgende:
Een gerechtelijke erkentenis is het in een aanhangig geding door een partij uitdrukkelijk erkennen van de waarheid van een of meer stellingen van de wederpartij.”
Hierbij verzoek ik u, voor zover rechtens vereist sommeer ik u om binnen 14 dagen na ontvangst van deze brief het restant ad € 4.036,66 van bijgaande factuur alsnog te voldoen. Bij gebreke hiervan zal tevens aanspraak worden gemaakt op vergoeding van buitengerechtelijke kosten ad € 528,67 en van wettelijke rente.(…)”.
zal tevens aanspraak worden gemaakt op vergoeding van buitengerechtelijke kosten ad € 528,67(… )” niet voldoende zijn, omdat daarmee niet expliciet is vermeld dat als niet binnen 14 dagen nadat de brief is ontvangen is betaald, de buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn conform de wet, oordeelt het hof dat dat betoog niet opgaat. Met de in artikel 6:96 lid 6 BW Pro bedoelde veertiendagenbrief is beoogd “(…)
dat de consument niet wordt overvallen door het verschuldigd worden van incassokosten: hij krijgt na de waarschuwing in de veertiendagenbrief nog veertien dagen de gelegenheid het verschuldigde bedrag te betalen zonder dat incassokosten verschuldigd worden.(…)” (Hoge Raad 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1405 en Hoge Raad 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704). De woorden dat aanspraak zal worden gemaakt op vergoeding van buitengerechtelijke kosten zijn voldoende duidelijk om te voorkomen dat [appellant] wordt overvallen.
Vervaldatum14-11-2017
een voor de voldoening bepaalde termijn(…)”, zodat het verzuim van [appellant] intreedt zonder ingebrekestelling. Dat betekent dat grief III in zoverre faalt.
- Griffierechten € 783,--
- Salaris advocaat € 1.287,-- (1,5 punt(en) x tarief I)
- Nakosten € 178,-- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)