Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 9989828 \ CV EXPL 22-3104)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met een productie;
- de memorie van antwoord;
- de op 10 juni 2024 gehouden mondelinge behandeling waarbij beide partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de bij brief van 30 mei 2024 door [appellante] toegezonden producties 14 tot en met 18, die bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding zijn gebracht.
3.De beoordeling
De deelneming in de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Mode-, Interieur-, Tapijt- en Textielindustrie is verplicht gesteld voor de werknemers (…) die werkzaam zijn bij een werkgever in de Mode-, Interieur-, Tapijt- en Textielindustrie (…)
Werknemer: (…)
Werkgever:
Voor de uitleg van een bepaling in een verplichtstellingsbesluit geldt volgens vaste rechtspraak dat in beginsel de bewoordingen daarvan en eventueel van de daarbij behorende schriftelijke toelichting, gelezen in het licht van de gehele tekst van de verplichtstellingsbesluiten, van doorslaggevende betekenis zijn (de zogenoemde cao-norm).
- explootkosten € 103,33
- griffierecht € 128,00
- salaris advocaat/gemachtigde € 796,00
- explootkosten € 106,73
- griffierechten € 783,00
- salaris advocaat € 2.428,00 (2 punten x tarief II)