Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 7 februari 2023 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van mondeling behandeling van 16 mei 2023;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep tevens houdende memorie van grieven in incidenteel beroep, met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel.
6.De beoordeling
The offer is based on max 1x 20ft container. The things you showed me should be able to fit in a 20ft container. If it doesn’t fit, somethings might need to be left behind. (…)
Can we schedule a call?” Vervolgens heeft [appellant] op 23 juni 2021 een WhatsApp-bericht gestuurd aan [geïntimeerde] met de tekst “
Ok. We want to move forward.”
(…) your move is confirmed.” Verder heeft [geïntimeerde] in de email om de documenten gevraagd zoals die waren opgesomd in de offerte.
€ 3.015,00.
€ 9.690,00 volgens de offerte, € 3.015,00 voor de verhuizing van de tweede auto en een bedrag van € 680,54 voor de verzekering. Daarnaast heeft [geïntimeerde] een factuur gestuurd voor gemaakte meerkosten voor een bedrag van € 5.755,00. [appellanten] hebben de betaling van deze facturen voor een bedrag van € 12.447,77 opgeschort.
Can we schedule a call?”, [appellant] op 23 juni 2021 per WhatsApp-bericht antwoordden “
Ok. We want to move forward.”. Feiten of omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat partijen andersluidende afspraken hebben gemaakt dan in de offerte zijn neergelegd, zijn gesteld noch gebleken. Dit volgt ook niet uit de correspondentie die daarna tussen partijen heeft plaatsgevonden.
If it doesn’t fit, somethings might need to be left behind”.Duidelijk is dat het de bedoeling van [appellanten] was om al hun spullen te laten verhuizen. In de offerte is echter voorzien in de mogelijkheid dat niet alle spullen zouden passen in de container. In dat geval zouden de spullen die er niet meer in konden, niet mee worden verhuisd. [appellanten] hebben dit voorbehoud redelijkerwijs niet anders kunnen begrijpen. Er is geen moment aan te wijzen waarop [appellanten] (voldoende duidelijk) kenbaar hebben gemaakt aan [geïntimeerde] dat zij niet akkoord waren met dat voorbehoud. Dat [appellanten] hierover vragen hadden en [geïntimeerde] tegen [appellanten] gezegd zou hebben: “
I’ve been doing this for 30 years and never got it wrong”, is onvoldoende voor een ander oordeel. Het is ook begrijpelijk dat [geïntimeerde] een voorbehoud heeft gemaakt, nu de overeenkomst is gesloten op basis van wat [appellanten] hem aan te verhuizen spullen hebben laten zien in een videogesprek, waarbij [geïntimeerde] afhankelijk was van wat [appellanten] hem wel of niet lieten zien.
special crating’ uitgezonderd. Wel is de
‘crating of 2 bikes’ inbegrepen. Er was ‘
special crating’ nodig voor de verhuizing van de roeimachine. [geïntimeerde] vraagt in de conversatie met [appellanten] ook om de afmetingen van de roeimachine (en de fietsen) om de kratten te maken. [appellanten] hadden dan ook redelijkerwijs moeten begrijpen dat zij hiervoor een vergoeding verschuldigd waren, naast het geoffreerde bedrag. [geïntimeerde] hoefde dus [appellanten] er niet (extra) op te wijzen dat aan de verhuizing van de roeimachine meerkosten verbonden waren. Mede gelet op de factuur van [de B.V.] gaat het hierom een kostenpost van € 590,00. Het hof zal dat bedrag bij dit arrest alsnog toewijzen. Grief 1 in incidenteel hoger beroep slaagt derhalve.
- Griffierechten € 783,-
- Salaris advocaat € 3.319,50 (1½ punten x tarief IV)
- Nakosten € 178,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)