Belanghebbende was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht van €136 niet was betaald binnen de gestelde termijn.
Belanghebbende stelde in verzet dat hij de betalingsherinnering niet had ontvangen, maar het hof stelde vast dat deze aangetekende brief op juiste wijze was verzonden en door belanghebbende was afgehaald bij een PostNL-locatie, zoals blijkt uit Track & Trace gegevens. Belanghebbende verscheen niet op de zitting om hierop te reageren.
Het hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in verzuim was en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 3 juli 2024 en is openbaar gemaakt via Mijn Rechtspraak.