Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- mr. K. van Doorn, waarnemend voor mr. C.A.E.C.J.M. Hooft, namens de man;
- mr. A.J.M. van der Borst, namens de vrouw.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank waarin de man werd veroordeeld tot het betalen van €500 per maand aan kinderalimentatie voor zijn minderjarige dochter. De man betwistte de behoefte van het kind en zijn eigen draagkracht, terwijl de vrouw de beschikking wilde laten bekrachtigen.
Het hof oordeelt dat partijen wel degelijk enige tijd in gezinsverband met het kind hebben samengewoond, waardoor de behoefte van het kind op basis van het netto besteedbaar gezinsinkomen van 2017 wordt vastgesteld. De schadevergoeding die de man ontving wordt niet meegenomen in de berekening van de behoefte, omdat deze niet in 2017 was uitgekeerd.
De draagkracht van de vrouw wordt vastgesteld op €109 per maand, gebaseerd op haar WAJONG-uitkering en toeslagen. De man heeft onvoldoende onderbouwd dat zijn draagkracht beperkt is tot €25; het hof gaat uit van een draagkracht van €303 per maand. Verder wordt een zorgkorting van 15% toegepast, wat leidt tot een kinderalimentatie van €241 per maand. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het nieuwe bedrag vastgesteld, met compensatie van kosten en zonder terugbetalingsverplichting voor teveel betaalde alimentatie.
Uitkomst: De man moet vanaf 17 juli 2023 €241 per maand aan kinderalimentatie betalen met toepassing van zorgkorting.