Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02//411394 / KG ZA 23-320)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties 1 tot en met 7;
- de memorie van antwoord met producties 1 en 2;
- de mondelinge behandeling, waarbij beide partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de bij brief van 5 april 2016 door [appellant] toegezonden producties 8 tot en met 11, die [appellant] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
- [geïntimeerde] moet gebruik van de oprit door zwaar verkeer aankondigen bij [appellant] en [geïntimeerde] moet daarbij ter voorkoming van schade de nodige maatregelen treffen, zoals het aanbrengen van rijplaten;
- [geïntimeerde] en de zijnen mogen niet op of langs de oprit parkeren;
- [geïntimeerde] moet binnen zes weken na de datum van het vonnis een bodemprocedure aanhangig maken.