Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
wonende te [woonplaats] ,
14.Het vervolg van het geding na verwijzing
- de tussenarresten van 24 mei 2022 en 26 juli 2022;
- het deskundigenbericht van 10 februari 2023;
- de door de gemeente op 14 maart 2023 genomen memorie na deskundigenbericht (abusievelijk gedateerd 15 maart 2023);
- de door [geïntimeerden] op 11 april 2023 genomen antwoordmemorie na deskundigenbericht;
- de op 24 oktober 2023 gehouden mondelinge behandeling, waarbij zijn verschenen:
15.Het vervolg van de beoordeling na verwijzing
- 1. De bandbreedte van de in het gebied gerealiseerde transacties ligt tussen de € 7,-- en € 16,45 per m2, waarbij onduidelijk is in welke mate de verkoper goed geïnformeerd was en in hoeverre bepaalde transacties het hele verhaal vertellen;
- 2. In 2012 begrootte de rechtbank de waarde van direct naast het onteigende gelegen gronden op € 10,-- per m2. De binnen het complex gerealiseerde transactie [---] zoekt daarbij aansluiting.
- 3. In 2018 is in twee transacties voor grond in het Grensmaas-project (deelgebied Koeweide) een prijs overeengekomen van € 13,50 per m2.
- 4. De exploitatiegegevens van het onderhavige project indiceren een grondwaarde van circa € 11,20 per m2 (als optelsom van de comparatief begrote agrarische waarde van € 6, en de in verband met de aanwezigheid van winbare bodembestanddelen residueel berekende opslag van € 5,20 per m2).
- de in het tussenarrest van 24 mei 2022 gestelde vragen beantwoord;
- de werkelijke waarde van het onteigende per peildatum in onverpachte staat begroot op € 10,50 per m2;
- geconcludeerd dat dit bij de oppervlakte van het onteigende van 61.695 m2 leidt tot een toe te kennen waardevergoeding van € 647.797,50.
Vraag 1: Is in de exploitatierekening van Sweco, die in het advies is gebruikt om de winningsgerelateerde kosten te bepalen (p. 28), uitgegaan van de kosten van het winnen en verkopen van vuil grind, dus zonder wassen en sorteren?
Vraag 2: Is het juist dat bij deze ontgronding het verkopen van gewassen en gesorteerd grind feitelijk onmogelijk of ondoenlijk is, althans in elk geval ongebruikelijk?
Vraag 3: Indien dit juist is, volgt daaruit dat een redelijk handelende koper en verkoper bij een veronderstelde verkoop in het vrije commerciële verkeer bij het bepalen van de verkoopprijs zouden zijn uitgegaan van de verkoop van vuil grind, en rekening zouden hebben gehouden met de opbrengsten en kosten daarvan?
Vraag 4is gesteld voor het geval vraag 2 ontkennend zou zijn beantwoord.
Vraag 5: Wat zijn de opbrengsten van de verkoop van vuil grind, in plaats van de opbrengsten van de verkoop van gewassen en gesorteerd grind?
Vraag 6: Wat zijn de kosten van het winnen en verkopen van vuil grind?
Vraag 7: Wat zijn de kosten van het wassen en sorteren van vuil grind, in het geval van de verkoop van gewassen en gesorteerd grind moet worden uitgegaan?
Vraag 8: Wat is de uitkomst van de residuele berekening indien met de opbrengsten en kosten van ofwel vuil grind ofwel gewassen en gesorteerd grind rekening wordt gehouden?
“Als wordt uitgegaan van EUR 5,30 aan opbrengsten en EUR 1,75 aan kosten dan is de winst per ton vuil grind dus EUR 3,55. Indien deze bedragen worden ingevoerd in de residuele berekening leidt zulks tot een residuele grondwaarde van EUR 7,60 per m2.”
- 9. Als de residueel berekende opslag wijzigt, en daarmee de vierde observatie, geeft dit aanleiding tot nadere beschouwingen over het gewicht of de betekenis van de andere observaties?
- 10. Wat is de uitkomst van de verzoening van de vier observaties, bij het wijzigen van de vierde observatie door het wijzigen van de residueel berekende opslag?
- 11. Wat is de totale schadeloosstelling bij het wijzigen van de uitkomst van de verzoening van de vier observaties?
- observatie 1 = € 11,70 maal factor 4 = € 46,80
- observatie 2 = € 10,-- maal factor 4 = € 40,--
- observatie 3 = € 13,50 maal factor 2 = € 27,--
- observatie 4 = € 11,20 maal factor 3 = € 33,60
- observatie 1 = € 11,70 maal factor 4 = € 46,80
- observatie 2 = € 10,-- maal factor 4 = € 40,--
- observatie 3 = € 13,50 maal factor 2 = € 27,--
- observatie 4 = € 7,60 maal factor 3 =
wegingsfactor observatie 1
wegingsfactor observatie 2
wegingsfactor observatie 3
wegingsfactor observatie 4
- beide partijen in deze procedure hebben bepleit dat de werkelijke waarde aan de hand van de vergelijkingsmethode dient te worden bepaald;
- ook de deskundigen hebben aangegeven liever te werken met de vergelijkingsmethode, gelet op de inherent aan residuele berekeningen klevende onzekerheden;
- de aangepaste residuele grondwaardeberekening nu de grootste ‘outlier’ is geworden binnen de 4 observaties.