Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2024:1439

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
25 april 2024
Publicatiedatum
25 april 2024
Zaaknummer
200.310.935_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding beslissing zorgregeling in afwachting van hulpverlening en advies raad

In deze zaak over de zorgregeling van een minderjarige heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch bij beschikking van 25 april 2024 besloten de beslissing over de zorgregeling opnieuw voor zes maanden aan te houden. Dit gebeurt in afwachting van de resultaten van de ingezette hulpverlening en een definitief advies van de Raad voor de Kinderbescherming.

Eerder had het hof bij beschikking van 8 juni 2023 de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader vastgesteld, maar de zorgregeling aangehouden. De raad werd opgedragen het onderzoek te hervatten en een advies uit te brengen. Het rapport van de raad van 22 februari 2024 adviseerde het onderzoek af te sluiten en verwees de ouders naar de gemeente voor het initiëren van structureel contact tussen de minderjarige en een ander kind.

Partijen, inclusief de minderjarige, konden zich conformeren aan het advies van de raad. Het hof besloot daarom de beslissing over de zorgregeling aan te houden en gaf de raad opdracht het onderzoek uiterlijk 22 augustus 2024 te hervatten en een definitief advies uit te brengen. Partijen krijgen vervolgens gelegenheid schriftelijk te reageren. Alle verdere beslissingen worden pro forma aangehouden tot 22 oktober 2024.

Uitkomst: Beslissing over zorgregeling wordt zes maanden aangehouden in afwachting van hulpverlening en definitief advies van de raad.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 25 april 2024
Zaaknummer: 200.310.935/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/03/298105 / FA RK 21-4152
in de zaak in hoger beroep van:
[de vader],
wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. R.P.H.W. Haas,
tegen
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. R.P.F. Rober.
Deze zaak gaat over
[minderjarige 1]([minderjarige 1]), geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats].
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
De Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de raad.

5.De beschikking van 8 juni 2023

5.1.
Het hof heeft in deze zaak bij beschikking van 8 juni 2023 de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 4 mei 2022 vernietigd voor zover daarbij het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij hem te bepalen is afgewezen. In zoverre opnieuw rechtdoende heeft het hof de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] alsnog bij de vader bepaald.
5.2.
Het hof heeft de beslissing met betrekking tot de zorgregeling zes maanden aangehouden in afwachting van de resultaten van de ingezette hulpverlening en het hof heeft opdracht gegeven aan de raad om het onderzoek te hervatten en een definitief advies uit te brengen over de zorgregeling. Iedere verdere beslissing is pro forma aangehouden tot 15 december 2023.

6.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:
- het rapport van de raad d.d. 22 februari 2024;
- het V8-formulier d.d. 26 februari 2024 van de zijde van de moeder;
- het V8-formulier d.d. 4 maart 2024 van de zijde van de vader.

7.De verdere beoordeling

7.1.
De raad besluit in het raadsrapport van 22 februari 2024 om het onderzoek naar de opvoedingssituatie van [minderjarige 1] af te sluiten onder verwijzing van de ouders naar de gemeente [woonplaats moeder] voor het initiëren van een structureel contact tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
7.2.
De raad adviseert het hof om met betrekking tot [minderjarige 1] de behandeling van het verzoek dat ziet op de verdeling van zorg- en opvoedingstaken aan te houden in afwachting van de resultaten van de ingezette hulpverlening voor [minderjarige 1] en de raad de opdracht te geven om het onderzoek na zes maanden te hervatten, teneinde een definitief advies te geven.
7.3.
Blijkens de reacties van partijen en [minderjarige 1] op het raadsrapport, zoals weergegeven onder 11. van het raadsrapport, kunnen de ouders en [minderjarige 1] zich conformeren aan het advies van de raad. Partijen hebben het hof voorts bij voornoemde V8-formulieren van respectievelijk 26 februari 2024 en 4 maart 2024 bevestigd dat zij kunnen instemmen met het advies van de raad.
7.4.
Het hof overweegt als volgt.
7.4.1. Gelet op het advies van de raad en het feit dat partijen zich kunnen vinden in dit advies, zal het hof de beslissing over de zorgregeling aanhouden in afwachting van de resultaten van de ingezette hulpverlening. Het hof geeft de raad daarbij de opdracht om het onderzoek zes maanden na afsluiting van het onderhavige raadsonderzoek te hervatten, derhalve uiterlijk 22 augustus 2024, en een definitief advies uit te brengen over de zorgregeling.
Indien de raad daartoe aanleiding ziet en/of de ingezette hulpverlening stagneert, kan de raad eerder een terugkoppeling aan het hof geven.
Partijen zullen vervolgens door het hof in de gelegenheid worden gesteld binnen twee weken schriftelijk te reageren op het rapport en het advies van de raad.
7.4.2.
De beslissing over de zorgregeling zal in afwachting van de resultaten van de ingezette hulpverlening en het definitieve advies van de raad voor de duur van zes maanden worden aangehouden. Het hof zal iedere verdere beslissing PRO FORMA aanhouden tot 22 oktober 2024.

8.De beslissing

Het hof:
houdt de beslissing met betrekking tot de zorgregeling zes maanden aan in afwachting van de resultaten van de ingezette hulpverlening en geeft de opdracht aan de raad om het onderzoek te hervatten en een definitief advies uit te brengen over de zorgregeling;
verzoekt de raad tijdig vóór de hierna te noemen pro forma datum rapport en advies uit te brengen aan het hof, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de raadslieden van partijen;
houdt iedere verdere beslissing PRO FORMA aan tot 22 oktober 2024.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C.E. Ackermans-Wijn, H. van Winkel en A.M. Bossink en is op 25 april 2024 uitgesproken in het openbaar door mr. E.M.C. Dumoulin in tegenwoordigheid van de griffier.