Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [appellant] , bijgestaan door mr. Karacelik en
- de heer [bewindvoerder] van [kantoor] , hierna te noemen: de bewindvoerder.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant is in 2020 toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Gedurende de looptijd heeft hij meerdere verplichtingen niet nagekomen, waaronder de informatieplicht, sollicitatieplicht en afdracht aan de boedel, met een aanzienlijke boedelachterstand tot gevolg. Ondanks verlenging van de regeling en meerdere kansen heeft appellant niet voldaan aan de voorwaarden en is er sprake van nieuwe schulden.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat onvoorziene omstandigheden, zoals het overlijden van zijn vader en financiële steun van familie, hem belemmerden in het nakomen van zijn verplichtingen. Hij verzocht om verlenging van de regeling en toekenning van de schone lei. De bewindvoerder en het hof constateerden echter dat appellant onvoldoende medewerking heeft verleend, geen bewijsstukken heeft overlegd en geen beschermingsbewind heeft geregeld.
Het hof oordeelt dat de tekortkomingen toerekenbaar zijn en niet buiten beschouwing kunnen blijven. Er is onvoldoende vertrouwen dat een verlenging tot een betere naleving zal leiden. Daarom wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en wordt de schuldsaneringsregeling beëindigd zonder toekenning van de schone lei.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling van appellant wordt beëindigd zonder toekenning van de schone lei wegens toerekenbare tekortkomingen.