Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] (Duitsland),
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 3] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/287242 / HA ZA 21-25)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met productie;
- de mondelinge behandeling van 25 oktober 2023, bij welke gelegenheid partij [appellant] bij akte productie 15 in het geding heeft gebracht. Van de zijde van [appellant] zijn tevens spreekaantekeningen overgelegd.
3.De beoordeling
- verwijdering van een trap en een loopbrug, die zich binnen twee meter van het perceel van [appellant] bevinden;
Het dichtgemetselde raam
Tenzij de eigenaar van het naburige erf daartoe toestemming heeft gegeven, is het niet geoorloofd binnen twee meter van de grenslijn van dit erf vensters of andere muuropeningen, dan wel balkons of soortgelijke werken te hebben, voor zover deze op dit erf uitzicht geven.
een soortgelijk werk(vetgedrukt, hof) als een balkon.
Wanneer de nabuur als gevolg van verjaring geen wegneming van een opening of werk meer kan vorderen, is hij verplicht binnen een afstand van twee meter daarvan geen gebouwen of werken aan te brengen die de eigenaar van het andere erf onredelijk zouden hinderen, behoudens voor zover zulk een gebouw of werk zich daar reeds op het tijdstip van de voltooiing van de verjaring bevond.
“Maar dat daar wou ik ook helemaal niet moeilijk over doen (…)Dat raam, kijk, ja, dat is die dichtgemetselde raam daar, die laat ik rusten”
“(…)dat tussen partijen als niet weersproken vast staat dat [appellant] in eerste instantie geen bezwaar had tegen het realiseren van de garage/loods en het dichtmetselen van het raam. [appellant] zou daarbij wel hebben gezegd dat er dan wel elders een nieuw raam/lichtkoepel zou moeten worden gerealiseerd. (…)vast staat dat er geen duidelijke afspraken over zijn gemaakt (waar zou het nieuwe raam/de lichtkoepel komen en wie zou de kosten daarvan dragen). [appellant] heeft tijdens het bestuursrechtelijk traject bij de aanvraag van de omgevingsvergunning vervolgens geen bezwaar ingediend. (…) Onder die omstandigheden acht de rechtbank het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat [geïntimeerden] thans nog kan worden gedwongen het dichtmetselen van het raam ongedaan te maken en de garage/loods deels af te breken.”