Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 9491135 CV EXPL 21-3357)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
Het gehuurde is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt als Mister Minit detailhandelverkooppunt als onderdeel van een keten van detailhandelsondernemingen die al de kenmerken van het systeem, als bedoeld in de franchiseovereenkomst, dragen en het zal Huurder niet vrijstaan, zonder toestemming van Verhuurder een andere bestemming aan het gehuurde te geven.
- dat de huurovereenkomst en de franchiseovereenkomst door de buitengerechtelijke ontbindingsverklaring van 8 april 2021 per 23 april 2021, althans per datum door de kantonrechter in goede justitie te bepalen, rechtsgeldig zijn ontbonden;
- dat zij zal zijn bevrijd van haar betalingsverplichtingen jegens Mister Minit, indien en voor zover die nog mochten bestaan;
- dat Mister Minit jegens haar aansprakelijk is voor alle schade die zij op grond van het toerekenbare tekortkomen van Mister Minit en de ontbinding heeft geleden, lijdt en mogelijkerwijs nog zal lijden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
€ 150,00 per dag of gedeelte van een dag dat [appellante] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, tot een maximum van € 15.000,00;
de door [appellante] aan Mister Minit op grond van de onderhuurovereenkomst
of enige andere onderneming van Mister Minit(cursivering hof). Dat impliceert dat het gaat om de concrete locatie van Mister Minit waar zij haar onderneming zou kunnen vestigen. Nu de locatie met ingang van 26 juni 2022 geen locatie van Mister Minit meer is, kan Mister Minit om deze reden het concurrentiebeding nu niet tegen [appellante] laten gelden. Het hof zal het bestreden vonnis op dat punt vernietigen, nu de veroordeling is uitgesproken op 31 augustus 2022 en er op dat moment geen sprake was van overtreden van het concurrentiebeding.