Appellante verzocht de rechtbank Limburg om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van ruim €162.000, waaronder een hypothecaire restschuld. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was dat appellante de verplichtingen uit de regeling naar behoren zou nakomen, mede vanwege haar psychosociale problematiek die nog niet duurzaam beheersbaar was.
Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat haar psychosociale situatie beheersbaar is en dat zij voldoende hulp en een sociaal vangnet heeft. Zij verwees naar een verklaring van haar psycholoog en stelde dat haar financiële situatie de stress veroorzaakt. Tijdens de mondelinge behandeling bevestigden informanten van de Gemeentelijke Kredietbank dat appellante aanzienlijke persoonlijke groei heeft doorgemaakt.
Het hof oordeelde dat appellante ontvankelijk is in het beroep ondanks overschrijding van de beroepstermijn, vanwege een fout van de griffie. Het hof stelde vast dat de psychosociale problematiek nog niet duurzaam beheersbaar is, mede omdat de behandeling recent is gestart en nog niet is afgerond. De verklaring van de psycholoog was onvoldoende overtuigend om dit te weerleggen.
Het hof benadrukte dat de schuldsaneringsregeling niet gericht is op hulpverlening en dat de schuldenaar zelf verantwoordelijk is voor het nakomen van verplichtingen. Het verzoek tot toelating werd daarom opnieuw afgewezen. Appellante kan een nieuw verzoek indienen zodra zij met een actuele rapportage kan aantonen dat haar problematiek duurzaam beheersbaar is. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Limburg.