Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[appellant], wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak 1069170 VV EXPL 23-72)
2.Het geding in hoger beroep
- de memorie van antwoord van TBV, met een productie;
- de mondelinge behandeling, waarbij TBV de vooraf ingezonden productie 54 heeft ingebracht en de bewindvoerder de vooraf ingezonden producties 7 tot en met 10 heeft ingebracht.
3.De beoordeling
veroordeling IItot betaling van € 272,21 aan huurachterstand tot en met 27 september 2023 en
veroordeling IIItot betaling van € 469,70 voor iedere maand dat [appellant] vanaf 1 oktober 2023 van de woning gebruik blijft maken. Hierdoor liggen deze beslissingen buiten het door de grieven ontsloten gebied.
grief 1klaagt de bewindvoerder dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat TBV in het gelijk wordt gesteld en dat [appellant] niet in de gehuurde woning mag blijven wonen en hij deze moet ontruimen.
grief 2komt de bewindvoerder op tegen het oordeel van de kantonrechter dat TBV voldoende spoedeisend belang heeft bij de in kort geding gevorderde voorziening.
grieven 3 tot en met 7lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Hiermee komt de bewindvoerder op tegen de op vordering van TBV uitgesproken
veroordeling Itot ontruiming van de door [appellant] gehuurde woning binnen één maand na betekening.
uit zijn trauma, waarbij hij zich in een hoek gedreven voelt. (…)”.
kan niet verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen acties. Probeert zijn probleem bij de hulpverlening neer te leggen. Naar beiden toe benadrukt dat zij zelf verantwoordelijk zijn en dat er momenten genoeg waren om het te laten stoppen maar dat ze er zelf voor kiezen om het in stand te houden. (…)
huiselijk geweld”bij de politie heeft gemeld en in februari 2023 bij de politie heeft geklaagd over
“ruzie (…) gebonk en geschreeuw”vanuit de gehuurde woning. Dat die voorbedrukte verklaring blijkens de mondelinge behandeling bedoeld was voor de periode na 25 augustus 2022, maakt dit niet anders.
"praattherapie"en die vindt doorgaans niet in de eigen woning van de cliënt/patiënt plaats. Een vertrek uit de gehuurde woning staat behandeling of begeleiding van [appellant] dus niet zonder meer in de weg.
grief 8klaagt de bewindvoerder over de door de kantonrechter uitgesproken uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Ook het hof oordeelt de verlangde uitvoerbaarverklaring bij voorraad evenwel toewijsbaar. Naar aard en strekking is dit kort geding niet constitutief gericht op de ontbinding van de overeenkomst, maar gericht op het verkrijgen van een voorlopige voorziening of ordemaatregel die meteen voor tenuitvoerlegging vatbaar is. Het gerechtvaardigd belang daarbij voor de aan TBV toegewezen veroordeling tot ontruiming van de gehuurde woning wordt verondersteld en onder meer ter voorkoming dat een rechtsmiddel alleen wordt aangewend om uitstel van executie te verkrijgen, dient tot uitgangspunt dat TBV die veroordeling meteen mag (doen) uitvoeren. Afwijking daarvan oordeelt het hof in dit geval niet gerechtvaardigd.
grief 9doel mist.
€ 2.366,--(2 punten tarief II)