Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het procesverloop
2.Het standpunt van verzoekers
3.Het standpunt van de raadsheer
4.De beoordeling
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak dienden twee verzoekers een wrakingsverzoek in tegen raadsheer J.T.F.M. van Krieken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Dit verzoek werd mondeling ingediend tijdens een regiezitting en betrof een openbaar LinkedIn-bericht van de raadsheer waarin hij stelde dat de discussie over schending van mensenrechten bij EncroChat-operaties 'overtrokken' was. De verzoekers vreesden hierdoor vooringenomenheid van de raadsheer in hun strafzaken, waarin verdediging zich beroept op schending van artikel 8 EVRM Pro en artikel 52 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU.
De raadsheer weigerde zich te verschonen en lichtte toe dat zijn uitlating was bedoeld om de discussie te nuanceren en niet als een definitieve beoordeling van de rechtmatigheid van de opsporingsmethode. De wrakingskamer behandelde het verzoek en overwoog dat hoewel rechters vrij zijn hun mening te uiten, zij daarbij rekening moeten houden met de mogelijke invloed op het vertrouwen in hun onpartijdigheid.
De wrakingskamer concludeerde dat de uitlating van de raadsheer, ook al was bedoeld als relativering, bij de verzoekers een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid opriep. Dit vormde een uitzonderlijke omstandigheid die rechtvaardigde dat de raadsheer werd gewraakt. Het verzoek werd daarom toegewezen en het proces wordt voortgezet door een andere strafkamer zonder deelname van de raadsheer.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen raadsheer Van Krieken wordt toegewezen vanwege objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.