Uitspraak
hij op of omstreeks 13 april 2015 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, met een vuurwapen (meermalen) een of meer kogel(s) in de richting van voornoemde [slachtoffer] afgevuurd, waarbij die [slachtoffer] door een of meer kogel(s) is getroffen, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;
[verdachte] gaf aan dat [medeverdachte] in [naam café] zat. Hij heeft verder niet gezegd waarom dat was. Dit was op de dag van de liquidatie. [verdachte] zei ook dat [slachtoffer] in het café was, samen met een meisje. Ik vroeg aan [verdachte] hoe hij het gedaan had. [verdachte] gaf aan dat hij [slachtoffer] niet bij [naam café] opgewacht heeft. [verdachte] zei dat [medeverdachte] in dat café was om het huiswerk te doen, en omdat [slachtoffer] daar ook was. [medeverdachte] was aanwezig in [naam café] toen [slachtoffer] daar ook was. [medeverdachte] moest het daar in de gaten houden, dat bedoel ik met huiswerk doen.
Raadsman mr. Meijering deelt het volgende mede.
Raadsman mr. Meijering vraagt het volgende.
1.Algemeen
2.Feit 1 impliciet primair: moord
3.Feit 2 primair, impliciet subsidiair: medeplegen van poging tot doodslag
gevangenisstrafvoor de duur van
20 (twintig) jaren.