De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid, mishandeling en eenvoudige belediging van een ambtenaar. Het hof heeft het hoger beroep behandeld waarbij de verdediging vrijspraak bepleitte voor de feitelijke aanranding, maar geen verweer voerde tegen de andere feiten. Het hof heeft de bewezenverklaring uitgebreid met verklaringen van aangeefster, getuige en verbalisant, en concludeert dat de verdachte op 6 april 2022 in een café in Tilburg de bil van de aangeefster heeft aangeraakt en geknepen, wat een ontuchtige handeling vormt.
De verdachte had meerdere malen fysiek contact gezocht ondanks afwijzing door de aangeefster, die hierdoor gedwongen werd de handelingen te dulden. Het hof oordeelt dat het handelen van de verdachte in strijd was met de seksuele integriteit van de aangeefster en dat hij dit opzettelijk deed. De vordering tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen wordt door het hof toegewezen omdat de verdachte zich tijdens de proeftijd opnieuw schuldig maakte aan strafbare feiten.
Het hof vernietigt het vonnis van het hoger beroep alleen voor wat betreft de beslissing op de tenuitvoerleggingsvordering en gelast volledige tenuitvoerlegging van de eerdere gevangenisstraf en taakstraf. Voor het overige bevestigt het hof het vonnis van de politierechter. De straf bestaat uit 32 dagen gevangenisstraf waarvan 30 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, en een taakstraf van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis.