Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2023:2798

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
28 augustus 2023
Publicatiedatum
31 augustus 2023
Zaaknummer
200.312.964_02
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 40 RvArt. 36 RvArt. 810 RvArt. 6 EVRMArt. 14 IVBPR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek raadsheer wegens familierelatie met behandelaar minderjarige

Raadsheer E.M.C. Dumoulin heeft verzocht zich te mogen verschonen van de behandeling van de hoofdzaak, omdat een familielid van haar de behandelaar is van een betrokken minderjarige. Dit familielid heeft een rapport opgesteld dat onderdeel is van de processtukken.

De verschoningskamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van zowel een subjectieve als objectieve toets. Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat de raadsheer subjectief niet onpartijdig is, oordeelde de kamer dat objectief gezien de schijn van partijdigheid kan ontstaan. Dit vanwege de nauwe relatie tussen de raadsheer en de behandelaar van de minderjarige.

Op grond hiervan is het verzoek tot verschoning toegewezen en is bepaald dat een andere raadsheer de verdere behandeling van de hoofdzaak overneemt. De beslissing is op 28 augustus 2023 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van raadsheer Dumoulin is toegewezen vanwege een familierelatie met de behandelaar van de minderjarige.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Wrakings- en verschoningskamer
registratienummer verschoningsverzoek: 200.312.964/02
zaaknummer verschoningsverzoek: [nummer]
datum beslissing: 28 augustus 2023
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van een verschoningsverzoek van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch
op het schriftelijke verzoek zich te mogen verschonen van 23 augustus 2023, als bedoeld in artikel 40 juncto Pro artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), van mr. E.M.C. Dumoulin, raadsheer in het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, team familie- en jeugdrecht, belast met de behandeling van de zaak met zaaknummer 200.312.964/01 (hierna de hoofdzaak) van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. E.A.M. Brugman,
tegen
Jeugdbescherming Brabant,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de GI (de gecertificeerde instelling).
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt in de procedure in de hoofdzaak gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Zuidoost Nederland, locatie [locatie] ,
hierna te noemen: de raad.

1.Het procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift aan de wrakings- en verschoningskamer van het hof van 23 augustus 2023 heeft mr. E.M.C. Dumoulin (hierna: verzoekster), onder opgaaf van redenen, verzocht zich in de hoofdzaak te mogen verschonen.
1.2.
De verschoningskamer heeft het verschoningsverzoek van verzoekster op 28 augustus 2023 in raadkamer besproken.

2.Het verzoek en de onderbouwing daarvan

Ter onderbouwing van haar verschoningsverzoek heeft verzoekster in haar verzoekschrift van 23 augustus 2023 – kort en zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd.
Verzoekster heeft de hoofdzaak eerder tijdens een mondelinge behandeling op 16 januari 2023 als voorzitter behandeld. Op 16 maart 2023 is een tussenbeschikking gegeven waarin de raad is verzocht een onderzoek in te stellen en advies uit te brengen aan het hof. Dit onderzoek gaat onder meer over de vraag wat voor [minderjarige] – een van de betrokken minderjarigen in de hoofdzaak – de termijn is dat hij in onzekerheid kan verkeren over de vraag waar hij verder zal opgroeien, zonder dat dit schade aan zijn ontwikkeling oplevert. Het rapport van de raad is op 1 juni 2023 door het hof ontvangen. Uit dit rapport blijkt (onder meer) dat [minderjarige] inmiddels traumabehandeling ondergaat bij [instantie] in [plaats] , met [behandelaar] als behandelaar.
De behandelaar van [minderjarige] is [een familielid] van verzoekster. Gelet hierop is verzoekster van mening dat er sprake is van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Immers kunnen de bevindingen van [een familielid] van verzoekster worden gebruikt ter onderbouwing van het standpunt van de GI dat [minderjarige] duidelijkheid nodig heeft over zijn perspectief en dat werken aan terugplaatsing bij de moeder niet in zijn belang is. Gezien deze omstandigheden voelt verzoekster zich niet vrij om de hoofdzaak, waarin inmiddels op 19 september 2023 een mondelinge behandeling is gepland met verzoekster als voorzitter van de behandelend kamer, verder te behandelen.

3.De beoordeling van het verzoek

3.1.
Ingevolge artikel 40, lid 1, juncto artikel 36 Rv Pro kan elk van de rechters die een zaak
behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden
waardoor diens onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek kan zowel schriftelijk
als mondeling ter terechtzitting worden gedaan.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn (artikel 6, lid 1 EVRM en artikel 14, lid 1, IVBPR), tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is. De vraag of er reden kan zijn voor verschoning moet aldus worden beoordeeld aan de hand van een subjectieve toets, waarbij het gaat om de persoonlijke overtuiging van een rechter in een bepaalde zaak, en aan de hand van een objectieve toets, waarbij moet worden vastgesteld of bij een partij de vrees voor partijdigheid van een rechter kan ontstaan, rekening houdend met de uiterlijke schijn.
3.3.
Aan de door verzoekster aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat verzoekster – subjectief – niet onpartijdig is.
3.4.
Vervolgens dient te worden onderzocht of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden – objectief – gerechtvaardigd is.
3.5.
De onder 2. vermelde omstandigheden leveren naar het oordeel van de verschoningskamer een zwaarwegende aanwijzing op als hiervoor onder 3.4. bedoeld. Verzoekster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat als gevolg van de onder 2 genoemde feiten en omstandigheden de schijn kan bestaan dat het haar aan onpartijdigheid zal ontbreken. Die omstandigheden zijn naar het oordeel van de verschoningskamer met name gelegen in de betrokkenheid van [een familielid] van verzoekster als behandelaar van [minderjarige] en in het feit dat de bevindingen van die [familielid] onderdeel gaan uitmaken van de stukken in de hoofdzaak waarop verzoekster haar oordeel dient te baseren.
3.6.
Gelet op het voorgaande is er naar het oordeel van de verschoningskamer een gerechtvaardigde grond voor het verschoningsverzoek. De verschoningskamer zal dat verzoek dan ook toewijzen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere raadsheer van verzoekster moet worden overgenomen.

4.De beslissing

Het hof (de verschoningskamer):
wijst het door verzoekster gedane verzoek tot verschoning toe;
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het verschoningsverzoek door een kamer van dit hof waarvan verzoekster geen deel uitmaakt;
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoekster en aan partijen in de hoofdzaak.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.W. van Rijkom (voorzitter), P.M. Arnoldus-Smit en E. Schulten, bijgestaan door mr. T. Kuijs, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2023.