De zaak betreft een hoger beroep van een koper die een woning heeft gekocht voor €555.000, waarbij na de koop bleek dat het gehele dakbeschot asbest bevatte. De koper vorderde vergoeding van de kosten voor asbestsanering van €15.188,63, stellende dat de verkopers hun mededelingsplicht hadden geschonden.
De kantonrechter wees de vordering af omdat de koper niet slaagde in zijn bewijsopdracht. In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. Het hof overwoog dat de bewijslast voor de schending van de mededelingsplicht bij de koper ligt en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om deze bewijslast te verleggen.
Het hof waardeerde het bewijs opnieuw, waarbij getuigenverklaringen van de koper, de verkopers en de makelaar werden meegewogen. De verklaring van de makelaar, die stelde dat er voorafgaand aan de koop is meegedeeld dat er asbest was aangetroffen bij de dakramen, werd geloofwaardig geacht. De koper kon niet overtuigend aantonen dat de verkopers hem niet hadden geïnformeerd.
Daarnaast oordeelde het hof dat de koper onvoldoende concreet had onderbouwd dat hij de koop niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten indien hij had geweten dat het gehele dakbeschot asbest bevatte. Ook was de koper voorafgaand aan de levering op de hoogte gesteld van asbest in het dak.
De vorderingen op grond van wanprestatie, dwaling, onrechtmatige daad, ongerechtvaardigde verrijking en redelijkheid en billijkheid werden daarom afgewezen. Het hof veroordeelde de koper in de proceskosten van het hoger beroep en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter.