Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[de vennootschap] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[appellant 2] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant 3] ,wonende te [woonplaats] ,
4.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 14 februari 2023;
- de akte namens [appellanten] van 14 maart 2023 met twee producties, genummerd 16 en 17, en waarbij twee USB-sticks zijn overgelegd;
- de antwoordakte namens [geïntimeerde] van 11 april 2023.
5.De verdere beoordeling
ondubbelzinnigebetwisting van de ziekte. Voor zover [appellanten] nu in het bijzonder wijst op in de periode april - juni 2020 door [appellanten] geuite kritische opmerkingen, leidt dat er bovendien niet toe dat [geïntimeerde] ten tijde van de dagvaarding op 6 januari 2021 nog steeds bedacht moest zijn op een betwisting van de ziekte door [appellanten] . Het hof is van oordeel dat de in het tussenarrest op dit punt gegeven beslissing dan ook niet zal leiden tot een ondeugdelijke einduitspraak.