Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- ‘medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 11 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit’ (feit 1, primair), en
- ‘handelen in strijd met een in artikel 3, onder C van de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 2),